| |
Doel: - ondersteunen van de diagnose van aanwezigheid van een adenocarcinoom
- follow-up na primaire behandeling van een adenocarcinoom, met name van de borst, om tijdig een recidief of metastasering vast te stellen en behandeling te starten
Vereiste klinische informatie: Standaard informatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht); bovendien informatie aangaande eventueel voorgaande behandeling.
Beschrijving methodes: CA 15.3 is de oudste test die gebruikt wordt voor de bepaling van het mucine (MUC-1, ook bekend als episialine of PEM) in serum. Het mucine wordt bepaald met een sandwich immunoassay, waarbij meestal gebruik gemaakt wordt van monoklonale antistoffen, die specifiek reageren met verschillende antigene plaatsen op het mucine molecuul, het gen-product van het polymorfe MUC-1 gen. Eén antilichaam (de �??catcher�??) is gebonden aan een vaste drager en vangt het mucine uit het serum. Het tweede antilichaam (�??detector�??), meestal voorzien van een label (o.a. enzym, chemoluminescentie marker), vormt een complex met het eerder weggevangen mucine. De hoeveelheid gebonden label kan gemeten worden en is een maat voor de hoeveelheid mucine in het serummonster. Het meetresultaat wordt afgelezen tegen de standaard reeks en een kalibrator, waarvoor nog geen internationale standaardmateriaal beschikbaar is. Daarom kunnen per testmethode en per laboratorium de referentiewaarden verschillen. Belasting voor de patiënt Venapunctie; geen aparte afname nodig. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding; bloed kan op ieder moment van de dag worden afgenomen. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed via venapunctie in �??stolbuis�??. Na stollen het serum scheiden door centrifugeren. Indien de bepaling dezelfde dag plaatsvindt serum bewaren bij kamertemperatuur. Indien de bepaling niet dezelfde dag uitgevoerd wordt, moet het serum ingevroren bewaard worden; dit is ook noodzakelijk voor verzending naar een extern laboratorium. Stoorfactoren Men moet erop bedacht zijn dat ook andere adenocarcinomen kunnen leiden tot een, soms aanzienlijk, verhoogde serum-mucine waarde.
Mogelijke toepassingen: Hoge CA 15.3 waarden bij de diagnose van borstcarcinoom geven een slechte aanwijzing voor het bestaan van een gemetastaseerd proces. De waarde van de CA 15.3 (MUC-1) bepaling ligt vooral op het gebied van de follow-up en detectie van metastasering van borstcarcinoom.
Interpretatie: Mucinen vormen een grote familie van hoogmoleculaire glycoproteïnen, meestal dienend tot bescherming van epitheliaal weefsel. In gezond weefsel is mucine aantoonbaar aan de apicale zijde van endocriene kliercellen en is niet in direct contact met de bloedstroom. Het mucine antigeen dat in melkklierweefsel wordt gevonden, is het product van het polymorf MUC-1 gen. Dit mucine wordt vaak CA 15.3 genoemd naar de monoklonale antilichamen die gebruikt zijn in de oorspronkelijke test. Het MUC-1 mucine, is een transmembraan eiwit, met een extracellulair gedeelte dat is opgebouwd uit een variërend aantal repeterende sequenties van 20 aminozuren, die via serine of threonine residuen geglycosyleerd zijn. Binnen enige uren na de synthese wordt het extra-cellulaire gedeelte van de celmembraan afgescheiden en is dan aantoonbaar in de extracellulaire matrix en in lage concentraties in bloed (serum). In adenocarcinomen treedt een verandering van de mucine synthese op waarbij het mucine in een verhoogde concentratie in de bloedbaan Het MUC-1 mucine is zelden verhoogd bij benigne laesies van de mamma. Het MUC-1 mucine is ook aantoonbaar in serum van patiënten met adenocarcinomen in andere weefsels en organen zoals het ovarium, maag, lever of prostaat, maar ook bij benigne gynecologische aandoeningen en nierfalen. De lage specificiteit van de (CA 15.3) MUC-1 testen geeft dan ook de beperking van deze testen aan. Voor het gebruik en interpretatie van CA 15.3 en andere MUC-1 mucine testen dient men zich bewust te zijn van omstandigheden die de basiswaarde kunnen beïnvloeden, zoals zwangerschap: de MUC-1 mucine waarden kunnen stijgen tot omstreeks 100 kU/l in het derde trimester.
Referentiewaarden: Door het ontbreken van een internationaal standaard preparaat, worden nieuwe testen voor meting van het MUC-1 gen product meestal gerelateerd aan de oorspronkelijke CA 15.3 test. Als referentie-waarde wordt dan ook vaak een waarde van 0-30 kU/l aangehouden en ook opgegeven door de fabrikanten van de testen. In nieuwe testen wordt vaak gebruik gemaakt van andere (combinaties van) monoklonale antilichamen en een verschillende �??labels�?? voor de kwantificering van het mucine. In de praktijk kunnen tussen laboratoria onderling, zowel absoluut als relatief, verschillen optreden.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 8,31
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Bon GG, Kenemans P, Verstraeten R, et al. Serum tumor marker immunoassays in gynecologic cancer: establishment of reference values. Am J Obstet Gynecol 1996; 174: 107-114
.
- Robertson JFR, Jaeger W, Syszmendera JJ, et al. The objective measurement of remission and progression in metastatic breast cancer by use of serum tumor markers. Eur J Cancer 1999; 35: 47-53
.
- Symposium: Mammary carcinoma and tumormarkers. Ned Tijdschr Klin Chem 1995; 20: 293-304
.
- Tomlinson IPM, Whyman JA, Barrett JA, et al. Tumor marker CA 15.3: Possible uses in the routine management of breast cancer. Eur J Cancer 1995; 31A: 899-902
.
|
|