Klinisch doel
AF-isoenzymen worden in veel menselijke weefsels gevonden zoals bijvoorbeeld de lever, bot, nieren, ingewanden en placenta.
De totale AF-activiteit bestaat uit verschillende fracties, voornamelijk afkomstig uit lever, bot en darm (1,2). Bij een verhoogd totaal- AF zal, in combinatie met andere laboratoriumuitslagen, in de meeste gevallen niet getwijfeld worden aan de bron die verantwoordelijk is voor de toename in AF-activiteit. Wanneer ook de γ-glutamyltransferase (γ-GT) verhoogd is, wordt aan lever- of galproblematiek gedacht, terwijl anders vrij snel geconcludeerd wordt dat de oorzaak van de AF-stijging moet liggen in een botaandoening. Toch zijn er méér pathologische, maar ook benigne factoren die de productie van AF beïnvloeden. Er blijft daarom behoefte, vooral bij onbegrepen consistent verhoogde Af-concentraties, de verschillende Af-fracties te kunnen identificeren en eventueel kwalificeren.