Behandeling: medicijnen
Kleine vaten vasculitis is een chronische ziekte, de ziekte gaat dus niet meer over. We kunnen de ziekte niet genezen, maar vaak wel goed behandelen. De beste behandeling zijn medicijnen. Die medicijnen onderdrukken de ziekte, waardoor u minder last van klachten hebt. Welk medicijn u krijgt hangt af van uw klachten.
Verschillende fasen
De behandeling van kleine vaten vasculitis bestaat uit verschillende fasen. In elke fase worden andere medicijnen gebruikt. Sommige zijn bedoeld om de ziekte in het begin rustig te krijgen (inductiefase). Andere medicijnen zijn bedoeld om te voorkomen dat de klachten terug komen (onderhoudsfase).
Meestal krijg u in het begin (inductiefase) enkele maanden prednisolon, dit medicijn werkt ontstekingsremmend. Vaak krijg je ook andere medicijnen, zoals cyclofosfamide, rituximab of methotrexaat. Die medicijnen remmen het afweersysteem.
Daarna begint de onderhoudsfase. Die duurt ongeveer 2 jaar, maar dit verschilt per persoon. In die tijd bouwt u de prednisolon af. U krijgt dan azothioprine, methotrexaat, rituximab of mycofenolaat mofetil (MMF). Deze medicijnen houden het afweersysteem rustig.
Omdat prednisolon op lange termijn bijwerkingen heeft, is het belangrijk om dit langzaam af te bouwen. Stop nooit met medicijnen zonder overleg met uw arts.
Na de behandeling kijken we hoe het met u gaat en besluiten we samen over de nazorg.