Na een keizersnede ben je behalve kraamvrouw, ook operatiepatiënt. Dit betekent dat je extra zorg nodig hebt, voordat jij en je baby weer naar huis kunnen gaan. De zorg na een keizersnede is voor iedere kraamvrouw anders, maar meestal verblijf je 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis.
Dag van de keizersnede
Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer. Je hebt een infuus en een blaaskatheter voor het afvoeren van de urine. We controleren je bloeddruk en polsslag. Als alle controles goed zijn ga je naar de kraamafdeling. Je partner mag dag en nacht bij je blijven.
We komen regelmatig langs om te kijken hoe het met jou en de baby gaat. We controleren bij jou je baarmoeder, de wond, de bloeddruk, de polsslag, het bloedverlies en de hoeveelheid urine. Bij de baby controleren we de temperatuur, het plassen en poepen. En we helpen je met het voeden van de baby.
Je kunt last hebben van pijn van de wond en naweeën. Je mag/krijgt hiervoor pijnstilling. Ook een warme doek helpt soms goed tegen naweeën.
Na een keizersnede kun je borstvoeding geven. Heb je een ruggenprik gehad dan kun je je baby bij de eerste zuigreflex aanleggen. Bij een narcose kun je beginnen met borstvoeding als je zelf bent bijgekomen. Na een aantal uren of eventueel de volgende ochtend kan vaak de katheter er uit, je moet dan binnen 6 uur plassen. Dat doe je op het toilet op een po, zodat we kunnen zien of je genoeg plast.
Dag 1
De dag na de operatie nemen we wat bloed bij je af om te controleren of je misschien bloedarmoede hebt. Je mag uit bed en een rondje lopen. Je kunt nog wat duizelig zijn bij het opstaan. Als je baby op de afdeling Neonatologie ligt, kun je (in je bed of rolstoel) naar je baby toe. Je kunt je baby bewonderen en aanraken. Als het goed gaat met de baby, mag je je baby vasthouden en buidelen.
Dag 2
Meestal mag je op de tweede (of de derde) dag naar huis. De eerste 8 tot 10 dagen na de keizersnede horen bij de kraamtijd. We dragen de zorg voor jou en je baby daarom over aan je verloskundige of huisarts en de kraamzorg thuis.