| |
Doel: Alkalische fosfatase (AF) wordt gebruikt bij de diagnostiek en de
follow-up van leveraandoeningen en botziekten.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek
(identificatie, leeftijd, geslacht, etc.).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Hiervoor wordt
meestal de IFCC-methode gebruikt die gekenmerkt wordt door een AMP-buffer, pNPP
als substraat en een meettemperatuur van 37°C. Door
de enzymwerking wordt het substraat gesplitst, waarbij een kleur ontstaat in
een mate die evenredig is aan de aanwezige enzymactiviteit. De
AF-iso-enzymen vertonen verschillen in fysisch-chemische eigenschappen, zij
kunnen worden gescheiden met polyacrylamidegel-elektroforese of met lectines
(koolhydraatbindende
eiwitten). Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Nuchtere
afname verdient de
voorkeur. Materiaalafname/Fixatie Afname van
bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren.
Indien de bepaling dezelfde dag plaats vindt, bewaren bij kamertemperatuur.
Vindt de bepaling niet dezelfde dag plaats, dan dient het monster gekoeld te
worden
bewaard. Stoorfactoren Bilirubine boven
de 250 μmol/l kan verhoogde AF-spiegels geven. Vrij
hemoglobine (hemolyse), lipemie, citraat, oxalaat en EDTA kunnen
storen.
Mogelijke toepassingen:
- diagnostiek en follow-up van primaire en secundaire cholestase
- diagnostiek en follow-up van primaire en secundaire
botziekten
- voor iso-enzymbepaling: onbegrepen AF-verhoging en/of verdenking op
extra-osteoblastaire activiteit (bv. na fracturen)
Interpretatie: AF in serum is een mengsel van
diverse iso-enzymen die in vitro bij pH =10 organische fosfaatesters, zoals
4-nitrofenylfosfaat (pNPP), splitsen. Nog onbekend zijn de natuurlijke (in
vivo) substraten voor AF. Genoemd worden fosfo-ethanolamine of
fosfatidyl-ethanolamine en anorganisch pyrofosfaat. AF speelt
waarschijnlijk een rol bij het verzorgen van toevoer van anorganisch fosfaat
naar het inwendige van de cel en bij transfosforyleringsreacties. Er bestaat
dan ook een sterke associatie tussen het voorkomen van AF en de mineralisatie
van botweefsel. AF komt in alle weefsels voor, gebonden aan lipoproteïnen van
de plasmamembraan. Het in serum aanwezige AF stamt in hoofdzaak af van
leverparenchym, galwegepitheel en osteoblasten, in mindere mate van
darmepitheel, placenta- en nierweefsel. De normale excretieroute voor AF is via
de lever met de gal; AF wordt niet teruggeresorbeerd in de lever of in de
darm. Er zijn vier genen die coderen voor AF. Eén gen codeert voor
lever-, bot-, nier- en leukocyten-AF, een tweede voor darm-AF, een derde gen
voor placenta-AF, en een vierde gen codeert voor foetaal-AF dat een grote
overeenkomst vertoont met placentair-AF. Het in galwegepitheel en in tumoren
aanwezige AF is geen iso-enzym maar een posttranslationele modificatie.
Galweg-AF is een aggregaat van de-novo gesynthetiseerd lever-AF met een
lipoproteïne. Ook kan bij sommige patiënten - geassocieerd met sommige
auto-immuunziekten en tumoren - macro-AF (lever-AF gecomplexeerd aan IgG) in
het bloed voorkomen. De eerstgenoemde AF-isovormen verschillen
onder andere in siaalzuurgehalte van het koolhydraatdeel van de eiwitten en
vertonen daardoor verschillen in fysisch-chemische eigenschappen. Zij kunnen
worden gescheiden in polyacrylamidegel-elektroforese of met lectines
(koolhydraatbindende eiwitten). Ook is onderscheid tussen de AF-isovormen
mogelijk via remmingsproeven met fenylalanine of homoarginine of met
hittestabiliteitsproeven (10 minuten bij 56°C of 20 minuten bij
65°C). Verhoging van de AF-aktiviteit:
- cholestase Bij acute hepatitiden is de AF-stijging licht; is een
cholestatische component aanwezig dan stijgt AF fors. Hepatitis op basis van
alcoholabusus heeft steeds een hoge AF (en
γ-GT).
Chronische hepatitiden gaan gepaard
met een normale of licht verhoogde AF. Slechts bij primaire biliaire cirrose
stijgt de AF sterk door galstuwing. In alle gevallen van leverparenchymschade
is de lever-AF (licht) verhoogd. Cholestase door galwegobstructie (galstenen,
cholangitis, primair levercelcarcinoom, metastasen, lymfomen of medicamenteus)
wordt gekenmerkt door hoge AF-spiegels (5-20x de bovengrens van normaal). Bij
extrahepatische galwegobstructie is AF sterker verhoogd dan bij intrahepatische
obstructie. Bij cholestase zijn galweg-AF (normaal niet aanwezig) en darm-AF
verhoogd en is steeds γ-GT eveneens verhoogd.
