Hooikoorts: behandeling

Als u hooikoorts heeft, veroorzaakt stuifmeel bij u een allergische reactie. Het is vrijwel onmogelijk om contact met stuifmeel te voorkomen.

Zodra u buiten bent, komt u ermee in aanraking. U kunt de klachten wel verminderen. Hieronder volgen tips die u kunnen helpen.

Adviezen bij hooikoorts

  • De concentratie stuifmeel is tegen de avond het hoogst. Blijf dan zo veel mogelijk binnen.
  • Houd overdag ramen en deuren gesloten.
  • Maai geen gras als u graspollenallergie heeft.
  • Ga nadat u buiten bent geweest, onder de douche en trek andere kleding aan om het stuifmeel van u te verwijderen.
  • Draag een zonnebril die uw ogen zoveel mogelijk afdekt zodat er geen stuifmeel in uw ogen komt.
  • Houd de ramen van de auto dicht. U kunt ook een stuifmeelfilter kopen voor de luchtventilatie in uw auto.
  • Zet geen verse bloemen in uw huis. Ook stuifmeel hiervan kan allergische klachten veroorzaken.
  • Zorg ervoor dat er niet in uw huis wordt gerookt. Rook irriteert de luchtwegen, ogen, keel en neus en verergert de klachten die door hooikoorts worden veroorzaakt.
  • Heeft u huisdieren, was ze dan regelmatig om het stuifmeel uit hun vacht te verwijderen.
  • Vermijd plattelandsgebieden als u kunt verwachten dat de concentratie stuifmeel hoog is. Bij zee is de concentratie stuifmeel vaak het laagst.
  • Hang buiten geen was te drogen wanneer de concentratie stuifmeel hoog is.
  • Wrijf niet in geïrriteerde ogen, soms helpt het om gezicht en handen te wassen.
  • Breng vaseline aan op de binnenkant van uw neus. Dit voorkomt dat het stuifmeel het slijmvlies bereikt.

Medicijnen bij hooikoorts

Er zijn medicijnen die hooikoortsklachten voorkomen of verminderen. Op deze pagina leest u informatie over de verschillende soorten medicijnen en de werking ervan.

Aan de oppervlakte van de slijmvliezen liggen mestcellen. Dit zijn cellen van het afweersysteem die het stuifmeel herkennen met een soort antenne (immuunglobine E, afgekort IgE). Als mestcellen het stuifmeel herkennen als een schadelijke stof, laten zij stoffen vrij. Deze stoffen veroorzaken allergische reacties:

  • Histamine. Deze stof veroorzaakt vaatverwijding, roodheid, jeuk en vochtverlies (tranende ogen, loopneus).
  • Ontstekingsbevorderende stoffen (zoals interleukinen en leukotriënen). Deze stoffen trekken andere cellen aan die voor een chronische ontsteking zorgen. Hierdoor ontstaat slijmvliesverdikking. U merkt dit doordat uw neus dicht gaat zitten. Het is ook mogelijk dat een ontsteking in de longen optreedt. Het slijmvlies wordt rood en dik en het slijmvlies in de longen raakt geïrriteerd. Hierdoor ontstaat dan benauwdheid, ook wel Seizoensastma genoemd. Bij mensen die al astma hebben kunnen de klachten verergeren.

Er zijn drie soorten medicijnen om uw hooikoortsklachten te verminderen. Dit zijn:

  • Cromonen
  • Anti-histaminica
  • Corticosteroïden (ontstekingsremmers)

Cromonen en anti-histaminica zijn zonder recept verkrijgbaar bij de drogist. Medicijnen die u bij de drogist koopt hebben meestal een lagere concentratie werkzame stof dan de medicijnen die u de arts u voorschrijft.

Mogelijke behandelingen zijn dus:

  • Cromonen verstevigen de mestcel waardoor er minder gemakkelijk histamine vrijkomt. Deze medicijnen kunnen een allergische reactie voorkomen door ze te gebruiken voordat de klachten optreden.


  • Anti-histaminica blokkeren de ‘receptoren’ van andere cellen waarop histamine terechtkomt. Hierdoor kan histamine niet werken. Anti-histaminica werken het beste als u ze een bepaalde periode regelmatig inneemt.


  • Corticosteroïden zijn ontstekingsremmers. Ze vertragen en voorkomen het aantrekken van andere cellen. Hierdoor wordt de allergische ontsteking verminderd, met als gevolg minder klachten van de neus en/of longen. Deze medicijnen kunnen alleen door uw huisarts en/of allergoloog worden voorgeschreven.


Naar uw huisarts

Als u denkt dat u hooikoorts heeft en de adviezen op deze website helpen onvoldoende, dan kunt u een afspraak maken met uw huisarts. Als hij hooikoorts bij u heeft vastgesteld kan hij u medicijnen voorschrijven.

Uw huisarts kan u naar een allergoloog verwijzen als:

  • medicijnen onvoldoende helpen;
  • u last heeft van bijwerkingen van de medicijnen; 
  • u door de hooikoorts vermoeid bent en niet meer goed functioneert; 
  • u astmatische klachten heeft;
  • u naast hooikoorts voedselallergie heeft;
  • u allergie wilt voorkomen.

Overzicht werkzame stoffen

Voorkomen hooikoorts: immunotherapie

​Als u hooikoorts heeft, kan de allergoloog u immunotherapie met inhalatieallergenen voorstellen. Deze therapie bestaat uit het toedienen van allergenen in steeds hogere concentraties. Het doel hiervan is om u minder allergisch te maken. Dit wordt ook wel desensibiliseren genoemd. Deze therapie duurt in totaal 3-4 jaar.

Het voordeel van immunotherapie is dat de therapie uw klachten zowel kan verminderen als voorkomen. Daarom is deze behandeling zeker de moeite van het overwegen waard. De behandeling werkt echter niet altijd en is niet voor iedereen geschikt. De allergoloog bekijkt daarom vooraf goed of dit een geschikte behandeling voor u is.

Toedienen van de allergenen

Het toedienen van de allergenen kan door:

  • een injectie in de bovenarm
  • het druppelen onder de tong
  • het innemen van een tablet

Verloop immunotherapie

De beginfase van de immunotherapie vindt in het ziekenhuis plaats. Op de eerste dag krijgt u kleine onderhuidse prikjes met een oplopende concentratie. Dit doet geen pijn. Tussen elke injectie zit een half uur. Dit is nodig om te zien hoe uw lichaam reageert op de ingespoten stof. Op de prikplaats ontstaat soms een muggebeet-achtige reactie. Een heel enkele keer ontstaat een echte allergische reactie. Daarom moet u in het begin in het ziekenhuis worden behandeld.

Na de eerste dag komt u zeven weken achter elkaar één keer per week terug voor 1 injectie waarbij steeds een beetje meer allergeen wordt toegediend. Na zeven weken heeft u de onderhoudsdosering bereikt. Vervolgens komt u één keer per maand langs voor een injectie.

Deze injecties blijft u halen tot en met het eerste pollenseizoen. Als alles goed gaat en u het eerste pollenseizoen geen klachten heeft gehad, kan uw huisarts de behandeling overnemen.

In de brochure 'Immunotherapie met inhalatieallergenen' (pdf | 172 kB) leest u meer over immunotherapie.