Elektrofysiologisch onderzoek en ablatie

Een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) is een inwendig onderzoek van het hart. We doen dit onderzoek als iemand een hartritmestoornis heeft. Als het kan, behandelen we de ritmestoornis tijdens het onderzoek direct met een ablatie.

Wanneer doen we een elektrofysiologisch onderzoek (EFO)?

Met een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) sporen we hartritmestoornissen op. Dit doen we met stroomstootjes (elektrische prikkels) via 1 van de elektrode katheters. Zo proberen we een ritmestoornis op te wekken en af te beelden. Het onderzoek geeft precieze informatie over een ritmestoornis. Het geeft aan wat voor soort ritmestoornis het is en waar in het hart de ritmestoornis ontstaat. We kunnen tijdens de EFO ook meteen de ablatiebehandeling doen.

Wat is ablatie?

Ablatie is het wegbranden of bevriezen van een stukje hartweefsel. De hartritmestoornissen komen door dat hartweefsel. Soms behandelen we het hartweefsel met een elektrisch schokje. Dit heet ook wel elektroporatie. Door het wegbranden of bevriezen ontstaat een litteken in het hart. Dat zorgt ervoor dat de elektrische prikkels geen ritmestoornis meer kunnen veroorzaken in het hart. Soms moeten we op meer plekken in het hart een litteken maken.

Er zijn verschillende soorten ablaties:

  • ablatie van ritmestoornis uit de hartboezem
  • ablatie boezemfibrilleren (longaderen)
  • ablatie van ritmestoornissen uit de hartkamer
  • ablatie van de bundel van His, net onder de AV-knoop  

Eerste gesprek

Uw cardioloog kan u verwijzen naar het Hartcentrum. Soms heeft u een afspraak bij de cardioloog op de polikliniek Hart en Vaten in het UMCG. We maken dan nog een echo via de slokdarm om te kijken of er geen stolsels zitten in de hartboezems. Als dat wel zo is, krijgt u eerst een behandeling met bloedverdunners. Bij stolsels is er namelijk een grote kans op het krijgen van complicaties.

Een EFO ablatie is een dagbehandeling. Dit betekent dat u meestal dezelfde dag weer naar huis gaat.

Het onderzoek stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de EFO-ablatie voorbereidt. Bijvoorbeeld wat u mag eten en drinken op de ochtend van uw behandeling. En welke medicijnen u wel of niet mag gebruiken.

    Contactlenzen, sieraden en piercings moeten uit of af voor de behandeling. Laat de sieraden thuis. Heeft u uw nagels gelakt? Of heeft u kunstnagels? Haal dit weg voor u naar het ziekenhuis komt. Tijdens de ingreep krijgt u een soort knijpertje op uw vinger. Daarmee kunnen we steeds het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Dat lukt niet goed als er iets op de nagels zit.

    U kunt na de EFO ablatie niet alleen naar huis. Vraag daarom van tevoren iemand die u thuis kan brengen.

  2. Een EFO-ablatie is een dagbehandeling. Dit betekent dat u meestal dezelfde dag weer naar huis gaat. Soms nemen we u op en blijft u een nacht in het ziekenhuis. We nemen u dan 1 dag vóór of op de dag van de behandeling op. Dit bespreken we vooraf met u. U gaat hiervoor naar de afdeling Cardiologie. In het ziekenhuis heeft u gesprekken met verschillende medewerkers.

  3. De cardioloog heeft tijdens het eerste gesprek met u besproken of u tijdens het onderzoek wakker bent of dat u in slaap wordt gebracht. U krijgt vlak voor het onderzoek een infuusnaald op de rug van uw hand of uw arm. Via het infuus krijgt u tijdens het onderzoek medicijnen en infuusvloeistof.

    Voor het onderzoek en de eventuele behandeling krijgt u een plaatselijke verdoving in de lies. Hier gaan de elektrodekatheters via hulsjes de ader in. Via de katheters kunnen we de elektrische activiteit van uw hart meten. Zo kunnen we erachter komen welke hartritmestoornis u heeft.

    Vaak wekken we de hartritmestoornis op door extra prikkels naar het hart te sturen. Dit gaat meestal vanzelf weer over. Als dat niet gebeurt, krijgt u via de katheter korte elektrische prikkels om de stoornis weer te stoppen. Soms krijgt u via het infuus ook medicijnen (anti-aritmica). Soms is een elektrische schok nodig die het hartritme herstelt. Dit heet elektrische cardioversie en gebeurt onder een lichte narcose.

    De ablatie

    Als duidelijk is wat het probleem is en welke behandeling er nodig is, behandelen we meestal de hartritmestoornis direct met ablatie. We maken dan littekens op het hartweefsel met een klein elektrisch schokje (elektroporatie) of door de katheter te verwarmen (radiofrequente ablatie) of te bevriezen. De littekens zijn maar een paar millimeter groot. Het littekenweefsel houdt de prikkels tegen die de hartritmestoornis veroorzaken.

