Zeldzame ebolavariant: umc's zijn voorbereid op opvang mogelijke patiënten

In delen van Congo en Uganda grijpt momenteel het Bundibugyo-virus om zich heen, een variant van ebola. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de situatie uitgeroepen tot een internationale noodsituatie. Wat is dit voor virus? En hoe groot is het risico voor Nederland?

We vragen het aan Joost Hopman, arts-microbioloog in het UMCG. Naast zijn werk in het UMCG werkt hij als bijzonder hoogleraar aan de University of Lagos in Nigeria, is hij adviseur infectiepreventie voor Artsen zonder Grenzen en lid van de infectiepreventiegroep van de WHO. In 2015 werkte hij in een ziekenhuis in Sierra Leone toen daar een ebola-uitbraak was.

Om bij het begin te beginnen: wat is ebola precies?

‘Ebola is een ernstige virusziekte die kan leiden tot bloedingen in het lichaam. Het is een zogeheten hemorragisch virus. Hemorragische virussen veroorzaken vergelijkbare klachten: koorts, overgeven, ernstige malaise en in een later stadium soms bloedingen van je slijmvliezen, bijvoorbeeld in je mond.’

‘Het ebolavirus wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen, zoals bijvoorbeeld bloed en ontlasting. Je kunt besmet raken door contact met geïnfecteerde dieren, het slachten en eten van wilde dieren. Ebola komt alleen voor in delen van Afrika. Meer dan de helft van de mensen die de ziekte krijgt, overlijdt eraan.’

'Omdat deze variant relatief zeldzaam is, is er nog weinig onderzoek naar gedaan.'

Hoe zit het met deze nieuwe variant?

‘Het Bundibugyo-virus is eigenlijk een broertje van het klassieke ebolavirus. Deze variant hebben we nog niet vaak gezien, maar echt nieuw is hij niet. Er waren eerdere uitbraken in Congo en Uganda, in 2007 en 2012. Omdat deze variant relatief zeldzaam is, is er nog weinig onderzoek naar gedaan. Er is daarom ook nog geen goedgekeurd vaccin of gerichte behandeling beschikbaar. Wat we wel weten is dat snelle behandeling, door het toedienen van extra vocht, de overlevingskansen vergroot.’

Wat maakt het bestrijden van het virus zo ingewikkeld?

‘Dat heeft meerdere oorzaken. Het gebied waar het virus rondgaat is enorm groot. Veel dorpen grenzen aan oerwouden, waardoor de kans op besmetting via dieren groter is. Daarnaast leven veel mensen in moeilijke omstandigheden. 1,9 miljoen mensen verkeren in humanitaire nood en meer dan 250 duizend mensen zijn op de vlucht.’

‘Ook de hygiëne en toegang tot zorg zijn op veel plekken beperkt. De eerste patiënt met het Bundibugyo-virus werd pas vier weken na de uitbraak vastgesteld. In die periode kon het virus zich ongemerkt verspreiden.’

‘Na het vaststellen van een besmetting moeten zorgverleners ook iedereen waarmee de patiënt contact heeft gehad voordat de eerste klachten begonnen, opsporen. Dat is logistiek een enorme uitdaging. Daarom heeft de WHO snel opgeschaald, extra geld beschikbaar gesteld en worden zorgverleners naar het gebied gestuurd.’

Arts-microbioloog Joost Hopman

Is er een kans dat het virus naar Nederland komt?

‘Het kan zijn dat besmette hulpverleners naar Nederland komen, maar zij vormen geen risico voor de samenleving. Dit komt doordat we als zorgsysteem goed voorbereid zijn op de komst van een ebolapatiënt; we werken vanuit het UMCG samen met het RIVM, de GGD’s, onze regiopartners en met onze collega’s uit de andere universitaire medische centra (umc’s).’ 

‘Alle umc’s in Nederland zijn voorbereid op de opvang van patiënten met zeer besmettelijke infectieziekten, daarvoor liggen strakke protocollen klaar.’ 

Acht studenten van het UMCG kwamen deze week terug uit Uganda. Brengt dat risico's met zich mee? 

Wij hebben besloten onze studenten preventief terug te halen. In het ziekenhuis waar zij werkten zijn geen ebolapatiënten geweest, maar dat kan de komende weken veranderen. Omdat zij nog student zijn, kunnen zij in zo’n situatie niet bijdragen aan de zorg en willen we de lokale zorg niet extra belasten.’

‘De studenten zijn inmiddels terug in Nederland en hoeven niet in quarantaine. Zij zijn niet in contact geweest met mogelijke ebolapatiënten en vormen geen risico voor hun omgeving.’

Werken in ebolagebieden

‘Ik werk al ruim 25 jaar regelmatig in Afrika. Tijdens mijn studie Geneeskunde ben ik samen met een vriend naar Ghana gegaan om daar een gezondheidscentrum te bouwen. Sindsdien heeft Afrika me nooit meer losgelaten.’

‘Tijdens de grote ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 en 2015 heb ik in Sierra Leone gewerkt. Namens de WHO werd ik uitgezonden naar ziekenhuizen en speciale behandelcentra voor ebolapatiënten. Ik weet dus onder welke omstandigheden collega’s daar zorg verlenen. Vaak gaat het om moeilijke situaties, met beperkte middelen en een enorme druk op zorgverleners. Juist daarom leef ik nu sterk met hen mee.’