Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk?

Ruim twintig jaar werkt hoogleraar oncologische chirurgie Schelto Kruijff al in ziekenhuizen, voor het grootste deel in het UMCG. Hij kent het ziekenhuis, weet hoe de zorg georganiseerd is, en blijft zich verbazen. Waarom doen we wat we doen? Wat dragen we bij aan de wereld waarin we leven? Maken ziekenhuizen de maatschappij uiteindelijk wel zoveel gezonder? Hij schreef er een boek over: Hoe gezond is het ziekenhuis eigenlijk?

Wat is het knap hè, wat die dokters tegenwoordig allemaal kunnen. Als Schelto Kruijff dat hoort, denkt hij: in het circus kunnen ze ook knappe dingen. ‘Het is natuurlijk heel goed bedoeld om dat te zeggen, maar het werk van een dokter is niet: knappe dingen doen.’

Kruijff, een telg uit een familie van zorgverleners (zijn oma was een van de eerste vrouwelijke artsen van Nederland), studeerde eerst een jaar biologie voor hij overstapte naar geneeskunde. Die studie vond hij leuk, maar ook wat verstikkend. ‘Veel medestudenten droomden ervan om mensen te redden en waren niet bezig met de vraag of dat ook echt altijd nodig is. Ik heb me altijd verbaasd over de status van de zorg en de hoge verwachtingen die mensen ervan hebben.’

Die verwachtingen zijn er nog steeds, ook onder geneeskundestudenten. ‘Als ik mijn studenten vraag hoe het komt dat we 82 worden, zeggen ze: door de hoge kwaliteit van zorg. Maar schoon drinkwater, riolering, huisvesting en onderwijs zijn veel belangrijker geweest voor onze gezondheid.’


 

Duur en vervuilend

Het is belangrijk om daar vaker bij stil te staan, want de zorg is duur en vervuilend. ‘De zorg kost 110 miljard euro per jaar, produceert ongelofelijk veel afval, vervuilt ons drinkwater met medicijnresten en contrastvloeistof en gebruikt energievretende apparatuur. En we doen talloze ingrepen waarvan we niet weten of ze iets opleveren.’

Sinds 2024 is Kruijff naast chirurg ook Chief Green Officer, de aanjager die helpt om het UMCG in 2035 klimaatneutraal en circulair te maken. Op allerlei gebieden worden daar al stappen in gezet: zo gebruiken zorgverleners in het UMCG meer herbruikbare materialen zoals wasbare onderleggers, bouwen we duurzaam, vangen we ons regenwater op in een eigen watervoorziening en bouwen we een warmte-koudeopslag op het UMCG-terrein. 

Een goed gesprek als medicijn

Een van de missies van Kruijff is om ook de behandelrichtlijnen duurzamer te maken. ‘Dat hoeft helemaal niet zo ingewikkeld te zijn, want artsen maken die richtlijnen zelf. Wij kunnen kritisch naar onze werkwijze kijken en veranderingen doorvoeren die ons werk duurzamer maakt. Neem de controle na een kankerbehandeling: we kunnen moeilijk aantonen dat mensen beter af zijn door meerdere jaren controlescans te maken. Toch blijven we mensen scannen. Omdat de patiënten dat willen, zeggen dokters dan. Maar wat blijkt: als we voor de operatie goed uitleggen dat we maar één scan doen, dan begrijpen patiënten dat en vinden zij meer scans ook niet nodig.’  

De zorg kost 110 miljard euro per jaar, produceert ongelofelijk veel afval, vervuilt ons drinkwater met medicijnresten en contrastvloeistof en gebruikt energievretende apparatuur.

Daarnaast vindt Kruijff dat artsen kritischer moeten zijn over de vraag of behandelingen wel echt iets toevoegen. ‘We moeten niet alleen uitgaan van wat mogelijk is, of alleen behandelen om maar het gevoel te hebben dat je iets doet voor de patiënt. Ik zie patiënten van 80 die na een zware operatie weliswaar iets langer leven, maar in een matige conditie na allerlei complicaties en lange ziekenhuisopnames. Wat betekent dan die extra tijd?’

Het moet niet per se altijd gaan om méér jaren, de nadruk moet liggen op meer gezónde jaren, zegt Kruijff. ‘In de eed die we als arts afleggen beloven we dat we lijden verlichten, niet dat we ten koste van alles het leven moeten verlengen. En veel patiënten denken daar ook zo over. Als je patiënten goed voorlicht over welke opties er zijn en wat die betekenen voor de kwaliteit van leven, dan kiest lang niet iedereen voor behandelen. Een goed gesprek moet onderdeel zijn van de behandeling.’


 

Meer inzicht in wat zorg doet

Door datagedreven onderzoek wordt steeds beter zichtbaar wat behandelingen daadwerkelijk opleveren. ‘Vroeger gingen we ervan uit dat behandelen per definitie goed was. Nu kijken we preciezer naar uitkomsten: hoe lang leven mensen, wat is hun kwaliteit van leven en wat zijn de langetermijneffecten? Daardoor wordt duidelijker wat zorg echt bijdraagt.’ 

Wat Kruijff betreft gaat de verantwoordelijkheid van zorgverleners verder dan alleen die voor de eigen patiënt: ‘Dokters hebben ook een verantwoordelijkheid in de bescherming van de publieke gezondheid. Als het waterbedrijf zegt dat ze ons afvalwater nauwelijks nog kunnen zuiveren door alle medicatie die wij erin achterlaten, dan moeten we ons afvragen of wij wel het goede doen, en welke impact onze behandelingen hebben op de volksgezondheid. We kunnen niet zeggen dat dat niet ons probleem is, want we maken mensen juist ongezonder terwijl we ze beter willen maken.’

Pleidooi voor bescheidenheid

In zijn boek pleit hij daarom voor meer bescheidenheid. ‘Als jonge artsen denken dat de zorg de belangrijkste oorzaak is van onze levensverwachting, dan gaan ze te veel geloven in eigen kunnen. En wie te veel gelooft in eigen kunnen, neemt minder bescheiden beslissingen.’

Hij berekende dat artsen die een deel van hun salaris doneren aan goede doelen in lage-inkomenslanden soms 20 tot 25 keer meer impact op de gezondheid van mensen kunnen hebben dan door 40 jaar dokterswerk. ‘Ik zeg niet dat alle artsen dat moet doen, maar het is wel belangrijk om dat te beseffen. Tegelijkertijd betekent dit niet dat ons vak niet belangrijk is, want dat is het wel. Het is heel waardevol om er voor een patiënt kunnen te zijn. Luisteren, samen kijken wat mogelijk is, dat is voor mij de kern van het vak. En precies wat het zo mooi maakt.’