Inleiden bevalling

Soms is het nodig om een bevalling op te wekken. Vaak is dat omdat we denken dat de baby het buiten de baarmoeder beter heeft. Of omdat het met de moeder niet goed gaat.

Het opwekken van een bevalling noemen we ook wel 'inleiden'. Voor het inleiden zijn verschillende redenen:

  • je bent over tijd, dus meer dan 42 weken zwanger
  • de vliezen zijn langer dan 24 uur gebroken en je bent tussen de 37 en 42 weken zwanger
  • de baby is te klein
  • de placenta werkt niet goed genoeg meer
  • hoge bloeddruk en/of zwangerschapsvergiftiging
  • je bent zwanger van een meerling

Vóór het inleiden van een bevalling doen we eerst een inwendig onderzoek. Een inleiding kan namelijk alleen als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt is. Dat noemen we ook wel 'rijp'. Dit onderzoek doen we meestal op de polikliniek. Je krijgt dan ook uitgebreide informatie over hoe een inleiding werkt. En je krijgt meteen een afspraak voor de inleiding in dezelfde week.

Als de baarmoedermond nog niet klaar is voor de bevalling, wordt je opgenomen in het ziekenhuis. Soms dezelfde dag nog, andere keren de volgende dag. 

Voor de bevalling moet de baarmoedermond “rijp” worden. Dat doen we met 'primen', de Engelse term voor voorbereiden. Daar zijn verschillende manieren voor:

  • met een katheter in de baarmoedermond. Dit is een dun slangetje, met aan de top een klein ballonnetje. Die vullen we met water nadat het slangetje in de baarmoedermond zit. Door de druk van het ballonnetje krijg je ontsluiting. Er komen dan ook vanuit de baarmoeder en de baarmoedermond natuurlijke hormonen vrij die de rijping versnellen. De katheter blijft 24 uur zitten. Je kunt gewoon rondlopen en douchen. We maken van tevoren en na het weghalen van de katheter een hartfilmpje van de baby (CTG). Bij een erg onrijpe baarmoedermond moeten we de behandeling herhalen, soms een paar dagen achter elkaar.
  • met het medicijn misoprostol. Dit breng je elke 2-4 uur in in de vagina of je slikt tabletten.
  • het medicijn propess. Dit krijg je hoog in de vagina bij de baarmoedermond. Hierin zitten hormonen die ook een rol spelen bij het op gang komen van de bevalling. 

De behandeling stap voor stap

  1. Op de dag van de inleiding bel je ’s ochtends vroeg met de verloskamers om te vragen of er plek is. Als dat zo is, kom je om 6.30 uur ’s ochtends op de afdeling. Het telefoonnummer van de verloskamers staat op het contactkaartje.

  2. Voor het inleiden van de bevalling ga je naar het Verloscentrum.

  3. We maken eerst een CTG om de conditie van de baby te controleren. Om de weeën op gang te brengen, krijg je een infuus. Je krijgt daarvoor een naaldje in een bloedvat van je hand of onderarm, daaraan zit een dun slangetje. De naald gaat er dan uit en het slangetje blijft achter. Via een infuuspomp krijg je steeds een beetje meer medicijnen (oxytocine). Geleidelijk aan beginnen dan de weeën. Je krijgt medicijnen tot je  genoeg sterke weeën hebt.

    Dan doen we een inwendig onderzoek. Dat noemen we toucheren. Je ligt op een verlosbed, soms met je benen in de beensteunen. Met een krasje breekt de arts de vliezen. Dat gebeurt met een soort haaknaald met een scherp puntje. Dit is nodig om de weeën op te wekken. Als de vliezen breken, voel je warm vruchtwater via de vagina naar buiten stromen. 

    Tijdens de inleiding controleren we steeds hoe het gaat met de baby. We meten de harttonen met een uitwendige CTG, je krijgt daarvoor banden om je buik. Inwendig kan ook, via een draadje (schedelelektrode) die we vastmaken op het hoofd van de baby. Een tweede knop op de buik meet de weeën. Je kunt met het CTG onder de douche, in bad of rondlopen.

    Ontsluitingsweeën zijn regelmatig, pijnlijk en zorgen dat je steeds meer ontsluiting krijgt. Zodra je genoeg ontsluiting hebt, kun je bevallen.

  • De meeste bevallingen die worden ingeleid verlopen zonder problemen. Wat voor kan komen is:

    • Hyperstimulatie: er komen te veel weeën te snel achter elkaar. Als dit te lang duurt kan de baby zuurstofgebrek krijgen. Dit kunnen we verhelpen door de stand van de infuuspomp te verlagen. Of door soms een medicijn te geven dat de weeën remt.
    • Keizersnede of kunstverlossing: tijdens een inleiding komt vaker een keizersnede of een kunstverlossing voor vergeleken met een spontane bevalling. Maar dat gebeurt alleen als de bevalling niet goed doorzet of omdat het niet goed gaat met de baby.
    • Bloedverlies na de bevalling: na een inleiding komt veel bloedverlies na de bevalling vaker voor dan bij een gewone bevalling. da kan komen door bijvoorbeeld het vast blijven zitten van de moederkoek of het niet goed samentrekken van de baarmoeder nadat de moederkoek geboren is. In dat laatste geval kunnen we medicijnen geven om de baarmoeder te laten samentrekken. Hierdoor heb je minder last van bloedverlies.
    • Tijdens een inleiding kan de baarmoeder scheuren. Dit komt bijna nooit voor.

Bijwerkingen en risico's

De meeste bevallingen die worden ingeleid verlopen zonder problemen. Wat voor kan komen is:

  • Hyperstimulatie: er komen te veel weeën te snel achter elkaar. Als dit te lang duurt kan de baby zuurstofgebrek krijgen. Dit kunnen we verhelpen door de stand van de infuuspomp te verlagen. Of door soms een medicijn te geven dat de weeën remt.
  • Keizersnede of kunstverlossing: tijdens een inleiding komt vaker een keizersnede of een kunstverlossing voor vergeleken met een spontane bevalling. Maar dat gebeurt alleen als de bevalling niet goed doorzet of omdat het niet goed gaat met de baby.
  • Bloedverlies na de bevalling: na een inleiding komt veel bloedverlies na de bevalling vaker voor dan bij een gewone bevalling. da kan komen door bijvoorbeeld het vast blijven zitten van de moederkoek of het niet goed samentrekken van de baarmoeder nadat de moederkoek geboren is. In dat laatste geval kunnen we medicijnen geven om de baarmoeder te laten samentrekken. Hierdoor heb je minder last van bloedverlies.
  • Tijdens een inleiding kan de baarmoeder scheuren. Dit komt bijna nooit voor.

Strippen in plaats van primen

Een andere mogelijkheid om de bevalling zonder inleiding op gang te brengen is “strippen”. De verloskundige of gynaecoloog maakt dan met de vingers tijdens het toucher de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan onaangenaam voelen en gepaard gaan met bloederig slijmverlies. Bij een onrijpe baarmoedermond heeft het strippen weinig zin. De kans dat de bevalling daarna spontaan begint is klein.

Heb je nog vragen?

Je kunt vragen bespreken tijdens de afspraak op de polikliniek. Je kunt ons ook bellen tijdens het verloskundig spreekuur van maandag tot en met vrijdag, tussen 15.00 en 16.00 uur.