Blaasspoelingen bij blaaskanker

Bij een blaasspoeling krijgt u vloeibare medicijnen die de groei van kankercellen in de blaas remmen.

Deze behandeling is bedoeld om ervoor te zorgen dat blaaskanker minder snel terugkomt. En om de kans dat tumoren in de spier van de blaas groeien kleiner te maken.

Wanneer een blaasspoeling?

We geven blaasspoeling na een TURT-operatie bij blaaskanker. De tumor of tumoren mogen niet zijn ingegroeid in de spierwand. Welke soort en hoeveel blaasspoelingen u krijgt, hangt af van de kenmerken van de tumor. En van of u eerder een blaastumor heeft gehad.

Als tijdens de behandeling blijkt dat een bepaalde spoeling bij u niet helpt, kunt u soms een ander soort spoeling krijgen. Of een andere behandeling om de blaaskanker tegen te gaan. Uw arts bespreekt dit dan met u.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief met informatie van ons. Hierin staat hoe u zich voorbereidt. Zo mag u vanaf 6 uur voor de blaasspoeling niet meer drinken, bijvoorbeeld. Plastabletten moet u na de behandeling innemen, en niet daarvoor.​

  2. U gaat voor deze behandeling naar het Interventiecentrum Urologie.

  3. U krijgt een spoeling met vloeibare medicijnen in uw blaas via een slangetje in de plasbuis. Zo’n slangetje heet een katheter. Als de spoeling in uw blaas zit, halen we de katheter weer weg. De spoeling blijft ongeveer 1 uur in uw blaas, zodat de medicijnen goed kunnen inwerken. U mag in die tijd niet plassen. Na 1 uur gaat u naar de wc om de spoeling uit te plassen.

    De eerste keer dat u een blaasspoeling krijgt, plast u in het ziekenhuis. Als alles goed gaat, kunt u de volgende keren direct naar huis nadat u de spoeling heeft gekregen. U kunt dan thuis plassen. Als u wel eens urine verliest, blijft u ook tijdens de opvolgende behandelingen in het ziekenhuis.

    Een blaasspoeling inbrengen duurt in totaal ongeveer 30 minuten. Hoelang u blaasspoelingen krijgt en hoeveel, hangt af van de tumor, of deze wegblijft en van hoe goed u de behandeling verdraagt. Uw krijgt hiervoor een schema van uw arts.

  4. Het is belangrijk dat u de eerste 24 uur na de blaasspoeling extra drinkt. Dit om de medicijnen goed uit uw blaas te spoelen en de kans op een infectie en andere bijwerkingen te verkleinen. Het duurt even voordat u de spoeling helemaal uitgeplast heeft. Gebruik in de eerste 2 dagen na de behandeling een condoom als u seks heeft. Dit om een ander niet bloot te stellen aan resten van de medicijnen. Deze kunnen irritatie aan de slijmvliezen geven.

    Probeer te voorkomen dat de blaasspoeling of urine op uw huid komt. Dit kan roodheid en pijn geven. Spoel na het uitplassen van de spoeling uw penis of vagina goed af met lauw water. Blijf dit de eerste 2 dagen na de behandeling telkens na het plassen doen.

    De eerste 2 dagen na de behandeling kunt u het beste zittend plassen en de wc daarna 2 keer met de deksel dicht doorspoelen. Maak de wc-bril elke keer direct daarna schoon met schoonmaakdoekjes voor éénmalig gebruik. Als er urine naast de wc komt, maak dit dan ook meteen schoon. Kleding, zoals ondergoed of handdoeken waar spoeling of urine op is gekomen, kunt u gewoon in de wasmachine wassen.

  5. In het eerste jaar na de blaasspoeling heeft u elke 3 maanden een controle. U krijgt dan een cystoscopie. Dit is een kijkonderzoek van de blaas. Ook onderzoeken we regelmatig uw urine op kwaadaardige cellen. Na dit jaar bespreekt u met uw arts hoe vaak u in de volgende jaren terugkomt voor controles.

Bijwerkingen en risico's

Blaasspoelingen kunnen bijwerkingen geven. Die zijn de dag na de spoeling weer over. Veel drinken helpt. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • vaker het gevoel hebben dat u moet plassen
  • een branderig gevoel of pijn in de blaas en plasbuis
  • uw plas niet goed kunnen ophouden
  • bloed of weefseldeeltjes in uw plas
  • huiduitslag

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt de polikliniek Urologie bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.