U kunt hier uw voorkeuren instellen voor cookies voor sociale media en doelgerichte reclame. We plaatsen altijd functionele cookies en analytische cookies. Functionele cookies zijn nodig om de site goed te laten werken. Met analytische cookies verzamelen we anonieme gegevens over het gebruik van onze site. Met die gegevens kunnen we de site verder verbeteren zodat u makkelijker kunt vinden wat u zoekt.
Daling van het aantal zwangerschappen en kinderen met schisis in Noord-Nederland
Introductie
Sofia Anania presenteert de resultaten van
het onderzoek
Chirurgen van het schisisteam Noord-Nederland zagen steeds minder kinderen met schisis op hun poli. Dit kan betekenen dat er minder schisis vóórkomt, maar ook dat er minder levendgeboren kinderen zijn met schisis. Om dit uit te zoeken werd data van Eurocat gebruikt. Eurocat registreert aangeboren aandoeningen van levendgeboren kinderen, maar ook als de aandoening bekend was in het geval van een miskraam, doodgeboorte of zwangerschapsafbreking.
Schisis is de verzamelnaam voor lip-, kaak- en/of gehemeltespleten, ook wel clefts genoemd. In deze samenvatting spreken we over schisis.
Methode
In dit onderzoek werden gegevens van Eurocat Noord-Nederland gebruikt uit de periode 2001-2021. In totaal waren gegevens van 760 zwangerschappen/kinderen meegenomen in dit onderzoek. Er werden tijdtrend-analyses verricht met zgn. ‘Joinpoint regressie’, een methode voor statistiek.
Resultaten
We zagen geen duidelijke verandering over tijd in het totaal aantal zwangerschappen waarbij sprake was van schisis
Wel was er een duidelijke daling in het aantal levendgeboren kinderen met schisis
Om te zien wat de rol is van onderzoek tijdens de zwangerschap, ook prenatale screening genoemd, hebben we ook gekeken of in de loop van de tijd schisis vaker prenataal werd opgespoord. Uit de analyses bleek dat dit inderdaad vaker gebeurt
Ook zagen we een duidelijke toename in het aantal zwangerschappen waarbij er sprake is van schisis in combinatie met een genetische aandoening of syndroom
In lijn hiermee zagen we ook een toename in het aantal zwangerschapsafbrekingen. Het is dus aannemelijk dat deze ernstigere aandoeningen de reden waren voor ouders om de zwangerschap af te breken, en niet de aanwezigheid van schisis
Dit wordt ondersteund door het feit dat er geen verschil was tussen het totale aantal kinderen met alléén schisis en het aantal levendgeboren kinderen met alléén schisis.
Conclusie
Er zijn meer mogelijkheden om al tijdens de zwangerschap een genetische aandoening, een syndroom of andere aangeboren afwijking op te sporen. Als zo’n aandoening al in de zwangerschap bekend wordt, kan een zwangerschap ook eerder worden afgebroken. Dit gebeurt vaker als de schisis onderdeel is van een syndroom of als er meer aangeboren aandoeningen gevonden worden.
Daarnaast zijn er minder zwangerschappen waarbij schisis de enige aandoening is. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat andere factoren, zoals bijvoorbeeld foliumzuurgebruik, mogelijk ook bijdragen aan het feit dat er minder kinderen zijn met schisis.
Auteurs: Sofia Anania, MD, Marian K. Bakker, PhD, Jorieke E.H. Bergman, MD PhD, Leonie K. Duin, MD PhD, Mike Ruettermann, MD PhD, Dieuwke C. Broekstra, PhD