PET-scan

Een PET-scan, een ‘positron emissie tomografie’ is onderzoek waarmee we met een radioactieve stof bepaalde processen van weefsels of organen kunnen bekijken. De afkorting ‘PET’ staat voor ‘positron emissie tomografie'.

Een PET-scan doen we om te zien of iemand een bepaalde aandoening heeft. Zoals kanker of een ontsteking van bijvoorbeeld het hart of de lymfeklieren. We gebruiken daarbij een tracer, een radioactieve stof die wordt opgenomen door het lichaam. De manier waarop de weefsels en organen de stof opnemen, zegt iets over de processen in het lichaam. Daaruit kunnen we afleiden wat er aan de hand is.

Bijvoorbeeld: kanker- en ontstekingscellen hebben vaak een hoge stofwisseling. Ze gebruiken meer suiker dan normale weefsels. We gebruiken dan vaak de stof FDG als tracer. Dit is een radioactieve glucose die op dezelfde manier wordt opgenomen door weefsels als suiker. Kanker- en ontstekingscellen nemen veel van deze stof op. Met radioactieve straling kunnen we daarna in beeld brengen welke delen van het lichaam veel van de stof opnemen en welke weinig.

Hoe verloopt een PET-scan?

Het onderzoek stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt. U mag in elk geval vanaf 6 uur voor het onderzoek niet eten en drinken. 

    Laat ons vóór het onderzoek weten of u:

    • suikerziekte heeft en insuline spuit. U krijgt dan een aangepaste voorbereiding om te voorkomen dat uw glucosespiegel ontregeld wordt.
    • (misschien) zwanger bent of borstvoeding geeft.

    Bel naar (050) 361 35 41.

  2. U gaat voor dit onderzoek naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde en Moleculaire Beeldvorming.

  3. Op de dag zelf krijgt u eerst uitleg over het onderzoek. Daarna krijgt u de tracer via een infuus in een ader. Welke stof u krijgt, hangt af van wat we onderzoeken. Als we willen onderzoeken of u een tumor heeft of juist niet, ​gebruiken we meestal de stof FDG.

    Uw lichaam heeft even tijd nodig om de radioactieve stof op te nemen. Deze ‘inwerktijd’ is ongeveer 20 tot 90 minuten, afhankelijk van de stof die u krijgt. Het is belangrijk dat u in deze tijd niet eet, niet praat en zich niet inspant. Drink van tevoren een halve liter water. Dit zorgt ervoor dat u vóór het onderzoek het teveel aan de vloeistof uitplast.

    U kleedt zich na de inwerktijd voor een deel uit en gaat op de onderzoekstafel liggen. U schuift daarna met de onderzoekstafel langzaam door de PET-scanner, die dan opnames van uw lichaam maakt. Door zo stil mogelijk te liggen, krijgen we goede beelden.

    Het onderzoek duurt minstens 1 uur. Afhankelijk van het onderzoek kan het ook langer duren, wel meer dan 2 uur. Dit is met 30 minuten voorbereiding, 20-90 minuten inwerktijd en 20-60 minuten scantijd. Soms maken we behalve een PET-scan ook een CT-s​can

  4. U kunt na een PET-scan gewoon naar huis. U hoeft niets te doen of te laten. De stof die u nog niet heeft uitgeplast, plast u binnen een paar uur na het onderzoek weer uit. Als u borstvoeding geeft, krijgt u advies over wat u het beste kunt doen. 

  5. Uw arts belt u voor de uitslag of vertelt u die tijdens een afspraak. U kunt de uitslag ook in mijnUMCG bekijken.

Veiligheid van het onderzoek

Bij een PET-scan krijgt u radioactieve stof in uw lichaam. U plast de radioactieve stof gewoon weer uit.

Straling kan slecht voor de gezondheid zijn, maar alleen bij heel veel straling. Tijdens dit onderzoek gebruiken we heel weinig straling. Dit is verder niet schadelijk. 

Heeft u nog vragen?

U kunt de afdeling Nucleaire Geneeskunde en Moleculaire Beeldvorming bellen van maandag tot en met vrijdag, van 8.30-12.00 en van 14.00-16.30 uur.