Duodenumsonde plaatsen

Een duodenumsonde is een voedingssonde die we in de twaalfvingerige darm plaatsen. Via deze sonde kunnen we sondevoeding rechtstreeks in de maag of dunne darm brengen. Bijvoorbeeld bij een verstopping of vernauwing in de slokdarm of maag. Duodenum is een ander woord voor twaalfvingerige darm.

Wanneer een duodenumsonde?

We plaatsen een voedingssonde als de maag niet goed werkt of als iemand moeite heeft met slikken. Bijvoorbeeld door ziekte of na een buikoperatie. Ook brengen we een duodenumsonde in als iemand een tijdje andere of extra voeding nodig heeft.

Een duodenumsonde brengen we in via de neus, keel, slokdarm en maag naar de twaalfvingerige darm. Er zijn verschillende manieren waarop we de duodenumsonde kunnen inbrengen: de Cortrack methode of via een endoscoop. Welke methode we gebruiken, hangt af van uw situatie.

Eerste gesprek

U krijgt tijdens een gesprek uitleg over de plaatsing van sonde. En wat mogelijke klachten en leefregels na de behandeling zijn. U kunt hier ook uw vragen stellen. De arts bespreekt ook met u of u mogelijk sedatie of een roesje krijgt tijdens de behandeling. Bent u (misschien) zwanger? Vertel dit tijdens de afspraak aan de arts.

De behandeling stap voor stap

  1. U krijgt een afspraakbrief en informatie van ons. Daarin staat hoe u zich op de behandeling voorbereidt. Bijvoorbeeld of u nog mag eten en drinken van tevoren. En soms moet u stoppen met bepaalde medicijnen.

    Als u de duodenumsonde via een endoscoop krijgt, krijgt u soms sedatie of een roesje. Dan kunt u na de behandeling niet alleen naar huis. Vraag iemand die u thuis kan brengen. We kunnen ook een taxi voor u bellen.

  2. Voor deze behandeling gaat u naar het Endoscopiecentrum. Kunt u niet komen? Bel ons dan zo snel mogelijk. Het telefoonnummer staat hieronder en in de brief.

  3. Een verpleegkundige haalt u op en brengt u naar de ruimte waar we de voorbereiding voor het plaatsen van de duodenumsonde doen. Deze ruimte heet de holding. U krijgt daar nog uitleg over de behandeling.

    Hoe de behandeling verder gaat, hangt af van de manier waarop we de duodenumsonde plaatsen:

    Plaatsen met Cortrak-methode

    U blijft in de holding. Hier is de behandeling ook. U gaat halfzittend op een behandeltafel liggen. Dit betekent dat u niet rechtop zit, maar ook niet ligt.

    We plaatsen eerst een ontvanger op uw buik. Via die ontvanger zien we op een beeldscherm de weg die de sonde aflegt in het lichaam. De verpleegkundige brengt de voedingssonde via uw neus naar de twaalfvingerige darm. Dit doet geen pijn, maar kan soms wel naar voelen. Probeer zo goed mogelijk te ontspannen.

    Op het beeldscherm volgen we de weg van de voedingssonde. Als de voedingssonde goed zit plakken we de sonde met een pleister vast op de neus.

    Het plaatsen van de sonde duurt ongeveer 30 minuten.

    Plaatsen met endoscoop

    U gaat naar een behandelkamer. Daar gaat u op uw linkerzij op een behandeltafel liggen. De verpleegkundige geeft u een neusverdoving in beide neusgaten.

    Als met u is afgesproken dat u sedatie krijgt, dan krijgt u dit via een infuus. Daarvoor krijgt u een infuusnaald in uw arm. U krijgt dan ook een sensor op uw vinger. Dit is een soort knijpertje. Zo meten we de hartslag en het zuurstofgehalte in het bloed. Via het infuus krijgt u ook een pijnstiller.

    De arts brengt een dunne endoscoop met een camera via uw neus naar het duodenum. Dit doet geen pijn, maar kan soms wel naar voelen. Probeer zo goed mogelijk te ontspannen.

    In het duodenum brengen we via de endoscoop en een voerdraad in. Daarna trekken we de endoscoop rustig terug. Over de voerdraad schuiven we de duodenumsonde naar het eerste deel van het spijsverteringskanaal (duodenum). We halen dan de voerdraad weer weg. De sonde plakken we met een pleister vast op uw neus.

