Kraakbeenhersteloperatie knie

Als u kraakbeenschade heeft in uw knie kan het zijn dat hiervoor een operatie nodig is.

Als we een operatie doen om het kraakbeen in de knie te herstellen, zijn er een aantal zaken die het succes van de operatie bepalen:

  • leeftijd
  • lichaamsgewicht
  • grootte van de kraakbeenbeschadiging
  • plek van de kraakbeenbeschadiging

Voor een mogelijke operatie onderzoeken we daarom altijd eerst of kraakbeenherstel voor u de beste behandeling is. Zo is een kraakeenhersteloperatie bij artrose meestal niet meer mogelijk.

Ook is er soms meer dan 1 operatie nodig bij schade aan het kraakbeen. Bijvoorbeeld als iemand een afwijkende beenstand of instabiele kniebanden heeft. 

Soorten kraakbeenhersteloperaties

Er zijn verschillende manieren om kraakbeen te repareren. De belangrijkste behandelingen zijn:

  • microfractuur
  • mozaïekplastiek
  • autologe chondrocyten implantatie (ACI) (ook wel bekend als autologe chondrocyten transplantatie (ACT))

Microfractuur

Als een kraakbeenbeschadiging niet groter is dan 2 cm2 en voor het eerst behandeld wordt, maken we kleine gaatjes, 'microfractuurtjes', in het bot. Daardoor ontstaat vanuit het beenmerg een stolsel van stamcellen. Dit stolsel verandert in littekenkraakbeen en repareert zo het kapotte kraakbeen. Dit gebeurt via een kijkoperatie.

Mozaïekplastiek

Kraakbeenbeschadigingen tot 2-3 cm2 waarbij het bot is beschadigd of behandeld met microfractuur kunnen we behandelen met mozaïekplastiek. We halen kleine stukjes gezond kraakbeen uit een andere deel van de knie en plaatsen deze in het beschadigde kraakbeen. Dit gebeurt via een 'open' operatie. Deze operatietechniek heet ook wel Osteochondrale Autologe Transplantatie (OATS).

Autologe chondrocyten implantatie of -transplantatie

Als een kraakbeenbeschadiging groter is dan 2 cm2 is autologe chondrocyten implantatie (ACI) een mogelijke behandeling. Deze behandeling bestaat uit 2 operaties.

Eerst doen we een kijkoperatie om te bepalen of ACI de beste behandeling is. Als dit zo is, nemen we direct kraakbeenbiopten af. Deze biopten gaan naar het laboratorium en worden daar opgekweekt.

Na 6-8 weken volgt dan een tweede operatie om het opgekweekte kraakbeen terug te plaatsen in de knie.

Een groot voordeel van deze behandeling is dat er eigen kraakbeen met vergelijkbare eigenschappen terug groeit.

Knieen anatomie
zorgvoorbeweging.nl

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Hierin staat hoe u zich op de operatie voorbereidt.

    Voor een kraakbeenhersteloperatie hoeft u niet in het ziekenhuis te blijven. De operatie gebeurt in het Operatief Dagbehandeling Centrum (ODBC). Uw arts bespreekt dit met u en vertelt u ook over de operatie en de voorbereidingen.

    Ook heeft u voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Hiervoor gaat u naar de Pre Operatieve Polikliniek Anesthesiologie (POPA).

    U kunt na deze operatie niet alleen naar huis. Vraag iemand die u thuis kan brengen.

  2. Voor deze operatie gaat u naar het Operatief Dagbehandeling Centrum (ODBC).

    We bespreken de operatiedag met u en als u vragen heeft kunt u die stellen. U kunt iemand meenemen naar het ziekenhuis, bijvoorbeeld uw partner of een naaste.

  3. U trekt operatiekleding aan. Contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings moeten uit of af. U krijgt een infuus in uw arm. Daarna gaat u naar de operatiekamer.

    U krijgt een narcosemiddel via het infuus of een ruggenprik met een slaapmiddel, zodat u weinig of niets van de operatie merkt. We leggen een strakke band om uw been, zodat het bloed eruit is.

    Microfractuur

    Als u een microfractuur krijgt, krijgt u 1 kijkoperatie. De arts maakt kleine gaatjes, 'microfractuurtjes', in het bot. Daardoor gaan kraakbeenstamcellen het kapotte kraakbeen maken. Als dit klaar is, hechten we de wondjes en krijgt u een drukverband.

    Deze operatie duurt ongeveer 20-30 minuten.

    Mozaïekplastiek

    Als u een mozaïekplastiek krijgt, krijgt u 1 'open' operatie. De arts maakt aan de voorkant van de knie een verticale snee van 5-7 cm. Dit heet een incisie. We schaven de beschadigde plek in de knie bij en boren een gaatje in het bot. Hierin krijgt u een soort 'botpijpje' met een laagje gezond kraakbeen van een andere plek in uw lichaam. Dit botpijpje komt als een plug in het bot, groeit daar vanzelf vast en vervangt zo het beschadigde kraakbeen. Als dit klaar is, hechten we de wond en krijgt u een drukverband om uw knie.

    Deze operatie duurt ongeveer 1 uur.

    Autologe chondrocyten implantatie (ACI)

    Als u een ACI krijgt, krijgt u 2 operaties: een kijkoperatie en een 'open' operatie.

    De arts neemt via een kijkoperatie kraakbeencellen weg. Ook nemen we bloed bij u af. Als dit klaar is, hechten we de wondjes en krijgt u een drukverband. Met de kraakbeencellen en het bloed kweken we nieuw kraakbeen op in het laboratorium.

