U krijgt eerst een plaatselijke verdoving. Daarna maken we een snee in het tandvlees en schuiven het opzij om het kaakbot te kunnen zien. In het kaakbot boren we gaatjes, precies zo groot dat het implantaat er in past. Het aantal implantaten is afhankelijk van hoeveel tanden en kiezen we moeten vervangen. Soms is het nodig om extra extra bot aan te brengen. We doen dit met bot van een andere plek uit uw mond of met kunstbot.
Als er te weinig bot is om het implantaat direct te kunnen plaatsen, brengen we eerst alleen bot aan. Door bot tegen de kaak aan te brengen maken we deze breder. Om de bovenkaak te verhogen maken we een luikje naar de neusbijholte. We kunnen nu het slijmvlies in de neusbijholte zien en schuiven dit opzij. Zo komt er ruimte tussen het slijmvlies en de bodem van de neusbijholte. In deze ruimte brengen we bot aan. Daarin komt later het implantaat. Als het bot na 3 tot 4 maanden is vastgegroeid, kunnen we een implantaat plaatsen.
Soms bedekken we de implantaten met tandvlees. In dat geval is het nodig dat we u nog een keer opereren om het tandvlees weg te halen. Meestal is het mogelijk de implantaten direct door het tandvlees te laten steken. Een tweede operatie is dan niet nodig.
Bij het vervangen van ontbrekende voortand(en), maakt de tandarts eerst een tijdelijke kroon of brug op een implantaat. Dit doen we omdat het tandvlees rondom een kroon of brug nog moet herstellen en altijd een beetje terugtrekt. Daardoor wordt een klein randje zichtbaar. Bij een kies achterin de mond ziet u het randje niet, daarom plaatsen we hier direct een definitieve kroon. De tandarts kan u informatie geven over de werkwijze van het maken van een kroon of brug.
Het plaatsen van implantaten in de kaak duurt ongeveer 45-60 minuten.
Het vastgroeien van de implantaten in het bot duurt ongeveer 3 maanden.