- botziekten Bij primaire of secundaire botziekten kan de AF normaal zijn
(osteoporose, acromegalie, zuiver osteolytische botmetastasen), matig verhoogd
zijn (twee- tot viermaal de bovengrens van normaal); (rachitis, osteomalacie,
hyperparathyroïdie), maar ook sterk verhoogd zijn (osteoblastaire
botmetastasen, ziekte van Paget (tot 30x verhoogd!)).
Indien de AF verhoogd is
bij de genoemde aandoeningen, is vrijwel steeds bot-AF verhoogd ten gevolge van
een toegenomen activiteit van de osteoblasten. Overigens is bot-AF ook verhoogd
bij wondheling door verhoogde chondroblastactiviteit (bevat AF). De combinatie
van bot-AF (radio-immunoassay) en PSA wordt aanbevolen bij de detectie van
botmetastasen bij prostaatcarcinoom.1,2
- overige omstandighedenIn de kleuterleeftijd kunnen zich korte periodes van hoge
fosfatasemie voordoen. De betekenis hiervan is nog niet duidelijk. Er zijn
associaties gevonden met groeiachterstand en met virale en parasitaire
infecties. Mogelijk is de oorzaak een verminderde klaring ten gevolge van een
externe factor.3 Ook bij zwangerschap kan AF
verhoogd zijn.
Verlaging van de AF-aktiviteit: Bij hypofosfatasemie, een autosomale
recessieve ziekte, is de AF verlaagd.4 Verder wordt
een verlaagd alkalische fosfatase gezien bij:
- postmenopauzale vrouwen met oestrogeentherapie vanwege
osteoporose
- mannen met recente hartchirurgie, ondervoeding,
magnesiumdeficiëntie, hypothyroïdie of ernstige anemie
- kinderen met achondroplasie en cretinisme
- kinderen na een ernstige enteritis
- patiënten met pernicieuze anemie
Valkuilen: Diverse geneesmiddelen
veroorzaken door inductie een AF-verhoging.
Vergelijking andere methodes: Bij cholestase is γ-GT eveneens steeds
verhoogd. De combinatie van (bot)-AF en PSA wordt aanbevolen bij de detectie
van botmetastasen bij prostaatcarcinoom.
Referentiewaarden: Wanneer een IFCC-methode wordt gebruikt (AMP-buffer,
pNPP als substraat, meettemperatuur 37°C) zijn de
referentiewaarden voor AF bij: volwassenen: < 125
U/l kinderen beneden 12 jaar: < 350 U/l zwangeren:
< 200 U/l De halfwaardetijd van AF en iso-enzymen is: AF 3-7
dagen, darm AF < 8 uur.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Referenties
- Burlina A, Rubin
D, Secchiero S, et al. Monitoring skeletal cancer
metastases with the bone isoenzyme of tissue unspecific alkaline
phosphatase. Clin Chim
Acta 1994; 226: 151-8
.
- Lorente JA, Morote J, Raventos
C. Specific antigen in the diagnosis of bone metastasis in
prostate et al: Clinical efficacy of bone alkaline
phosphatase and prostate
cancer. Urology 1996; 155: 1348-51
.
- Wolf PL. The significance of
transient hyperphosphatasemia of infancy and childhood of the clinician and
clinical pathologist. Arch Path Lab
Med 1995; 119: 744-5
.
- Iqbal S.J, Davies
T, Holland S, et al. Alkaline phosphatase isoenzymes
and clinical features in hypophoshatasia. Ann Clin
Biochem 2000; 37: 775-80
.
Achtergrondinformatie
- Akesson K. Biochemical markers
of bone turnover. Acta Orthop
Scand 1995; 66: 376-86
.
- Dufour DR, Lott
JA, Nolte FS, et al. Diagnosis and monitoring of
hepatic injury 1: Performance characteristics of laboratory
tests. Clin
Chem 2000; 46: 2027-49
.
- Gomez B, Ardakani
S, Ju J, et al. Monoclonal Antibody Assay for
measuring bone-specific alkaline phosphatase activity in
serum. Clin
Chem 1995; 41: 1560-6
.
- Griffiths J, Vernocchi
E, Simoni E. Transient hyperphosphatasemia of
infancy and childhood: A study of serum alkaline phosphatase by elektrofocusing
techniques. Arch
Med 1995; 119: 784-9
.
- Moss DW. Perspectives in
alkaline phosphatase research. Clin
Chem 1992; 38: 2486-92
.
|
|