Ribverwijdering bij het thoracic outlet syndroom

Tijdens deze operatie halen we de bovenste rib weg. Ook snijden we een paar spieren door. Zo krijgt de bundel van vaten en zenuwen naar de arm weer ruimte. Deze behandeling heet ook wel een Thoracic Outlet Decompressie (TOD).

Het schoudergordelsyndroom of Thoracic Outlet Syndroom (TOS) kan veel klachten geven. Zoals klachten in de schouder, nek en arm.

Door de operatie gaan de klachten meestal weg, omdat de bundel niet meer bekneld is. Uw specialist of huisarts kan u voor een behandeling bij het schoudergordelsyndroom verwijzen naar het Hartcentrum.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de operatie voorbereidt. Bijvoorbeeld hoelang u van te voren nog wat mag eten en drinken op de dag van uw operatie. En welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken.

    Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de behandeling krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    U kunt na de behandeling niet alleen naar huis, vraag daarom van tevoren iemand die u thuis kan brengen.

    In de eerste 6 weken na de operatie heeft u hulp nodig van anderen. Wie kan er bijvoorbeeld boodschappen voor u doen? Of (zwaar) huishoudelijk werk doen? Regel dit alvast voor uw opname met familie, vrienden of organisaties die hulp bieden.

  2. U gaat voor het weghalen van de bovenste rib naar de afdeling Cardiothoracale chirurgie van het Hartcentrum.

    Op de opnamedag heeft u gesprekken met verschillende medewerkers. We nemen bloed af en maken een hartfilmpje. Ook maken we een longfoto.

    Op de dag van de operatie wast u zich met speciale zeep. Ook krijgt u nog een laxeermiddel. Dit krijgt u zodat u na de narcose minder last heeft van misselijkheid en verstopping in de darmen.

  3. De operatie is op de operatieafdeling. Voor deze operatie gaat u onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in de arm of op de rug van de hand. U merkt dus niks van de operatie.

    Tijdens de operatie maken we een klein sneetje onder de oksel. Dit kan de linker- of de rechterkant zijn. Dit hangt af van waar het schoudergordelsyndroom zit. Via dit sneetje kunnen we een groot deel van de bovenste rib eruit halen. En een paar spieren doorsnijden. De bundel krijgt zo weer meer ruimte.

    Omdat er na de operatie nog vocht en bloed uit de wond lekt, krijgt u een drain. Dit is een plastic slangetje waar het vocht uit kan lopen. Na ongeveer 2 of 3 dagen na de operatie verwijderen we deze drain.

    De operatie duurt ongeveer 1-2 uur.

  4. Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer. Wanneer u goed wakker bent uit de narcose, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

    Na de operatie kunt u pijn hebben aan de arm en schouder. Deze pijn is normaal. Hier krijgt u pijnstillende medicijnen met morfine voor. Deze krijgt u via het infuus of tabletten.

    Als alles goed met u gaat, mag u na 4-7 dagen weer naar huis.

    Na de operatie gebruikt u nog 1 tot 2 weken het pijnstillende medicijn morfine, en/of paracetamol. Morfine kan invloed hebben op hoe u zich voelt. Het kan bijvoorbeeld zorgen dat u zich suf voelt. Daarom is het geen goed idee om te autorijden of fietsen wanneer u morfine gebruikt. Ook kan u misselijk worden van morfine of last krijgen van verstopping in de darmen. De arts kan iets voorschrijven om dit tegen te gaan.

    U krijgt voor deze medicijnen een recept. Deze kunt u ophalen bij de apotheek.

  5. Na 2 weken heeft u een afspraak bij polikliniek Hart en Vaten. Deze afspraak plannen we bij uw ontslag uit het ziekenhuis. Tijdens deze afspraak controleren we de wond, testen we uw arm, en halen we de hechting uit de wond. En we onderzoeken of u kunt starten met fysiotherapie.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • pijn aan de arm en schouder
    • nabloeding van de wond
    • infectie
    • tintelingen in de arm en/of hand

    Wat te doen bij klachten?

    U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

    • koorts boven de 38°C
    • pijn die steeds erger wordt

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • pijn aan de arm en schouder
  • nabloeding van de wond
  • infectie
  • tintelingen in de arm en/of hand

Wat te doen bij klachten?

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • koorts boven de 38°C
  • pijn die steeds erger wordt

Tips voor thuis

Als u weer thuis bent, moet u met een aantal zaken rekening houden:

  • U mag de 10 tot 14 dagen na de operatie de arm en schouder aan de kant van de operatie wel bewegen, maar niet belasten. Dit betekent dat u niet zwaar mag tillen. En de elleboog mag niet boven de schouder uitkomen.
  • U mag de eerste 3 dagen na de operatie niet douchen. Let er hierna bij het douchen op dat de arm aan de kant waar u geopereerd bent, niet te hoog komt.
  • Probeer om niet op de kant van uw lichaam te slapen waar u geopereerd bent.
  • Draag makkelijk zittende kleding, die u makkelijk aan- en uit kunt trekken.
  • Verder kunt nog een lange tijd moe zijn, dit hoort erbij. Het beste is om hieraan toe te geven.

Als u last heeft van de arm, of de arm voelt zwaar aan, mag u een mitella dragen. Dit mag u zelf beslissen.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?