Stembandoperatie

Problemen aan de stembanden kunnen we oplossen met een operatie. De stembandoperatie is een onderzoek en soms ook een behandeling. Tijdens de operatie kijken we naar de stembanden met de microscoop. Een operatie aan de stembanden heet ook wel een microlaryngoscopie.

Wanneer een operatie aan de stembanden?

Er zijn verschillende redenen om een operatie aan de stembanden te doen:

  • stem werkt niet of slecht (weinig volume, hees of schor zijn)
  • te weinig kunnen ademen
  • niet goed kunnen slikken

Meestal is dit als andere behandelingen zoals medicijnen, logopedie en stemrust niet helpen. Er zijn verschillende manieren om een stembandoperatie te doen. Welke operatie het meeste geschikt is, hangt van de klachten af.

  • Bij problemen met de stembanden halen we goedaardig afwijkend weefsel weg. Zoals: een knobbeltje op de stemband, of een vochtophoping bij de stemband. Vocht kan daar ophopen door roken of misbruik van de stem.
  • Soms werken de stembanden niet goed. Als een stemband verlamd is, vullen we die met vulmiddel. Dit zorgt ervoor dat de stemband groter wordt en weer beter gaat werken.
  • De Lichtenberger laterofixatie. Deze behandeling zorgt voor meer ademruimte rondom de stembanden. Dit is een andere operatie.

Eerste afspraak

Uw huisarts of specialist kan u voor een stembandoperatie verwijzen naar KNO. U heeft voor de operatie een gesprek met de arts. De arts bespreekt met u uw klachten en bekijkt uw stembanden. U krijgt informatie over de operatie, de nabehandeling en mogelijke problemen tijdens en na de behandeling. U gaat voor deze operatie onder narcose.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    U wordt voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. Soms kunt u op de dag van de operatie weer naar huis. Als dat zo is, vraag dan iemand die u thuis kan brengen. U kunt na de operatie niet alleen naar huis.

  2. Op de dag van opname meldt u zich bij de opnamebalie in de centrale hal van het ziekenhuis. Daarna gaat u naar de afdeling. In de brief staat waar u naartoe moet.

    Lees meer informatie over opname.

  3. U doet operatiekleding aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u dat uit. Daarna gaat u naar de operatiekamer. U gaat voor deze operatie onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een arm. U krijgt een narcosemiddel via het infuus. U valt in slaap en merkt niets van de operatie. Dan krijgt u ook een tandbeschermer in uw mond in de vorm van een bitje. Die beschermt uw tanden tijdens de operatie.

    De KNO-arts brengt via uw mond een rechte holle buis in om de stembanden te bekijken. De buis komt tot net boven de stembanden. De buis zorgt ervoor dat de keel open blijft. Via de buis brengen we een microscoop en instrumenten in om de stembanden te zien en te opereren.

    Van tevoren is met u besproken welke operatie u krijgt. En wat we tijdens de operatie doen: de stembanden opvullen of weefsel weghalen. Voorbeelden van weefsel zijn: een poliep (knobbeltje op de stemband), extra weefsel, of een vochtophoping (cyste).

    • Bij extra weefsel snijdt de KNO-arts het weefsel af met een laser of brand het weg. De wond krijgt geen hechting maar blijft open en heelt zo beter.
    • Een poliep (een knobbeltje op de stemband) knipt of snijdt de KNO-arts eraf. De wond krijgt geen hechting maar blijft open. Zo heelt het beter.
    • Soms zit er een vochtophoping (cyste) onder het slijmvlies van de stembanden. Om de cyste weg te halen, maken we een sneetje in het slijmvlies. De snee heelt zichzelf weer. Een hechting is niet nodig.

    We laten het weefsel dat we weghalen onderzoeken.

    • Bij verlamde of slecht werkende stembanden vullen we de stembanden op met een vulmiddel. Dit doen we met een dunne naald. Er zijn verschillende soorten vulmiddel. Door het vulmiddel worden de stembanden voller en gaan ze beter werken. Praten wordt dan minder vermoeiend en kost minder energie. Het vulmiddel werkt tijdelijk. Soms moet de behandeling nog een keer. Soms is 1 behandeling genoeg.

