| |
Doel: Meting van myoglobine in bloed/serum.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Myoglobine wordt bepaald met behulp van sandwich immunoassays. Hierbij bindt het myoglobine uit het monster aan monoklonale antilichamen waarvan er één doorgaans geïmmobiliseerd is c.q. wordt. Vervolgens bindt een tweede antilichaam, voorzien van één of andere merker (o.a. chemoluminescentie, enzym) aan dit complex. De hoeveelheid gebonden label is een maat voor de hoeveelheid myoglobine in het monster. Het resultaat wordt vergeleken met dat van een kalibrator. Over aard en samenstelling daarvan bestaan helaas nog geen internationale afspraken. Daardoor kunnen referentiewaarden per methode en per laboratorium verschillen. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed via venapunctie; scheiding van serum of plasma via centrifugeren. Daar de aanvraag een spoedkarakter heeft zal de bepaling dezelfde dag plaatsvinden en kan het serum of urine monster bij kamertemperatuur bewaard worden. De hiervoor benodigde getimede urine (meestal 2 of 4 uurs) dient in buffer (10 g BSA/L PBS) te worden verzameld. Per 2 uur geplande verzameltijd wordt 150 ml buffer gebruikt. De pH van het geheel dient �?� 6 te zijn. Indien de pH < 6 dient opnieuw te worden verzameld met een grotere hoeveelheid buffer.
Mogelijke toepassingen:
- diagnostiek van myoglobinurie met inschatting van het risico op acute nieruitval na massieve spierschade
- vroege diagnostiek myocardinfarct
Interpretatie: Myoglobine is een klein eiwit (molecuulgewicht 17.000 D), dat zuurstof kan binden. Myoglobine bestaat uit één monomere α-keten van 153 aminozuren, waaraan een haemgroep is gekoppeld. Waarschijnlijk is de fysiologische functie van myoglobine zuurstofopslag in dwarsgestreept spierweefsel (hart en skelet) en overdracht van zuurstof van de celmembraan naar de mitochondriën (vooral bij lage O2-spanning). Per gram weefsel is ongeveer 4 mg myoglobine aanwezig. Myoglobine komt vrij bij schade aan hart- en skeletspierweefsel en wordt met de urine uitgescheiden (myoglobinurie). Bij vele ziekten maakt spierverval grote hoeveelheden myoglobine vrij, dat met de urine worden uitgescheiden (myoglobinurie). Myoglobinurie wordt aangetroffen bij:
- erfelijke enzymdeficiënties (o.a. fosforylase, fosfofructokinase);
- spierverval na ischemie, crush-syndroom, bevriezingen, verbrandingen; rabdomyolyse; na grote lichamelijke inspanning (mars-hemoglobinurie);
- metabole oorzaken: hypothyroïdie, hypokaliëmie;
- na alcoholdelirium, heroïnegebruik, koolmonoxyde-intoxicatie en door diverse toxinen (bij koortsende ziektes).