    Het opwarmen of bevriezen van de katheter duurt steeds een halve minuut tot een paar minuten. U voelt een warm of branderig gevoel, dat soms pijnlijk is. Hiervoor krijgt u via het infuus extra medicijnen.

    Behandeling met een elektrisch schokje (elektroporatie) gebeurt altijd onder narcose. U merkt dan niks van de behandeling. Na de efo-ablatie halen we de katheters er weer uit via de lies. Om bloeduitstortingen te voorkomen maken we de prikplek in de lies dicht met een speciale hechting en een drukverband.

    Het onderzoek en de ablatie duren samen ongeveer 2 uur.  

  4. Na de behandeling gaat u terug naar de verpleegafdeling. De hechting en drukverband blijven na de behandeling een paar uur zitten. Op de afdeling halen we de hechting uit de lies en krijgt u een nieuw drukverband.

    U moet een paar uur, maar soms ook tot de volgende ochtend in bed blijven. Als het nodig is, bewaken we uw hartritme.

  5. U komt nog een paar keer voor controle naar de polikliniek. Meestal is dat in uw eigen ziekenhuis. Hoe lang u onder controle blijft, hangt af van de ritmestoornis.

    Na de behandeling heeft u meestal geen medicijnen voor de ritmestoornis (anti-aritmica) meer nodig. Dit bespreken we tijdens de eerste controle op de polikliniek na de ablatie met u. Soms komt de ritmestoornis toch terug. Als u daar erg veel last van heeft, kunnen we een ablatie nog een keer doen.

    Thuismonitoring

    Na een ablatiebehandeling voor boezemfibrilleren heeft u soms nog hartritme klachten. Daarom houden we graag uw hartritme bij op de momenten dat u klachten heeft. Dit doen we met thuismonitoring. Via een app houden we uw hartritme op afstand in de gaten. Uw zorgverlener legt u uit hoe de app werkt. 

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. De risico’s bij dit onderzoek en de ablatie zijn klein. De meest voorkomende complicaties zijn gelukkig niet ernstig en u geneest hier goed van. De volgende problemen kunnen voorkomen:

  • bloeduitstortingen op de plek waar we u prikken
  • beschadiging van de middenrifzenuw
  • een verbinding (fistel) tussen de liesader en liesslagader. Of een uitstulping van de liesslagader bij de aanprikplaats van de lies
  • allergische reactie door de gebruikte medicijnen, jodium of door materialen zoals plakkers en pleisters
  • vocht in het hartzakje door een beschadiging van de hartspier
  • hartinfarct
  • herseninfarct of TIA (beroerte)
  • beschadiging van het systeem dat ervoor zorgt dat het hart klopt
  • een gaatje in de hartboezemwand met een verbinding naar de slokdarm

Wat te doen bij klachten

U krijgt als u naar huis gaat informatie van ons over wat u moet doen als u klachten krijgt. Bijvoorbeeld klachten zoals:

  • een groter wordende zwelling in de lies
  • een bloeding in de lies
  • toenemende pijn
  • duidelijk warm of koude aanvoelende lies, been of voet
  • verkleuring van het been of de voet
  • benauwdheid
  • jeuk die niet overgaat
  • rode bultjes of plekjes op de huid
  • slikklachten
  • duizeligheid

Leefregels

Na de behandeling zijn er een paar dingen waar u rekening mee moet houden:

  • Meestal kunt u 3 dagen na de ingreep weer autorijden
  • U mag gewoon douchen. Na 3 tot 4 dagen mag u weer in bad.
  • De dag na de behandeling mag u de pleister weghalen en de huid schoonmaken met water en zeep. Als de wond weer gaat bloeden, houdt er 15 minuten een schoon doekje of gaasje op.
  • U mag de eerste week geen druk op de lies zetten, niet persen, niet zwaarder dan 5 kilo tillen.
  • Na 48 uur mag u wel weer licht huishoudelijk werk doen.

Kans op succes

Bij de meeste ritmestoornissen uit de boezem is de kans op succes heel groot, bijna 100%. Voor andere ritmestoornissen, zoals kamerritmestoornissen, ligt de succeskans lager. Uw persoonlijke situatie speelt daarbij een belangrijke rol. Uw cardioloog bespreekt de kansen en vooruitzichten met u.

Bij boezemfibrilleren is het succespercentage 70-90% na 1 jaar. Dat wil zeggen dat u na 1 jaar 70-90% kans heeft dat u geen of veel minder last meer heeft van de ritmestoornissen.

Samenwerken voor de beste zorg

De ziekenhuizen, cardiologen en huisartsen in Groningen en Drenthe werken samen binnen HartNet. Zo krijgt u altijd de juiste zorg op de juiste plek.

De samenwerkende ziekenhuizen binnen HartNet zijn: Martini Ziekenhuis, Ommelander ziekenhuis Groningen, Treant, Wilhelmina Ziekenhuis Assen en Universitair Medisch Centrum Groningen.

Heeft u nog vragen?

U kunt het Hartcentrum bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.