U doet operatiekleding aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u dat uit. Daarna gaat u naar de operatiekamer. U gaat voor deze operatie onder narcose. Daarvoor krijgt u een infuus in een arm. U krijgt een narcosemiddel via het infuus. U valt in slaap en merkt niets van de operatie. Dan krijgt u ook een tandbeschermer in uw mond in de vorm van een bitje. Die beschermt uw tanden tijdens de operatie.
De KNO-arts brengt via uw mond een rechte holle buis in om de stembanden te bekijken. De buis komt tot net boven de stembanden. De buis zorgt ervoor dat de keel open blijft. Via de buis brengen we een microscoop en instrumenten in om de stembanden te zien en te opereren.
Van tevoren is met u besproken welke operatie u krijgt. En wat we tijdens de operatie doen: de stembanden opvullen of weefsel weghalen. Voorbeelden van weefsel zijn: een poliep (knobbeltje op de stemband), extra weefsel, of een vochtophoping (cyste).
- Bij extra weefsel snijdt de KNO-arts het weefsel af met een laser of brand het weg. De wond krijgt geen hechting maar blijft open en heelt zo beter.
- Een poliep (een knobbeltje op de stemband) knipt of snijdt de KNO-arts eraf. De wond krijgt geen hechting maar blijft open. Zo heelt het beter.
- Soms zit er een vochtophoping (cyste) onder het slijmvlies van de stembanden. Om de cyste weg te halen, maken we een sneetje in het slijmvlies. De snee heelt zichzelf weer. Een hechting is niet nodig.
We laten het weefsel dat we weghalen onderzoeken.
- Bij verlamde of slecht werkende stembanden vullen we de stembanden op met een vulmiddel. Dit doen we met een dunne naald. Er zijn verschillende soorten vulmiddel. Door het vulmiddel worden de stembanden voller en gaan ze beter werken. Praten wordt dan minder vermoeiend en kost minder energie. Het vulmiddel werkt tijdelijk. Soms moet de behandeling nog een keer. Soms is 1 behandeling genoeg.
Na de behandeling haalt de arts de buis en instrumenten weg. Ook gaat de gebitsbeschermer (het bitje) uit.
De operaties duren in totaal ongeveer 1 uur.