Een eerste aanwijzing voor een voor de nier schadelijke rabdomyolyse is een verhoogd CK (20x de bovengrens van normaal). Er bestaat nauwelijks enige relatie tussen een kwantitatieve myoglobine bepaling in urine en de kans op nierschade. Wel kan het risico op nierschade worden ingeschat met een kwantitatieve bepaling van myoglobine in serum, aangevuld met een myoglobineklaring.1,2 Bij verhoogd risico kan dan alvast therapie gestart worden. Myoglobine is ook wel gepropageerd als snelle marker bij de vroegdiagnostiek van het hartinfarct. Echter doordat myoglobine geen cardiospecificiteit heeft, wordt de voorkeur gegeven aan troponine met als alternatief of aanvulling CKMB-massa, omdat deze beide bepalingen in tegenstelling tot de bepaling van myoglobine naast een hoge sensitiviteit ook een hoge specificiteit hebben voor hartschade.3,4,5 Deze beide markers hebben voor de interpretatie echter een minder bruikbaar tijdsverloop dan myoglobine. Sensitiviteit/Specificiteit In 25-30% van de gevallen van myoglobinurie kan myoglobine aanleiding geven tot acute nieruitval. Aangenomen wordt dat het hier gaat om myoglobineprecipitatie die de niertubuli afsluit. Risico inschatting nierschade:1
- myoglobine serum hoog (> 400 µg/l) en myoglobineklaring laag (< 4 ml/min): hoog risico
- myoglobine serum hoog (> 400 µg/l) en myoglobineklaring hoog (�?� 4 ml/min): laag risico
- myoglobine serum laag (< 400 µg/): min. risico
Tengevolge van de lage cardiospecificiteit van myoglobine, spitst de aandacht bij myoglobine bepaling zich toe op de voorspellende waarde van een negatief resultaat (PV-) bij een myocardinfarct binnen 12 uur na het ontstaan van de klachten (98%).6
Valkuilen: De pH van de getimede urine dient �?� 6 te zijn, anders kan een gedeelte van het myoglobine denatureren en neerslaan, waardoor fout-negatieve uitslagen kunnen worden verkregen.
Vergelijking andere methodes: Bij de evaluatie van mogelijke nierschade bij een ernstige rabdomyolyse is een sterk verhoogde CK (20x de bovengrens van normaal) een eerste aanwijzing. Urine van patiënten kan rood/bruin gekleurd zijn door zowel myoglobinurie als hemoglobinurie, omdat myoglobine en hemoglobine beide een haemgroep dragen. Teststroken voor 'occult bloed' in urine zijn gebaseerd op de peroxidase activiteit van de haemgroep van beide eiwitten. Daarom moet men bedacht zijn op de mogelijkheid van een fout-positieve uitslag voor myoglobine met deze teststrookmethode. Alleen indien de teststrook negatief is voor de reactie op bloed, kan een significante myoglobinurie worden uitgesloten; Voor bevestiging van een myoglobinurie moet deze methode worden afgeraden. Onderscheid tussen beide eiwitten via absorptiemeting of selectieve precipitatie met ammoniumsulfaat wordt wegens onbetrouwbaarheid eveneens afgeraden. Beide eiwitten kunnen via andere analysetechnieken beter gedifferentieerd worden (elektroforese, iso-elektrische focusering van immunologische bindingsanalyse). Bij de diagnostiek van hartschade ten gevolge van een myocardinfarct of instabiele angina pectoris verdient het bepalen van troponine en eventueel CKMB massa de voorkeur.3,4,5
Referentiewaarden: De myoglobineconcentratie bedraagt in (methode-afhankelijke referentiewaarden!): serum: �?� 76 µg/l urine: �?� 6 µg/l
Tarief (excl. ordertarief): �?� 6,65
Literatuur: Referenties
- Wu AHB, Laios I, Green S, et al. Immunoassays for serum and urine myoglobin: myoglobin clearance assessed as a risk factor for acute renal failure. Clin Chem 1994; 40: 796-802
.
- Laios ID, Caruk R, Wu AHB. Myoglobin Clearence as a Early Indicator for Rhabdomyolysis-Induced Acute Renal Failure. Ann Clin Lab Sc 1995; 25: 179-84
.
- Wu AHB, et al. (eds). Recommendations for the use of cardiac markers in coronary artery diseases. Washington: NACB, 1999
.
- Jaffe AS, Ravkilde J, Roberts R, et al. It's Time for a Change to a Troponin Standard. Circulation 2000; 102: 1216-20
.
- Myocardial infarction redefined--a consensus document of The Joint European Society of Cardiology/American College of Cardiology Committee for the redefinition of myocardial infarction. Eur Heart J 2000; 21: 1502-13
.
- Christenson RH, Show-Hong Duh. Evidence based approach to practice guides and decision thresholds for cardiac markers. Scand J Clin Lab Invest 1999; 59 (suppl 230): 90 -102
.
|
|