    Deze eerste operatie duurt 20-30 minuten.

    U krijgt na 6-8 weken een 'open' operatie om de opgekweekte kraakbeencellen terug te plaatsen. De arts maakt aan de voorkant van de knie een verticale snee van 5-7 cm. We maken binnen in de knie het beschadigde kraakbeen schoon en plaatsen de opgekweekte kraakbeencellen terug. Als dit klaar is, hechten we de wond en krijgt u een drukverband om uw knie.

    Deze tweede operatie duurt ongeveer 1 uur.

  4. Als alles goed gaat en u goed wakker bent, mag u weer naar huis. De verpleegkundige van het ODBC vertelt u wat u thuis wel en niet mag doen met uw knie. U krijgt een revalidatieschema mee voor uzelf en voor de fysiotherapeut. De eerste avond en nacht na de operatie moet er iemand bij u thuis zijn.

    Heel soms besluit de arts dat u toch een nacht in het ziekenhuis blijft.

  5. U heeft 2 weken na de operatie een afspraak op de polikliniek Vorm en Beweging voor een functie- en wondcontrole.

    Daarna heeft u na 6 weken, na 3 maanden en na 1 jaar weer afspraken voor controle. Na 1 jaar maken we een MRI-scan.

  • De operatie verloopt meestal goed. Maar bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

    • stijfheid van de knie, oefeningen met de fysiotherapeut kunnen dit voorkomen of verhelpen
    • infectie aan de wond, dit is meestal goed te behandelen met antibiotica
    • nabloeding, dit kan voor pijn en zwelling van de knie zorgen

    Wanneer bellen?

    Bel ons als u:

    • duidelijk meer pijn krijgt
    • langere tijd misselijk bent en/of moet overgeven
    • een nabloeding heeft
    • koorts boven de 38,5 graden heeft

    Bel naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vraag naar een orthopeed.

  • Na de operatie laat u het drukverband 24 uur zitten. Soms krijgt u bloedverdunnende medicijnen tegen trombose. In het ziekenhuis leert u hoe u uzelf deze spuitjes geeft. Als dit niet lukt, kan de thuiszorg dit doen.

    Na een operatie kunt u de eerste dagen het geopereerde been minder gebruiken. U kunt dan ook niet autorijden, fietsen of wandelen in het verkeer. Door de nawerking van de medicijnen kan het zijn dat u niet helder reageert.

    Verder:

    • pleisters kunt u laten zitten tot aan de controle op de polikliniek
    • leg het been hoog, op harthoogte. Leg geen kussen onder de knie
    • 2 dagen na de operatie mag u weer kort douchen. Let erop dat u de wond niet laat weken en droog deze voorzichtig af door te deppen. Vervang natte pleisters
    • ga niet in bad, zwemmen of naar de sauna zolang u nog hechtingen heeft
    • overleg met uw arts wanneer u weer kunt werken en sporten

    Revalideren

    Na een kraakbeenhersteloperatie moet u revalideren. Meestal 8 tot 12 maanden. U krijgt begeleiding van een fysiotherapeut. Om goed te herstellen is het belangrijk dat u zich aan de adviezen van de fysiotherapeut houdt.

Bijwerkingen en risico's

De operatie verloopt meestal goed. Maar bij elke operatie kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de operatie zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Mogelijke complicaties zijn:

  • stijfheid van de knie, oefeningen met de fysiotherapeut kunnen dit voorkomen of verhelpen
  • infectie aan de wond, dit is meestal goed te behandelen met antibiotica
  • nabloeding, dit kan voor pijn en zwelling van de knie zorgen

Wanneer bellen?

Bel ons als u:

  • duidelijk meer pijn krijgt
  • langere tijd misselijk bent en/of moet overgeven
  • een nabloeding heeft
  • koorts boven de 38,5 graden heeft

Bel naar het algemene nummer (050) 361 61 61 en vraag naar een orthopeed.

Tips voor thuis

Na de operatie laat u het drukverband 24 uur zitten. Soms krijgt u bloedverdunnende medicijnen tegen trombose. In het ziekenhuis leert u hoe u uzelf deze spuitjes geeft. Als dit niet lukt, kan de thuiszorg dit doen.

Na een operatie kunt u de eerste dagen het geopereerde been minder gebruiken. U kunt dan ook niet autorijden, fietsen of wandelen in het verkeer. Door de nawerking van de medicijnen kan het zijn dat u niet helder reageert.

Verder:

  • pleisters kunt u laten zitten tot aan de controle op de polikliniek
  • leg het been hoog, op harthoogte. Leg geen kussen onder de knie
  • 2 dagen na de operatie mag u weer kort douchen. Let erop dat u de wond niet laat weken en droog deze voorzichtig af door te deppen. Vervang natte pleisters
  • ga niet in bad, zwemmen of naar de sauna zolang u nog hechtingen heeft
  • overleg met uw arts wanneer u weer kunt werken en sporten

Revalideren

Na een kraakbeenhersteloperatie moet u revalideren. Meestal 8 tot 12 maanden. U krijgt begeleiding van een fysiotherapeut. Om goed te herstellen is het belangrijk dat u zich aan de adviezen van de fysiotherapeut houdt.

Zorg voor balans in je dagelijks leven

De keuzes die je maakt in je dagelijks leven hebben invloed op je gezondheid en je gevoel van welbevinden. Als je gezond bent maar ook als je ziek bent of aan het herstellen bent. Bekijk wat je zelf kunt doen op het gebied van leefstijl.

Heeft u nog vragen?

U kunt naar polikliniek Vorm en Beweging bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 en 16.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?