Blaastumor verwijderen

Een tumor in de blaas halen we weg met een operatie via de plasbuis. Deze operatie heet een TURT. TURT staat voor transurethale resectie van een tumor. ‘Transurethaal’ betekent ‘via de plasbuis’ en ‘resectie’ betekent 'weghalen'.

U krijgt deze operatie om te onderzoeken of u blaaskanker​ heeft. En als dat kan, om deze ziekte meteen te behandelen.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een brief en informatie waarin staat hoe u zich voorbereidt. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u daar waarschijnlijk een paar dagen voor de operatie mee stoppen. Uw arts vertelt u of en wanneer u moet stoppen.

    U heeft voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Een verpleegkundige vertelt u over de operatie en de voorbereidingen.

    Vanaf 6 uur voor de operatie mag u niets meer eten en alleen nog heldere vloeistoffen drinken. Dus water, thee zonder suiker, gezeefde bouillon of appelsap. Vanaf 2 uur voor de operatie mag u ook niets meer drinken.

  2. Meestal wordt u op de ochtend voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis, soms een dag van tevoren. In de opnamebrief staat waar u moet zijn, bij de polikliniek Urologie of bij het Interventiecentrum Urologie.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. Soms krijgt u vooraf al pijnstillers en antibiotica. U gaat voor deze operatie onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een ader of een ruggenprik. Daarna gaat u naar de operatiekamer. Dit is van tevoren met u besproken.

    U ligt op uw rug met uw benen in beensteunen. Via een kijkbuisje dat u in uw plasbuis krijgt, brengen we een metalen lusje in waardoor stroom wordt geleid. ​Hiermee halen we de tumor stukje voor stukje weg. Er ontstaat daardoor een wond in uw blaas.

    Om goed te zien of er nog afwijkingen zijn, gebruiken we tijdens de operatie soms fluorescerend blauw licht. Dit heet een fluorescentie-​cystoscopie​. Als we nog afwijkingen zien, halen we die direct weg.

    Als de tumor is weggehaald, spoelen we uw blaas. De losgemaakte tumordeeltjes komen daarbij mee naar buiten. Soms halen we op andere plekken in de blaas weefsel weg voor onderzoek. Ook onderzoeken we tijdens een TURT vaak de urineleiders en de nieren. Aan het eind van de operatie brengen we via de plasbuis een katheter in. Dit is een soepel slangetje.

    De operatie duurt ongeveer 1 uur. U blijft 2-3 dagen in het ziekenhuis.

  4. U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer. Het is belangrijk dat u genoeg vocht binnenkrijgt. Daarom heeft u een infuus. Als u genoeg drinkt, halen we dit infuus de volgende dag weg. U krijgt medicijnen tegen de pijn. Bij misselijkheid of pijn krijgt u extra medicijnen.

    Via de katheter kan uw urine weglopen. Soms spoelen we de blaas ook via deze katheter, zodat er geen bloedstolsels ontstaan. Als uw urine helder is, stoppen we de spoeling. Sommige patiënten krijgen binnen 24 uur na de operatie een blaasspoeling via de katheter. Dit om de kans dat de tumor terugkomt te verkleinen. Als dit voor u geldt, hoort u dit van uw arts.

  5. We onderzoeken de weggehaalde tumordeeltjes op kankercellen. U krijgt de uitslag daarvan meestal binnen 2 weken na de TURT-operatie van uw arts.

  • Meestal heeft iemand pijn aan de plasbuis door de operatie en de katheter. Daardoor kunt u de eerste 2 weken last hebben van een branderig gevoel bij het plassen. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken, dit gaat vanzelf over. Veel drinken, zo’n 2 liter per dag, helpt.

    Hoewel dit bijna nooit voorkomt, kan er tijdens de operatie een gaatje in de blaas ontstaan. Als dit gebeurt, stoppen we de operatie en brengen we een slangetje in de blaas om de urine af te voeren. Dit heet een katheter.

    Na een TURT kunt u een nabloeding krijgen. Soms is dan een nieuwe operatie nodig. Er is een kleine kans op een bloedstolsel in een ader. Dit noemen we trombose.

    Ook kan er een urineweginfectie of een ontsteking ontstaan. Dit is meestal goed te behandelen met antibiotica. Heel soms ontstaat er bij mannen langere tijd na de operatie een vernauwing in de plasbuis. Deze kan met een inwendige operatie worden opgerekt.


  • Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.


    Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

    • Antibiotica-team

      Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

    • Artsen-microbioloog

      Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

    • Hygiëne voor bezoekers

      Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

    • Infectiepreventie in het ziekenhuis

      Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Bijwerkingen en risico's

Meestal heeft iemand pijn aan de plasbuis door de operatie en de katheter. Daardoor kunt u de eerste 2 weken last hebben van een branderig gevoel bij het plassen. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken, dit gaat vanzelf over. Veel drinken, zo’n 2 liter per dag, helpt.

Hoewel dit bijna nooit voorkomt, kan er tijdens de operatie een gaatje in de blaas ontstaan. Als dit gebeurt, stoppen we de operatie en brengen we een slangetje in de blaas om de urine af te voeren. Dit heet een katheter.

Na een TURT kunt u een nabloeding krijgen. Soms is dan een nieuwe operatie nodig. Er is een kleine kans op een bloedstolsel in een ader. Dit noemen we trombose.

Ook kan er een urineweginfectie of een ontsteking ontstaan. Dit is meestal goed te behandelen met antibiotica. Heel soms ontstaat er bij mannen langere tijd na de operatie een vernauwing in de plasbuis. Deze kan met een inwendige operatie worden opgerekt.

Infecties voorkomen

Iemand die ziek is, is extra vatbaar voor infecties. Het is daarom belangrijk dat patiënten goed beschermd worden tegen ziektekiemen. In het UMCG zetten we elke dag alles op alles om infecties te voorkomen. Bekijk wat we doen en hoe we dat doen.

Infecties voorkomen. Hoe doen we dat?

  • Antibiotica-team

    Elke ochtend bespreekt dit team nieuwe patiënten die antibiotica krijgen om te zorgen dat ze de juiste kuur krijgen. Dit kan ook het stoppen met antibiotica betekenen. Zo helpen we voorkomen dat bacteriën resistent worden voor antibiotica.

  • Artsen-microbioloog

    Deze mensen houden zich bezig met het aantonen van infecties en het bepalen van de beste behandeling. Ze kunnen een epidemie ontdekken voordat de eerste patiënt ziek wordt.

  • Hygiëne voor bezoekers

    Bij de ingang van elke verpleegafdeling kunt u uw handen wassen met speciale gel en een mondkapje op doen als u verkouden bent. Zo houden we samen ziektekiemen buiten de deur.

  • Infectiepreventie in het ziekenhuis

    Onze collega’s van de unit voor infectiepreventie werken overal in het ziekenhuis. Ze stellen regels op om te voorkomen dat virussen en bacteriën zich verspreiden, om patiënten tegen infecties te beschermen. Zo mogen artsen en verpleegkundigen geen sieraden dragen en hun persoonlijke hygiëne moet voldoen aan strenge eisen.

Heeft u nog vragen?

U kunt de polikliniek Urologie bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.