    Het plaatsen van de sonde duurt ongeveer 10 minuten. Als u sedatie krijgt, duurt de behandeling ongeveer 30 minuten.

  4. Als u sedatie heeft gehad, gaat u na de behandeling eerst naar de uitslaapkamer. Daar kunnen we in de gaten houden hoe het met u gaat. U blijft hier minstens 1 uur. Als het dan goed met u gaat, kunt u naar huis. Zonder sedatie kunt u meteen na de behandeling naar huis.

    Als u in het ziekenhuis bent opgenomen, gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

  • Bij elke behandeling kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Na het inbrengen van de duodenumsonde kan:

    • de neus en keel nog wat rauw aanvoelen. Ook moet u moet vaak wennen aan het slangetje achter in de keel. Na 3 dagen is dit gevoel meestal weg.
    • u een opgeblazen gevoel hebben, moeten boeren of winderig zijn. Dit verdwijnt meestal vanzelf.
    • u ergens achter blijven haken, waardoor de sonde verschuift. De sonde kan ook verschuiven door het wisselen van de neuspleister. Meestal kan dit geen kwaad. Soms krijgt u buikklachten, omdat door de verschuiving de voeding weer in de maag komt.

    Wanneer bellen?

    Bel ons als:

    • u koorts heeft, hoger dan 38°C
    • u erge buikpijn heeft die niet over gaat, ook niet met een paracetamol
    • de sonde niet goed werkt
    • u twijfelt of de sonde nog op de juiste plek zit

    Bel van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 - 12.30 uur naar het Endoscopiecentrum, op telefoonnummer (050) 361 23 66.

    Bel buiten deze tijden het algemene nummer van het UMCG, (050) 361 61 61. Vraag naar de arts maag-, darm- en leverziekten die dienst heeft.

Bijwerkingen en risico's

Bij elke behandeling kunnen er achteraf problemen zijn. Ook als de behandeling zelf goed is gegaan. Deze problemen noemen we complicaties. Na het inbrengen van de duodenumsonde kan:

  • de neus en keel nog wat rauw aanvoelen. Ook moet u moet vaak wennen aan het slangetje achter in de keel. Na 3 dagen is dit gevoel meestal weg.
  • u een opgeblazen gevoel hebben, moeten boeren of winderig zijn. Dit verdwijnt meestal vanzelf.
  • u ergens achter blijven haken, waardoor de sonde verschuift. De sonde kan ook verschuiven door het wisselen van de neuspleister. Meestal kan dit geen kwaad. Soms krijgt u buikklachten, omdat door de verschuiving de voeding weer in de maag komt.

Wanneer bellen?

Bel ons als:

  • u koorts heeft, hoger dan 38°C
  • u erge buikpijn heeft die niet over gaat, ook niet met een paracetamol
  • de sonde niet goed werkt
  • u twijfelt of de sonde nog op de juiste plek zit

Bel van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 - 12.30 uur naar het Endoscopiecentrum, op telefoonnummer (050) 361 23 66.

Bel buiten deze tijden het algemene nummer van het UMCG, (050) 361 61 61. Vraag naar de arts maag-, darm- en leverziekten die dienst heeft.

Tips voor thuis

  • Doe het op de dag van het onderzoek rustig aan
  • 1 uur na de plaatsing van de sonde mag u weer wat drinken. Als dit goed gaat mag u weer alles eten en drinken. Behalve als u ander advies over uw dieet van uw arts heeft gekregen
  • Een diëtiste bespreekt met u welke voeding via de sonde u moet gebruiken en hoeveel
  • Een duodenumsonde is een dun slangetje dat snel verstopt raakt. Spoel daarom de sonde een aantal keer per dag door met 20 ml water
  • Als u sedatie hebt gehad voor de behandeling, beïnvloedt dit uw reactievermogen. U mag deze dag daarom niet deelnemen aan het verkeer. Dit betekent niet lopen, fietsen of autorijden in het verkeer. Bedien daarom ook geen machines, en neem geen belangrijke beslissingen deze dag
  • Drink geen alcohol na de behandeling

Heeft u vragen?

U kunt het <a href="https://www.umcg.nl/-/afdeling/endoscopiecentrum">Endoscopiecentrum</a> bellen van maandag tot en met vrijdag, tussen 8.00 - 12.30 uur.

Heeft deze informatie je geholpen?