Hooikoorts: over de ziekte

​​Hooikoorts is een allergische reactie. Bij hooikoorts komt stuifmeel van grassen, bomen en andere planten in contact met de slijmvliezen van neus en ogen.

Als het lichaam het stuifmeel als mogelijk schadelijk opvat, produceert het antistoffen. Dit lokt een allergische reactie uit.

Bij hooikoorts kunnen de volgende klachten voorkomen:

Neusklachten

  • niezen
  • loopneus
  • verstopte neus
  • jeukende neus
  • minder goed kunnen ruiken
  • pijnlijke bijholten

Oogklachten

  • tranende ogen
  • jeukende en branderige ogen
  • dichte en rondom opgezwollen ogen
  • opzwellend glazig wordend oogwit
  • rood wordende ogen

Oren en Keel

  • jeukende oren en keel
  • dichtzittende oren en keel
  • pijnlijke oren en keel

Longklachten

  • drukkend gevoel op de borst
  • hoesten met of zonder slijm
  • piepende ademhaling
  • ontstaan of verergeren van astma

Andere klachten

Naast bovengenoemde klachten kunt u ook last hebben van vermoeidheid, concentratieproblemen, een koortsachtig gevoel en slaapstoornissen.

Effect op het leven

Hooikoortsklachten variëren van mild naar ernstig. Het kan de dagelijkse activiteiten en het sociaal functioneren negatief beïnvloeden. De arbeidsproductiviteit kan verminderen. De klachten kunnen leiden tot verzuim van werk en school.

Allergische klachten die niet wijzen op hooikoorts

De genoemde klachten wijzen niet altijd op allergie voor stuifmeel. Het is ook mogelijk dat dezelfde allergische klachten worden veroorzaakt door contact met huisstofmijten, dieren, schimmels of latex.​

Veroorzakers van hooikoorts

​​Bomen, grassen en planten produceren stuifmeel. De wind vervoert het stuifmeel van bomen en grassen voor de bevruchting. Hierdoor komt een grote hoeveelheid stuifmeel in de lucht. De slijmvliezen van uw ogen, neus, mond of longen komen in contact met dit stuifmeel. Dit stuifmeel wordt ook wel 'pollen' genoemd. 

Lente- en zomerseizoen

De meeste mensen die last hebben van hooikoorts, hebben klachten in de maanden mei tot en met juli/augustus. Dit is de klassieke hooikoorts die wordt veroorzaakt door stuifmeel van gras. Maar ook buiten deze periode kan hooikoorts ontstaan. In Nederland kan van januari tot oktober stuifmeel in de lucht zijn. Alleen de maanden oktober tot en met december zijn min of meer stuifmeelvrij. Wanneer u precies klachten heeft, hangt af van het type stuifmeel waar u allergisch voor bent. De meest voorkomende planten zijn:

Plant Bloeiperiode
Hazelaar eind december- februari
Els januari – maart
Berk maart -mei
Beuk april - mei
Eik april - mei
Grassen april - september
Bijvoet augustus
Ambrosia september - oktober

Invloed klimaatverandering

De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor hooikoortspatiënten. Door de opwarming bloeien bepaalde planten eerder, zoals de hazelaar, de els en de berk. Een ander gevolg van de klimaatverandering is dat er nieuwe plantensoorten bijkomen, zoals de ambrosia. Deze plant, die veel voorkomt in de Verenigde Staten, komt nu ook naar noordelijk Europa.

Stuifmeelconcentratie

De ernst van uw klachten hangt af van de stuifmeelconcentratie in de lucht. Hoe hoger de stuifmeelconcentratie, hoe meer klachten. Het weer speelt een rol: hoe warmer het is, hoe hoger de stuifmeelconcentratie. Op winderige dagen verspreidt het stuifmeel zich gemakkelijk. Bij regen wordt het stuifmeel uit de lucht gespoeld. ’s Avonds is de hoeveelheid stuifmeel het grootst.

Uw leeftijd

Bij jongeren tot dertig jaar komt hooikoorts het meest voor. Hooikoorts begint meestal rond de puberteit en is op zijn hoogtepunt in het 20e levensjaar. Soms ontstaat hooikoorts al op zeer jonge leeftijd. Jongens hebben er vaker last van dan meisjes. Bij veel mensen nemen de klachten af als zij ouder worden. De oorzaak hiervan is niet bekend.

Erfelijke aanleg

De kans dat u hooikoorts krijgt is groter als in uw familie ook hooikoorts, astma of eczeem  voorkomt.

Relatie met voedselallergie

Hooikoorts kan ook voedselallergie tot gevolg hebben. Dat komt doordat de stoffen die hooikoorts veroorzaken, de allergenen, ook in voeding voorkomen. Bepaalde eiwitten in het stuifmeel van berken komen ook voor in bepaalde fruitsoorten, zoals roosfruit (appel, peer), steenvruchten (pruim, perzik, kersen) kiwi en noten (hazelnoot, amandel, walnoot en paranoot). Bepaalde eiwitten in gras komen ook voor in bijvoorbeeld pinda, wortel, komkommer en aardappel.

Bij het eten van deze producten kunt u jeuk in de mond, keel en oren krijgen. Uw lippen, tong, keel, gehemelte en ogen kunnen opzwellen. Ook kunt u zich benauwd voelen doordat uw keel opzwelt. De kans op een levensbedreigende allergische reactie is in dit geval heel erg klein.

De allergenen in fruit en groentesoorten kunnen door verhitting kapot gaan. Dit betekent dat iemand met allergie voor een appel meestal wel appelmoes of appelsap verdraagt. Het eten van aardappels levert ook geen problemen op, maar aardappels schillen kan wel klachten veroorzaken door contact van rondspattend sap met de huid of slijmvliezen.