    Na de behandeling haalt de arts de buis en instrumenten weg. Ook gaat de gebitsbeschermer (het bitje) uit.

    De operaties duren in totaal ongeveer 1 uur.

  4. U gaat na de operatie naar de uitslaapkamer. We controleren uw bloeddruk en hartslag. Als alles goed gaat, gaat u terug naar de verpleegafdeling. De KNO-arts komt later op de dag langs om te vertellen hoe de operatie is gegaan.

    Naar huis

    Zodra u zich goed genoeg voelt, gaat u naar huis. Dit kan soms al dezelfde dag zijn. Soms is het nodig om een nacht in het ziekenhuis te blijven.

  5. Na ongeveer 4 weken heeft u een belafspraak voor controle. Als er weefsel is weggehaald voor onderzoek, krijgt u hiervan de uitslag. Meestal heeft u na 3 of 4 maanden nog een afspraak voor controle op de polikliniek.

  • Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Bij een operatie aan de stembanden zijn er meestal geen complicaties. U kunt wel last van bijwerkingen hebben:

    • keelpijn of een rauwe keel door de buis in de keel
    • een beetje misselijk door de narcose
    • een nabloeding uit de keel
    • of een ontsteking als we wat weefsel hebben weggehaald
    • een kleine kans op tandschade: een barst in de tand of een stukje eraf. De buis die de keel in gaat kan hier per ongeluk tegenaan komen. Zelfs met bitje (tandbescherming) kan dit gebeuren.
    • slechtere stem
    • een tegenvallend resultaat omdat de verwachting anders was

    Wanneer bellen?

    Bel ons bij:

    • pijn
    • zwelling van de keel
    • koorts
    • kortademigheid
    • en slikproblemen

    Bellen kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur op het telefoonnummer (050) 361 27 00. Bel op andere dagen of tijden het algemene nummer (050) 361 61 61. Vraag naar de KNO-arts die dienst heeft.

    Bel bij spoed naar 112. Of laat iemand naast je bellen en vertellen wat er aan de hand is. Vraag om een ambulance.

Bijwerkingen en risisco's

Bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Bij een operatie aan de stembanden zijn er meestal geen complicaties. U kunt wel last van bijwerkingen hebben:

  • keelpijn of een rauwe keel door de buis in de keel
  • een beetje misselijk door de narcose
  • een nabloeding uit de keel
  • of een ontsteking als we wat weefsel hebben weggehaald
  • een kleine kans op tandschade: een barst in de tand of een stukje eraf. De buis die de keel in gaat kan hier per ongeluk tegenaan komen. Zelfs met bitje (tandbescherming) kan dit gebeuren.
  • slechtere stem
  • een tegenvallend resultaat omdat de verwachting anders was

Wanneer bellen?

Bel ons bij:

  • pijn
  • zwelling van de keel
  • koorts
  • kortademigheid
  • en slikproblemen

Bellen kan van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur op het telefoonnummer (050) 361 27 00. Bel op andere dagen of tijden het algemene nummer (050) 361 61 61. Vraag naar de KNO-arts die dienst heeft.

Bel bij spoed naar 112. Of laat iemand naast je bellen en vertellen wat er aan de hand is. Vraag om een ambulance.

Leefregels

  • Soms mag u na de operatie een paar dagen niet praten. Dat heet stemrust. De stemband(en) kunnen dan goed genezen. De arts vertelt u hoe lang u niet mag praten en fluisteren. Dit is meestal tussen de 2 en 6 dagen.
  • Meestal kunt u normaal eten.
  • Niet roken. Roken na de operatie kan ervoor zorgen dat de operatie niet goed werkt. Ook genezen wonden in de keel slechter door roken.

Heeft u nog vragen?

U kunt polikliniek KNO bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.30 - 17.00 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?