Preventieve behandeling
Operatie aan de halsslagader
Als bij het duplex-onderzoek is vastgesteld dat één van de halsslagaders ernstig vernauwd is kan een vaatchirurg de binnenste laag van de vaatwand weghalen. Zo’n operatie heet een halsslagaderoperatie of een carotisendarteriëctomie.
Of een operatie van de halsslagader voor een patiënt een optie is hangt af van de mate van de vernauwing en de conditie. Het besluit om te opereren wordt door de neuroloog en de vaatchirurg in samenspraak met de patiënt genomen.
Bij elke operatie heeft de patiënt kans op complicaties, zoals:
- wondinfectie
- longontsteking
- trombose
- longembolie
Bij een operatie aan de halsslagader is er ook een kans op specifieke complicaties, zoals:
- een beroerte
- een hartinfarct
- een hersenbloeding door tijdelijke verhoging van de bloeddruk na de operatie
- slikproblemen of problemen met de beweging van de tong, door een zenuwbeschadiging
- nabloedingen vanwege de extra bloedverdunning bij deze operatie
- doof gevoel aan de kin, dat meestal na verloop van tijd verdwijnt
Omdat de complicaties ernstig kunnen zijn is een operatie aan de halsslagader een operatie met risico. Alleen ervaren vaatchirurgen mogen deze operatie uitvoeren.
Plaatsing van een stent
Via een katheter schuift de arts vanuit de slagader in de lies een ballonnetje naar de vernauwing in de halsslagader. Door het ballonnetje op te blazen rekt de vaatwand op. Bij deze behandeling plaatst de arts ook altijd een stent. Dit is een buisje dat het bloedvat openhoudt. Het plaatsen van een sten is nog een experimentele behandeling.
Wanneer een patiënt niet in aanmerking komt voor een operatie, dan is het vaak wel mogelijk om de vernauwing op te heffen met een dotterbehandeling. Dit is bijvoorbeeld het geval als de lichamelijke conditie een operatie niet toelaat.
Net als bij de halsslagaderoperatie is er een kans op een beroerte als een stolseltje losraakt en doorschiet naar de hersenen.
Acute behandeling
Trombolyse
Trombolyse is in een behandeling waarbij via een sterke bloedverdunner het stolsel in een bloedvat, waardoor het herseninfarct is ontstaan, wordt opgelost. Hiervoor krijgt u het medicijn rt-PA ofwel Alteplase via een infuus toegediend.
Het is voor een succesvolle behandeling van groot belang dat de behandeling zo snel mogelijk begint. Binnen 4,5 uur na het ontstaan van het herseninfarct moet de behandeling beginnen. Daarna is de behandeling beduidend minder effectief.
Een neveneffect van de trombolysebehandeling is dat uw bloed een aantal uren niet goed stolt. De behandeling met trombolyse heeft dan ook risico’s zoals het optreden van een hersenbloeding (5%), of een bloeding elders in het lichaam.
De behandeling mag daarom alleen worden toegepast bij mensen die op dat moment niet actief bloeden (bijv. een hersenbloeding) of een verhoogd bloedingsrisico hebben. Daarnaast zijn er nog een aantal andere redenen om van de behandeling af te zien. Voorbeelden hiervan zijn:
- een recente grote operatie,
- een maagbloeding,
- een eerdere hersenbloeding,
- een verhoogde bloeddruk bij opname,
- of wanneer er sprake is van een snelle verbetering van de symptomen en er sprake is van een TIA.
De hoeveelheid Alteplase die u krijgt toegediend hangt af van uw lichaamsgewicht. Het eerste deel (10 %) dient de arts toe terwijl u nog op de spoedopvang van het UMCG ligt. De rest van het medicijn krijgt u van een verpleegkundige van de verpleegafdeling neurologie. Tijdens het toedienen van het medicijn wordt u overgeplaatst naar de Stroke Care Unit.
Intra-arteriële trombolyse
Wanneer trombolyse via het infuus onvoldoende effect heeft, of wanneer u niet via een infuus met trombolyse behandeld kan worden, wordt soms gekozen voor een 'dotterprocedure'. Deze behandeling is vergelijkbaar met wat er momenteel veel in de cardiologie gebeurt bij kransslagadervernauwingen.
Tijdens een zogenaamde intra-arteriële trombolyse gaat de arts via de slagader in de lies met katheters naar de hersenslagaders toe om daar het bloedstolsel weg te halen. Soms gebeurt dat in combinatie met lokaal toegediende bloedverdunners. Deze behandeling is momenteel nog experimenteel.
Secundaire behandeling
Als u een TIA of herseninfarct heeft gehad krijgt u, na de eerste opvang en eventuele behandeling, medicijnen die het ontstaan van een nieuwe beroerte moeten voorkomen. Welke medicijnen u voorgeschreven krijgt is afhankelijk van het soort beroerte u gehad heeft maar u kunt denken aan:
- Bloedverdunners; deze medicijnen zorgen er voor dat het bloed minder snel stolt.
- Bloeddrukverlagers; deze medicijnen zorgen er voor dat de bloeddruk vermindert waardoor het risico op verkalking van de vaten afneemt.
- Cholesterolverlagers; deze medicijnen verminderen het cholesterolgehalte in het bloed waardoor de kans op dichtslibben van de vaten afneemt.
Deze medicijnen worden meestal gezamenlijk voorgeschreven, ook als er bijvoorbeeld geen sprake is van hoge bloeddruk. Uit onderzoek blijkt dat de combinatie van deze medicijnen de beste bescherming tegen een nieuwe beroerte geeft.
Daarnaast krijgt u het advies uw leefstijl waar nodig aan te passen:
- rook niet;
- eet gezond (zo weinig mogelijk verzadigd vet en zout);
- heeft u overgewicht, val dan af;
- beweeg minimaal dertig minuten per dag;
- vermijd stress.