| |
Doel: De bezinking (BSE) is een screeningsonderzoek bij symptomatische patiënten voor het opsporen van die ziekten, die een acute-fase-reactie bewerkstelligen of die een verhoging van immunoglobulinen geven. Sequentieel bepaald is de bezinking een parameter om het verloop van deze processen te volgen.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (identificatie, leeftijd, geslacht, etc.).
Beschrijving methodes: Bij de Westergren-methode, de standaardmethode, meet men na 1 uur de bezinking in volbloed dat 1:4 verdund en ontstold werd met citraatoplossing in een buisje van 200 mm lengte en 2.5 mm inwendige diameter. Bij de Wintrobe-methode daarentegen verdunt men het bloed niet en onstolt men met oxalaat en wordt de bezinking gemeten in buisjes van 100 mm lengte. De micro-methode meet de bezinking van met citraat ontstold bloed in capillairen. Tegenwoordig meet men ook de bezinking na 20 min. rekent men terug naar het resultaat na 1 uur. Materiaalafname/Fixatie De Westergren-methode maakt gebruik van speciale bezinkingsbuizen waarin reeds de juiste hoeveelheid citraatoplossing zit. Voor de Wintrobe-methode moet het bloed afgenomen worden in buisjes met oxalaat. In geval van een micro-bezinking wordt het monster afgenomen in een EDTA-buisje waaraan later citraat in een verhouding van 1:4 wordt toegevoegd. Stoorfactoren Anti-inflammatoire geneesmiddelen als cortison, fenylbutazon, indometacine en acetylsalicylzuur geven fout te lage waarden. Oudere personen en vrouwen hebben een hogere bezinkingssnelheid en ook zwangerschap (t.g.v. hyperfibrinogenemie), anemie en talrijke geneesmiddelen, waaronder heparine, kunnen de bezinkingssnelheid verhogen.
Mogelijke toepassingen: De toepassing van de BSE ligt in de detectie en follow-up van ziekten, die een acute-fase-reactie bewerkstelligen of die een verhoging van immunoglobulinen geven.
Interpretatie: Onder de BSE verstaat men de snelheid (in mm/eerste uur) waarmee de erytrocyten in ontstold bloed onder invloed van de zwaartekracht in één uur naar beneden zakken in een buisje van 150 mm lengte, dat trillingsvrij dient te staan. Omdat het soortelijk gewicht van een erytrocyt niet veel verschilt van dat van plasma en de erytrocyten elkaar door hun negatieve lading afstoten, zal onder normale omstandigheden de bezinking gering zijn. Zijn echter eiwitten in het plasma aanwezig die de negatieve oppervlaktelading verminderen of agglutinatie van erytrocyten (geldrolvorming) bevorderen, dan neemt de BSE snel toe. De eiwitten die dit kunnen bewerkstelligen, zijn te verdelen in twee groepen:
- acute-fase-eiwitten, met als voornaamste fibrinogeen en in mindere mate haptoglobine en ceruloplasmine.
- immunoglobulinen, waarvan IgM de krachtigste geldrolvormer is. Ook als immunoglobulinen gebonden zitten aan de membraan van de erytrocyt, zoals bij koude- en warmte-agglutinatie het geval is, is de bezinking verhoogd.
De bezinking is een grootheid die traag op fysiologische veranderingen reageert omdat de halfwaardetijd van fibrinogeen vier dagen en die van immunoglobulinen twee tot vier weken is. Bij het begin van een ziekteproces duurt het enkele dagen voordat de eiwitten in voldoende concentratie zijn gevormd om te BSE te verhogen; dit in tegenstelling tot het CRP, dat binnen zes tot acht uur kan verdubbelen. Oudere personen en vrouwen hebben een hogere bezinkingssnelheid en ook zwangerschap en talrijke geneesmiddelen kunnen hogere resultaten geven. De bezinking is verhoogd bij alle ziekteprocessen die gepaard gaan met een verhoging van de eiwitconcentraties, waaronder infectieziekten, infarcten, maligniteiten, reumatische aandoeningen, auto-immuunziekten, mono- en polyklonale gammopathieën en hypothyroïdie. Terwijl bij infecties meestal een BSE lager dan 100 mm/uur wordt gevonden, liggen de waarden bij monoklonale gammopathieën en maligniteiten veelal boven 100 mm/uur. De bezinking is tevens verhoogd bij anemie (Hb lager dan 6 mmol/L), omdat de botsingsfrequentie, en dus de afremming, kleiner is dan normaal. Grof genomen is de orde van grootte enkele mm per mmol Hb-daling. Het tegenovergestelde vindt men bij polyglobulieën. De bezinking is ook verlaagd bij vorm- en grootteafwijkingen van de erytrocyt zoals aniso- en microcytose, omdat de wrijving hierbij groter is dan bij normale erytrocyten. Is de bezinking laag of lager dan verwacht bij ernstige ziekteprocessen, dan moet aan de mogelijkheid van een diffuse intravasale stolling met hypofibrinogenemie worden gedacht. Andere oorzaken van een verlaagde bezinkingssnelheid zijn antiinflammatoire geneesmiddelen, hyperproteïnemie en pyruvaat deficiëntie. Sensitiviteit/Specificiteit De sensitiviteit is afhankelijk van de discriminatiegrens en het type aandoening; pas enkele dagen na aanvang is de bezinking verhoogd. De specificiteit is laag.
Vergelijking andere methodes: CRP reageert sneller en met grotere amplitude op inflammatoire en infectieuze aandoeningen en op veranderingen in deze processen. Meting van andere acute-fase-eiwitten om een infectieus of inflammatoir proces op te volgen is niet gebruikelijk.
Referentiewaarden:
neonaat
|
|
0-2 mm/uur
|
kind
|
< 10 jaar
|
3-13 mm/uur
|
vrouw
|
�?� 50 jaar
|
< 20 mm/uur
|
|
> 50 jaar
|
< 30 mm/uur
|
zwangeren
|
3e trimester
|
< 30 mm/uur
|
man
|
�?� 50 jaar
|
< 15 mm/uur
|
|
> 50 jaar
|
< 20 mm/uur
|
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Hoogen MM van den, Koes BW, Eijk TJM van, et al. On the accuracy of history, physical examination, and erythrocyte sedimentation rate in diagnosing low back pain in general practice, a criteria-based review of the literature. Spine 1995; 20: 318-27
.
- Ng T. Erythrocyte sedimentation rate, plasma viscosity and c-reactive protein in clinical practice. Br J Hosp Med 1997; 58: 521-3
.
- Olshaker JS, Jerrard DA. The erythrocyte sedimentation rate. J Emerg Med 1997; 15: 869-74
.
- Ruof J, Stucki G. Validity aspect of erythrocyte sedimentation rate and C-reactive protein in ankylosing spondylitis: a literature review. J Rheumatol 1999; 26: 966-70
.
|
|