U mag tijdens het onderzoek gewoon rondlopen. Bijvoorbeeld naar de wachtkamer of naar de winkelstraat in het UMCG. Ga niet naar een röntgenafdeling, verpleegafdelingen of naar de IC. Want daar kan er storing komen in de apparatuur die u draagt tijdens het onderzoek.
We vragen u wel om elk kwartier even naar de datarecorder te kijken. Om te controleren of het lampje nog knippert. Als het lampje niet meer knippert, meld dit dan bij de verpleegkundige. Geef het ook bij de verpleegkundige aan als u last krijgt van buikpijn, misselijkheid of braken.
U krijgt van ons informatie over wanneer u weer iets mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze tijden houdt. U kunt in het Endoscopiecentrum wat te eten en drinken krijgen, maar u mag ook zelf iets meenemen of ophalen.
8 uur na het starten van de opnames maakt de verpleegkundige de datarecorder weer los. De arts gaat hierna de opnames bekijken om te zien of er afwijkingen zijn.