We kunnen het weefsel op 2 manieren uit de placenta halen: via de vagina, of via de buik. Waar we voor kiezen hangt af van hoe de placenta ligt en hoe lang je zwanger bent. Meestal kunnen we de vlokkentest via de vagina doen.
We maken een echo om te zien waar we het weefsel het best kunnen weghalen. Met het echoapparaat blijven we de hele tijd meekijken tijdens het onderzoek.
De vaginale vlokkentest
In de kleedkamer kleed je je van onderen uit. In de onderzoekskamer ga je in een speciale stoel met beensteunen zitten. De gynaecoloog brengt een eendenbek (speculum) in de vagina. Met een klein tangetje halen we in 1 of 2 keer een stukje van de placenta af. Je hebt geen verdoving nodig, het onderzoek doet meestal geen pijn. Daarna kun je je weer aankleden.
Vlokkentest via de buikwand
Tijdens de vlokkentest via de buikwand lig je op de onderzoektafel. Je hoeft alleen de buik bloot te maken. We maken je buik schoon en verdoven de huid met een dun naaldje. De gynaecoloog prikt dan 1 of 2 keer via de buik in de placenta. Met een dunne naald zuigen we dan de vlokken op. Door de verdoving heb je geen pijn meer, maar het kan wel wat gevoelig aanvoelen.
Het totale onderzoek duurt ongeveer 20 minuten. Hiervan duurt het opzuigen van de vlokken een paar minuten.
Mislukte vlokkentest
Het kan gebeuren dat een geplande vlokkentest niet kan doorgaan of niet lukt. Bijvoorbeeld omdat het te vroeg in de zwangerschap is of omdat de placenta niet goed ligt. Als dit bij jou het geval is, bespreekt de gynaecoloog wat er wel mogelijk is.