Voor het draaien ga je nog even plassen, zodat je blaas leeg is. Daarna ga je naar de verloskamer, je ligt op een bed of onderzoeksbank. Soms is het prettig om een kussen onder je knieën te stoppen. Je buik is dan meer ontspannen.
Je krijgt een infuus in je warm of hand met een medicijn waardoor de baarmoeder ontspant. Het draaien gaat dan makkelijker. Door dit medicijn kan je hartslag sneller worden en je kunt gaan blozen. We houden je hartslag en bloeddruk daarom goed in de gaten. We controleren de hartslag van de baby en maken een echo om te zien hoe de baby ligt.
Daarna pakt de arts via je buik de baby vast. Met 1 hand bij jouw bekken proberen we de billen uit het bekken te duwen. Met de andere hand duwen we tegelijk het hoofdje naar beneden. De baby doet dan een soort koprol. Als het lukt, ligt de baby dan met het hoofd in het bekken.
Het duwen kan een naar gevoel geven en zelfs pijn doen. Als het te veel pijn doet, kun je altijd aangeven dat we moeten stoppen met de behandeling. De buik kan ook na het draaien wat gekneusd voelen. Na het draaien controleren we weer de hartslag van de baby. We halen het infuus ook weg. Na een paar uur werkt het medicijn niet meer en verdwijnen de bijwerkingen.
Het draaien kan heel snel gaan en minder dan 30 seconden duren. Maar soms is duurt het ook meer dan 5 minuten.