Voor het onderzoek moet je een lege blaas hebben. In de wachtkamer kun je nog een keer plassen.
Daarna gaan je samen met je ouders samen naar de onderzoekskamer. Je ouders mogen bij je blijven tijdens het onderzoek. Je krijgt dan eerst nog uitleg over het onderzoek. Als het onderzoek begint ga je eerst op de röntgentafel liggen. Je krijgt een slangetje, via je plasgaatje in je plasbuis, dat heet een katheter. Dat kan gek of vervelend voelen, daarom krijg je eerst een verdovende gel op je plasgaatje.
Via de katheter krijg je contrastvloeistof in de blaas. Tijdens het vullen maken we een paar röntgenfoto's. Je moet af en toe draaien. Zo kunnen we van alle kanten foto's nemen. Maar als we een foto maken, moet je juist heel stil liggen. Dat zeggen we ook elke keer als we de foto maken.
Omdat je blaas vol raakt, krijg je ook het gevoel dat je moet plassen. Het is een beetje raar, maar dat mag je gewoon liggend op het matje op de tafel doen. Je gaat dan dus niet naar de wc. Ook als je plast, maken we foto's van de blaas.
Soms vullen we de blaas daarna nog een keer met contrastvloeistof. En laten je dan nog een tweede keer plassen. Hierbij halen we ook het buisje (de katheter) uit je plasbuis terwijl je plast.
Het onderzoek duurt meestal 30 tot 45 minuten.