Nierverwijdering

Een nierverwijdering is een operatie waarbij we de helemaal of voor een deel weghalen. Een nierverwijdering heet ook wel een nefrectomie.

Een nierverwijdering is vaak de eerste stap in de behandeling van nierkanker. Andere redenen voor een nierverwijdering zijn:

  • een nier die niet goed werkt
  • een niertrauma, dit is een plotselinge, ernstige nierbeschadiging
  • een nierabces, dit is een met pus gevulde holte in de nier
  • een nierontsteking
  • terugkerende infecties, bloedingen of pijn bij cystenieren.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief en informatie waarin staat hoe u zich voorbereidt. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, is het belangrijk dat u daar voor de operatie mee stopt, bijvoorbeeld. Uw arts vertelt u of en wanneer u moet stoppen.

    U heeft voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Een verpleegkundige vertelt u over de operatie en de voorbereidingen.

    Vanaf 6 uur voor de operatie mag u niets meer eten en alleen nog heldere vloeistoffen drinken. Dus water, thee zonder suiker, gezeefde bouillon of appelsap. Vanaf 2 uur voor de operatie mag u ook niets meer drinken.

  2. Meestal wordt u op de ochtend voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis, soms een dag van tevoren.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. Soms krijgt u vooraf al pijnstillers en antibiotica. U gaat voor deze operatie onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader of een ruggenprik. U krijgt een beademingsbuis in uw luchtpijp en een katheter in de plasbuis. Dit is een slangetje dat de plas uit de blaas afvoert.

    Weghalen deel van de nier

    Als we een deel van de nier weghalen, dan verwijdert de arts een driehoekig deel van de nier met daarin de afwijking. Daarna hechten we de wond in de nier. Als de tumor dieper in de nier ligt, plaatsen we bij deze operatie een drain tussen de nier en de blaas. Dit is een slangetje dat ervoor zorgt dat de urine naar de blaas blijft lopen. Deze drain wordt later weggehaald.

    Weghalen hele nier

    Als we de hele nier weghalen, gebeurt dat meestal met een kijkoperatie. De arts maakt daarvoor meerdere kleine sneetjes en 1 grote snee in de buik of in de flank. Dit is de zijkant van de buik, tussen de onderste rib en de heup. We maken dan de nier los van de bloedvaten en de urineleider. Soms is het nodig ook de bijnier of lymfeklieren weg te halen.

    Daarna hechten we de wond. Dit gebeurt meestal onder de huid en die hechtingen lossen vanzelf op. We halen de beademingsbuis weg.

    De operatie duurt ongeveer 3 uur. U blijft ongeveer 7 dagen in het ziekenhuis.

  4. Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Als u goed wakker bent gaat u naar de verpleegafdeling. Op de dag van de operatie blijft u in bed. We komen regelmatig langs om te kijken hoe het gaat. We controleren dan onder meer uw bloeddruk, hart en temperatuur. U krijgt medicijnen tegen de pijn.

    Na de operatie heeft u:

    • een infuus voor vocht
    • een blaaskatheter voor het afvoeren van plas
    • een drain voor het afvoeren van wondvocht
    • een neusslang voor zuurstof
    • soms een pijnpomp , waarmee u medicijnen tegen de pijn kunt krijgen

    Meestal halen we de zuurstofslang op de dag van de operatie weg. Elke dag komt er een arts langs om te kijken hoe het met u gaat. En er komt een medewerker langs om te vragen of u meer of minder medicijnen nodig hebt. Als er weinig of geen wondvocht meer afvloeit, halen we de drain weg. U krijgt ook elke dag een injectie tegen trombose.

    U kunt naar huis als:

    • u geen koorts heeft
    • u goed voor uzelf kunt zorgen
    • u normaal eet
    • u normale ontlasting heeft
    • er thuiszorg is geregeld, als u dit nodig heeft

    U krijgt informatie over hoeveel paracetamol u thuis kunt nemen als u pijn heeft. De wond moet droog blijven. Gebruik daarom geen pleister die afsluit en dep de wond droog na het douchen.

