“Laat een patiënt niet te snel los”

Healthy Ageing staat al 25 jaar centraal in het UMCG. Leefstijl krijgt steeds meer aandacht bij de behandeling van patiënten. Revalidatiearts en hoogleraar Rienk Dekker zette zich hier jarenlang voor in, binnen én buiten de revalidatiegeneeskunde. Na 34 jaar neemt hij afscheid van het UMCG. Wat kunnen we leren van zijn ervaringen en welke boodschap geeft hij ons mee?

R. Dekker

Rienk, je zet je al jaren in voor de ontwikkeling van leefstijlzorg binnen de behandeling van de patiënt. Waar komt die passie vandaan?

Onderzoek laat al lange tijd zien dat een gezonde leefstijl veel gezondheidswinst oplevert; patiënten doorstaan behandelingen en operaties beter, herstellen sneller en hebben minder last van de gevolgen van hun ziekte. The Lancet en Nature publiceerden onlangs artikelen die dit wederom onderstrepen. Ik haal hier veel motivatie uit. Als arts merk ik ook dat revalidatiepatiënten beter herstellen, actiever meedoen in de maatschappij én dit langer volhouden als ze fit zijn. Daarnaast hielp mijn fitheid mij bij persoonlijk gezondheidsproblemen. Ik blijf fit door regelmatig te racefietsen. En ik ga altijd op de fiets naar mijn werk.

Hoe ‘fit’ is het UMCG op het gebied van leefstijlzorg?

We zijn heel goed onderweg. Steeds meer collega’s zijn betrokken bij het thema, in zorg, onderzoek én onderwijs; een wereld van verschil met 20 jaar geleden. De aandacht is verbreed van alleen beweging naar ook voeding en slaap; een noodzakelijke stap voor een effectieve aanpak. Op beleidsniveau is preventie benoemd als Game Changer door de Raad van Bestuur. Regionaal en landelijk staat het thema op de agenda. En het UMCG maakt deel uit van belangrijke samenwerkingsverbanden; collega Adrie Bouma speelt daarin een belangrijke rol.

En waar staat de revalidatiegeneeskunde?

De afgelopen vijftien jaar maakten we belangrijke ontwikkelingen door. Landelijk wordt nauwer samengewerkt tussen revalidatieartsen en inspanningsfysiologen. We zetten daarmee grote stappen op twee fronten: patiënten fitter maken én leefstijl blijvend verbeteren. Dankzij een fittest bij opname kunnen we een efficiënt en veilig trainingsprogramma op maat aanbieden. Daarnaast hebben we leefstijlmodules ontwikkeld, waarmee patiënten tijdens en na hun revalidatie gericht en met plezier kunnen werken aan gezonder gedrag. De aanpak is persoonlijk en gericht op wat patiënten leuk vinden en wat bij ze past– zo houden ze het langer vol.

Waar liggen de uitdagingen?

We weten dankzij de wetenschap dat leefstijlzorg werkt en kunnen waarschijnlijk op korte termijn aantonen dat het kosteneffectief is. De uitdaging is om de opbrengsten van de investering in effectieve leefstijlzorg bij de zorg te laten terugkomen. Dat vraagt om verder onderzoek naar de kosteneffectiviteit en nauwe samenwerking.

Op 19 juni neem je afscheid. Waar kijk je met trots op terug?

Op de ruimte die ik kreeg om, met collega’s, aan leefstijlzorg te werken. Op de systemen die we ontwikkelden om de fitheid van revalidatiepatiënten in kaart te brengen. En op mijn betrokkenheid bij het Leefstijlzorgloket en het opzetten van Rehablines. Dat is een databank waarin we, sinds anderhalf jaar, medische gegevens van revalidatiepatiënten verzamelen. Zoals data over de fitheid, leefstijl en de effecten van revalidatieprogramma’s. We gebruiken ze voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en de verbetering van de revalidatiezorg. Meer dan 3.000 patiënten doen mee en er lopen al meerdere studies. Dat maakt me trots en dankbaar.

Heb je tips voor de lezer van deze nieuwsbrief?

  • Als je iemand begeleidt die een gezonde leefstijl wil aannemen: luister heel goed naar wat de patiënt leuk vindt en belangrijk vindt.
  • Werk in kleine stappen aan leefstijlverandering – dat vergroot de kans op succes en houdt de patiënt gemotiveerd.
  • Zorg dat je iemand niet te snel loslaat; maak na verloop van tijd weer een afspraak om samen te evalueren.
  • Komt iemand moeilijk tot verandering, betrek dan een ervaringsdeskundige. Het uitwisselen van ervaringen helpt, inspireert en motiveert patiënten.

Binnen het CvR worden ervaringsdeskundigen ook betrokken bij onderzoek en ze adviseren ons over de patiëntenzorg. Dat helpt om de zorg goed op de patiënt af te stemmen.

Hoe voelt het om met pensioen te gaan?

Ik ga nog elke dag met plezier naar mijn werk. Maar het is goed dat anderen met nieuw elan en nieuwe ideeën het stokje overnemen. Ik blijf nog een dag in de week aan om promovendi te begeleiden. Daarbuiten zal ik mij zonder twijfel goed vermaken. En met veel dankbaarheid terugkijken op mijn carrière.