Horen hoort erbij: hoorzorg verbeteren in verpleeghuizen

Veel verpleeghuisbewoners hebben gehoorverlies (90–95%). Voor bewoners met dementie is dit extra ingrijpend: slechter horen kan hun verwarring vergroten. Onderzoek* laat zien dat gehoorproblemen bij mensen met dementie vaak worden genoemd als iets dat kan bijdragen aan probleemgedrag. Daarom is het UNO-UMCG, op initiatief van audioloog Sander Ubbink van het UMCG, gestart met een onderzoek om samen met zorgprofessionals de hoorzorg in verpleeghuizen in kaart te brengen en waar mogelijk te verbeteren.

Aanleiding

Bij mensen met vergevorderde dementie kan goede hoorzorg bijdragen aan meer kwaliteit van leven en mogelijk probleemgedrag verminderen. Als zij beter horen, kunnen zij bijvoorbeeld beter communiceren met zorgmedewerkers, medebewoners of naasten. Daardoor kunnen zij zich minder gestrest en minder angstig voelen en minder de behoefte ervaren om zich terug te trekken. Veel mensen met vergevorderde dementie wonen in een verpleeghuis, waar de organisatie van hoorzorg extra aandacht vraagt: hoortoestellen werken niet altijd goed, bijvoorbeeld als ze niet goed passen. Soms vergeten bewoners hun toestellen of raken zij ze kwijt. Vaak is voor zorgmedewerkers niet duidelijk wie wat doet: wie controleert het gebruik, wie kijkt of ze werken en wie zorgt voor onderhoud? Extra hulpmiddelen, zoals tafelmicrofoons en een draagbare luisterhulp, worden weinig gebruikt, mogelijk omdat zorgmedewerkers er nog onvoldoende mee bekend zijn of nog niet hebben ervaren hoe handig deze kunnen zijn. Welke hoorzorg is haalbaar voor verpleeghuisbewoners met dementie en hoe richten we die samen met de betrokkenen zo goed mogelijk in? Daar gaat dit onderzoek over. 

Doel

Het doel van dit onderzoek is dat bewoners beter kunnen horen, makkelijker communiceren en zich prettiger voelen, zodat minder probleemgedrag ontstaat. Om dat doel te bereiken willen we samen met zorgprofessionals de hoorzorg in verpleeghuizen verder ontwikkelen. We brengen de huidige uitdagingen in kaart en pakken deze samen aan. We brengen hoorhulpmiddelen, zoals een draagbare luisterhulp en tafelmicrofoons meer onder de aandacht, zodat deze vaker en beter gebruikt worden. Samen maken we duidelijke afspraken over wie welke taken op zich neemt binnen de hoorzorg. Zo verloopt de samenwerking goed en sluit de hoorzorg beter aan bij wat bewoners nodig hebben. Daarnaast verzorgen we een scholing die zorgmedewerkers niet alleen kennis en vaardigheden geeft, maar ook meer bewustzijn van het belang van goede hoorzorg.

Plan van aanpak en planning

Het project bestaat uit vijf stappen:

  • Voorbereiding: september – december 2026
    • Werving van verpleeghuizen, afspraken maken.
  • Co-creatie bijeenkomsten (samen bedenken): januari 2026 – maart 2026
    • Twee bijeenkomsten per verpleeghuis om samen de nieuwe werkwijze uit te werken.
  • Implementatie: maart – augustus 2026
    • Training van zorgprofessionals, gehoorscreening van bewoners, invoeren van de nieuwe werkwijze.
  • Evaluatie: september – november 2026
    • Opnieuw meten bij bewoners, ervaringen van zorgprofessionals verzamelen
  • Analyse en rapportage: december 2026 – februari 2027
    • Gegevens verwerken, resultaten vastleggen in een rapport en een wetenschappelijk artikel.

Deelnemende organisaties

•    Noorderbreedte
•    Zorggroep Groningen

Onderzoeksteam

•    Sander Ubbink, klinisch fysicus – audioloog afdeling KNO, UMCG, projectleider
•    Thomas Koelewijn, senior onderzoeker afdeling KNO, UMCG
•    Dika Luijendijk, senior onderzoeker UNO-UMCG
•    Wim Drenthen, specialist ouderengeneeskunde Noorderbreedte
•    Henriëtte van der Kloet, implementatieadviseur UNO-UMCG
•    Nannet Alkema, implementatieadviseur UNO-UMCG
•    Riejanne Slaghuis, implementatieadviseur UNO-UMCG

Subsidieverstrekker

Vitaal Noord: goede basisvoorzieningen en passende zorg UMCG

Contactpersoon

Sander Ubbink, klinisch fysicus – audioloog UMCG en projectleider: [email protected]
------------------------------------------------------------

* Cohen-Mansfield et al. (2015), Which unmet needs contribute to behavior problems in persons with advanced dementia?