Neuromodulatie

Neuromodulatie is een behandeling voor patiënten met ernstige chronische pijn. We plaatsen een elektrode dichtbij het ruggenmerg. De elektrode geeft elektrische stroompjes af. Hiermee veranderen we de signalen die het ruggenmerg naar de hersenen stuurt. De patiënt ervaart zo minder pijn.

Neuromodulatie is een behandeling voor patiënten met:

  • blijvende, uitstralende pijn naar been of arm, na eerdere rug- of nek operatie(s)
  • pijn in voet of been door het complex regionaal pijnsyndroom (CRPS/ dystrofie)
  • diabetische neuropathie en dunnevezelneuropathie

Hoe werkt het?

Bij neuromodulatie plaatsen we een elektrode dichtbij het ruggenmerg. Die sluiten we aan op een apparaatje: de neurostimulator. Dit is een soort batterij die lijkt op een pacemaker. Uit de neuromodulator komen elektrische stroompjes, die via de elektrode(n) naar uw ruggenmerg gaan. Het ruggenmerg wordt hierdoor gestimuleerd om andere signalen naar de hersenen te sturen.

Eerste gesprek

Een huisarts of medisch specialist kan u naar ons verwijzen voor de behandeling neuromodulatie. U krijgt dan een afspraak voor een intakegesprek. Vooraf vult u een aantal vragenlijsten in.

Tijdens het intakegesprek bespreken we wat er al tegen de pijn is gedaan en welke medicijnen u gebruikt. We bespreken wat u kunt verwachten van de behandeling, de gevolgen van de behandeling en de leefregels bij neuromodulatie. Ook krijgt u een gesprek met een pijnpsycholoog. 

Omdat neuromodulatie een intensieve behandeling is, kijken we eerst of een andere behandeling misschien beter geschikt is. Bijvoorbeeld TENS, medicijnen of zenuwblokkades. Ook fysiotherapie of pijnrevalidatie kan soms helpen. Is voor u neuromodulatie geschikt, dan maken we met u een afspraak.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt u een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt.

    Voor de operatie heeft u eerst een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre-operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA) in het UMCG.

  2. Voor de operatie gaat u naar het Operatief Dagbehandeling Centrum (ODBC).

  3. De behandeling bestaat uit het plaatsen van het neuromodulatie systeem. U krijgt hiervoor 2 operaties: een ‘proefimplantatie’ en een ‘definitieve plaatsing’.

    Proefimplantatie

    U ligt tijdens de operatie op uw buik. De operatie vindt plaats onder sedatie. Dit betekent dat u voor het plaatsen van de neurostimulator een roesje krijgt, waardoor u deels wakker bent. Zo zoeken we samen het pijngebied op. Tijdens de eerste operatie plaatsen we 1 elektrode in de holle ruimte aan de achterkant van het ruggenmerg. Dit is de epidurale ruimte. De elektrode sluiten we aan op een kastje met een batterij die u buiten uw lichaam draagt. Hiermee gaat u naar huis. U test dit een week lang. Soms verlengen we deze proefweek.

    De operatie duurt ongeveer 2 uur.

    Definitieve plaatsing

    Na de proefweek bespreken we of u een inwendige batterij krijgt. Meestal vindt deze operatie een week na de proefimplantatie plaats. Bij de definitieve plaatsing krijgt u een batterij in uw lichaam. De batterij is te vergelijken met een pacemaker. We plaatsen in overleg de batterij links of rechts en meestal in de bil. De operatie duurt ongeveer een uur.

  4. Na de eerste operatie gaat u naar de uitslaapkamer van het Dagbehandelcentrum. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling van Neurochirurgie. U moet tot de ochtend na de operatie zoveel mogelijk op uw rug blijven liggen en u mag niet uit bed. De volgende dag controleren we de instellingen van het systeem en maken we nog een röntgenfoto. Als alles goed gaat, mag u naar huis.

    Na de definitieve plaatsing van de batterij in uw lichaam, mag u nog dezelfde dag naar huis.

  5. In de proefweek komt u op dag 3 en dag 6 voor controle naar het Pijncentrum. We bekijken de operatiewond en bespreken de resultaten van de neurostimulator. Ook na de definitieve plaatsing blijft u onder controle. U komt in ieder geval een week en 1, 3, 6 en 12 maanden na de definitieve plaatsing langs. We bespreken hoe het met u gaat en zoeken samen naar de juiste instellingen van het systeem voor een zo goed mogelijk resultaat. Na het eerste jaar neemt het aantal afspraken af. Meestal komt u één keer per jaar langs voor controle.

  • De behandeling kan, ondanks een goede uitvoer, een aantal bijwerkingen en risico's met zich meebrengen:

    • wondpijn. Hiervoor krijgt u pijnstillers mee.
    • nabloeding. Meestal gaat het om een bloeduitstorting. Dit kan geen kwaad en gaat vanzelf weer over
    • infectie. Het plaatsen van vreemd-lichaamsmateriaal verhoogt de kans op infectie. Wij doen voor, tijdens en na de operatie er alles aan om dit te voorkomen.
    • zenuwbeschadiging. Tijdens de operatie kan een zenuw beschadigd raken.

    Wanneer bellen?

    Bel ons als u:

    • een ernstige nabloeding heeft
    • er pusachtige afscheiding uit uw wond komt en de wond rood en gezwollen is

    U kunt ons bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur. Het telefoonnummer is (050) 361 48 86. Buiten kantoortijden belt u het algemene nummer van het UMCG (050) 361 61 61.


  • Na de operatie krijgt u een pijndagboek mee. Hierin houdt u bij hoe het met u gaat. U krijgt ook een aantal leefregels. U mag bijvoorbeeld niet meer dan 3 kilo tillen en draaiende of rekkende bewegingen maken. U kunt daarnaast last hebben van wondpijn. Hiervoor krijgt u pijnstillers.


  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.


    Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

    • Antibiotica-team

      Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

    • Artsen-microbioloog

      Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

    • Hygiëne voor bezoekers

      Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

    • Infectiepreventie in het ziekenhuis

      Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Bijwerkingen en risico's

De behandeling kan, ondanks een goede uitvoer, een aantal bijwerkingen en risico's met zich meebrengen:

  • wondpijn. Hiervoor krijgt u pijnstillers mee.
  • nabloeding. Meestal gaat het om een bloeduitstorting. Dit kan geen kwaad en gaat vanzelf weer over
  • infectie. Het plaatsen van vreemd-lichaamsmateriaal verhoogt de kans op infectie. Wij doen voor, tijdens en na de operatie er alles aan om dit te voorkomen.
  • zenuwbeschadiging. Tijdens de operatie kan een zenuw beschadigd raken.

Wanneer bellen?

Bel ons als u:

  • een ernstige nabloeding heeft
  • er pusachtige afscheiding uit uw wond komt en de wond rood en gezwollen is

U kunt ons bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur. Het telefoonnummer is (050) 361 48 86. Buiten kantoortijden belt u het algemene nummer van het UMCG (050) 361 61 61.

Tips voor thuis

Na de operatie krijgt u een pijndagboek mee. Hierin houdt u bij hoe het met u gaat. U krijgt ook een aantal leefregels. U mag bijvoorbeeld niet meer dan 3 kilo tillen en draaiende of rekkende bewegingen maken. U kunt daarnaast last hebben van wondpijn. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Contact

U kunt ons bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.