    Elke dag bewegen is belangrijk. U herstelt sneller en heeft minder kans op trombose. U kunt alleen beter 6-8 weken niet zwaar tillen. Zwaar huishoudelijk werk en fietsen kunt u het beste opbouwen.

    Het duurt ongeveer 3-6 weken voordat u hersteld bent. Hoelang dit precies duurt, hangt af van uw conditie en gezondheid.

  5. Als we een tumor en lymfeklieren hebben weggehaald, onderzoeken we dit weefsel op kankercellen. U krijgt de uitslag daarvan meestal binnen 2 weken na de operatie van uw arts.

  6. 2-3 dagen nadat u naar huis bent gegaan, bellen we u om te vragen hoe het met u gaat. Na ongeveer 2 weken heeft u de 1e controle-afspraak. Als we een tumor hebben weggehaald, krijgt u dan ook de uitslag van het onderzoek. U bespreekt dan ook of u verder behandeling nodig heeft. En hoe vaak u controles krijgt. Meestal is dat 1-2 keer per jaar, 5-10 jaar lang.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties.

    Na de operatie kunt u last hebben van:

    • pijn bij het ademhalen door de operatiewond
    • darmen die slecht werken waardoor u moeilijk kunt poepen
    • moe zijn en zwak voelen
    • misselijkheid

    Dit is normaal en gaat vanzelf over.

    De behandeling verloopt meestal zonder problemen. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Die noemen we ook wel complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • een infectie van de operatiewond
    • een longontsteking
    • een nabloeding
    • lekkende urine (als er een deel van de nier is weggehaald)
    • soms duurt het wat langer voordat de darmen weer normaal werken

    Als u maar 1 nier heeft en we een deel daarvan weghalen, kan het deel van de nier dat overblijft problemen krijgen om zijn werk te doen. Dit kan soms betekenen dat u dialyse moet krijgen. Tijdelijk, of voor de rest van uw leven.

    Bel uw huisarts als:

    • u blijvende buikpijn heeft die niet stopt als u pijnstillers gebruikt
    • u koorts heeft boven de 38,5 C of langer dan 24 uur boven de 38°C
    • de wond rood wordt, pijn gaat doen of als er pus uit komt

    Als dat nodig is, neemt uw huisarts contact op met uw uroloog.


  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.


    Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

    • Antibiotica-team

      Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

    • Artsen-microbioloog

      Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

    • Hygiëne voor bezoekers

      Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

    • Infectiepreventie in het ziekenhuis

      Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties.

Na de operatie kunt u last hebben van:

  • pijn bij het ademhalen door de operatiewond
  • darmen die slecht werken waardoor u moeilijk kunt poepen
  • moe zijn en zwak voelen
  • misselijkheid

Dit is normaal en gaat vanzelf over.

De behandeling verloopt meestal zonder problemen. Heel soms zijn er bijkomende problemen. Die noemen we ook wel complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • een infectie van de operatiewond
  • een longontsteking
  • een nabloeding
  • lekkende urine (als er een deel van de nier is weggehaald)
  • soms duurt het wat langer voordat de darmen weer normaal werken

Als u maar 1 nier heeft en we een deel daarvan weghalen, kan het deel van de nier dat overblijft problemen krijgen om zijn werk te doen. Dit kan soms betekenen dat u dialyse moet krijgen. Tijdelijk, of voor de rest van uw leven.

Bel uw huisarts als:

  • u blijvende buikpijn heeft die niet stopt als u pijnstillers gebruikt
  • u koorts heeft boven de 38,5 C of langer dan 24 uur boven de 38°C
  • de wond rood wordt, pijn gaat doen of als er pus uit komt

Als dat nodig is, neemt uw huisarts contact op met uw uroloog.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt naar de polikliniek Urologie bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.