Klinisch doel
Het Anti-Müllerian Hormone (AMH) is oorspronkelijk beschreven als het hormoon dat ervoor verantwoordelijk is dat de buizen van Müller bij de man verdwijnen. Bij de vrouw blijven ze bestaan, groeien ze uit tot de eileiders, en smelten ze samen leidend tot de vorming van de baarmoeder. Het hormoon wordt echter ook geproduceerd door de granulosacellen (de steuncellen van de follikel). De hoogte correleert daarmee met de hoeveelheid follikels die AMH produceren. Aannemelijk is dat de rol in de eierstok is gelegen in het geleidelijk en selectief tot eerste groei en rijping laten komen van een primordiale en later primaire follikel, dus het proces van het geleidelijk- en dag- in dag- uit beschikbaar komen van follikels gedurende het gehele vruchtbare leven. Er is aangetoond dat de AMH spiegel afneemt in tijd, zowel transversaal (bij grotere aantallen patiënten) als longitudinaal (bij dezelfde patiënten op twee achtereenvolgende bezoeken met een interval van gemiddeld 2,6 jaar. Als logisch uitvloeisel is gesuggereerd dat de bepaling daarvan een maat zou kunnen zijn voor de eicelreserve.