| |
Doel: Het bevestigen van een vermoedelijk vitaminetekort in het algemeen en in het bijzonder bij neurologische en hematologische aandoeningen.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: De bepaling van beide vitamines berust op het principe van de competitieve eiwitbinding, een soort RIA-methode, waarbij de binding door een niet-immunoglobuline �?? IF voor vitamine B12 en foliumzuurbindend eiwit (FBP) voor foliumzuur �?? plaatsvindt en niet door een antistof. Door de vergelijkbare indicaties voor beide vitamines zijn simultaanbepalingen ontwikkeld (57Co-label voor vitamine B12 en 125I label voor folaat). Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Afname kan op elk tijdstip plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed via venapunctie; scheiding van serum door centrifugeren. Serum zo snel mogelijk invriezen. Stoorfactoren Materiaal moet worden beschermd tegen licht, lucht en warmte. Methotrexaat stoort de folaatbepaling door kruisreactie.
Mogelijke toepassingen:
- neurologische (gecombineerde strengziekte) en hematologische (megaloblastaire anemie) aandoeningen; indien beide aanwezig is dit een aanwijzing voor vitamine B12-gebrek; als alleen een megaloblastaire anemie wordt gevonden is dit een aanwijzing voor folaatgebrek
- omstandigheden bij de patiënt, die vitamine B12- of folaatdeficiëntie in de hand werken, zoals eenzijdige voeding, maag-darmaandoeningen, alcoholisme, exfoliatieve dermatiden, zwangerschap, hyperreactieve hemopoëse o.a bij chemotherapie en gebruik van foliumzuurremmende geneesmiddelen zoals methotrexaat, pyrimethamine en trimethoprim
- macrocytaire anemie of normocytaire anemie
Interpretatie: Vitamine B12 (cyanocobalamine) is een tetrapyrrolverbinding met kobalt (Co) als centrum. Vitamine B12 wordt als complex met intrinsic factor (IF), afkomstig uit de pariëtale cellen van het maagcorpus, opgenomen door het terminale ileum. R-proteïnen, krachtige vitamine B12-binders afkomstig uit speeksel en maag, werken alleen bij zure pH, en worden door peptidasen gesplitst in tegenstelling tot IF. Vitamine B12 wordt in het bloed opgenomen en, gekoppeld aan transcobalamine II, getransporteerd en met een Ta van enkele uren geklaard door opname in de lever, waar transcobalamine I het opslageiwit is. Waar methyl B12 in serum de grootste component is van de cobalaminen, zijn in de cel 5-deoxy-adenosyl B12 en hydroxo B12 de belangrijkste cobalaminen. Vitamine B12 heeft als functies:
- trapping van biologisch actief folaat in de cel;
- overdracht van een methylgroep �?? afkomstig van N5-methyl-H4-folaat �?? op homocysteïne, waarbij methionine wordt gevormd; vitamine B12 fungeert als co-enzym voor homocysteïne methyltransferase;
- isomerisatie van methylmalonzuur-CoA tot succinyl-CoA, waarbij vitamine B12 co-enzym is voor een mutase. Succinyl-CoA is noodzakelijk voor synthese van myeline (gestoorde methylering van �??myelin basic protein�?? (MBP) zou ook gevonden zijn bij vitamine B12-deficiëntie). Myelinegebrek leidt tot gecombineerde strengziekte.
De gestoorde DNA-synthese, gezien bij vitamine B12-deficiëntie, is het gevolg van het ontstane folaatgebrek in de cel. Vitamine B12 wordt alleen door bepaalde bacteriën gesynthetiseerd. Vooral vlees, vis, melk en eieren bevatten relatief veel vitamine B12. In plantaardige producten wordt het niet aangetroffen. In het dagelijks dieet bevindt zich 5-15 μg, waarvan slechts 1-5 μg wordt geresorbeerd. Foliumzuur (pteroylglutaminezuur, PGA) komt vooral in bladgroenten voor als polyglutamaat. Opname van PGA vindt vooral in het eerste deel van de dunne darm plaats als monoglutamaat. In de darmmucosa wordt PGA gereduceerd (met dihydrofolaatreductase) in twee stappen tot tetrahydrofolaat (H4-folaat) en vervolgens onder invloed van vitamine C gemethyleerd tot N5-H4-folaat. In bloed wordt foliumzuur gedeeltelijk aan serumeiwitten gebonden getransporteerd en in diverse vormen (formyl-, formimino-, N5-methyl-, 5-10-methyleen). Folaat heeft als functies:
- Overdracht van een methylgroep van folaat in de vorm van 5-10-methyleen-H4-folaat op deoxyuridinemonofosfaat (dUMP), waarbij deoxy-thymidinemonofosfaat (dTMP) ontstaat. dTMP is een precursor voor DNA. Gelijktijdig met deze reactie wordt het H4-folaat deel geoxideerd tot H2-folaat.
- N5-methyl-N4-folaat (MTFA) geeft een CH3-groep af aan homocysteïne (zie Vitamine B12).
- Folaat neemt een formiminogroep over van formiminoglutamaat (FiGlu), een histidine-afbraakproduct.
Verlaagde waarden van vitamine B12 kunnen duiden op:
- een tekort aan vitamine B12 in het voedsel; dit is zeldzaam maar komt bijvoorbeeld voor bij veganisten;
- een gestoorde opname van vitamine B12 door IF-gebrek of circulerende IF-antistoffen (pernicieuze anemie); dit is de meest voorkomende oorzaak van vitamine B12-deficiëntie; men treft het aan bij atrofie van maagslijmvlies, anaciditeit of na totale maagresectie;
- een gestoorde vitamine B12-resorptie in het ileum; bij ileitis, bacteriële overgroei, spruw, coeliakie, enteritis regionalis, de ziekte van Whipple etc.;
- verhoogde excretie van vitamine B12; bij ernstig lever- of nierlijden;
- verhoogde vitamine B12-waarden duiden op een recente intramusculaire of intraperitoneale toediening van vitamine B12, zoals bij de Schillingtest of op een verandering in het bindingseiwittenpatroon (vooral bij polycythemia vera en chronisch myeloïde leukemie).
Verlaagde waarden van foliumzuur duiden op:
- tekort aan foliumzuur in het voedsel; dit is de meest voorkomende oorzaak van een folaatgebrek;
- verminderde intestinale opname van foliumzuur, zoals bij niet-tropische spruw, coeliakie, bij alcoholisme en na gebruik van sommige anti-epileptica (fenobarbital, fenytoïne), sulfonamiden, orale anticonceptiva en van foliumzuurantagonisten als medicatie (zie Indicaties);
- een verhoogd gebruik van folaat; men ziet het bij celproliferatie (maligniteiten), exfoliatieve dermatitiden (psoriasis), verhoogde erytropoëse, (meerlingen)zwangerschap en lactatie.
Foliumzuurtekort kan een rol spelen bij aangeboren neuraalbuisdefecten; suppletie zou hierbij preventief kunnen werken. Verhoogde waarden van foliumzuur duiden meestal op een (kunstmatig) verhoogde inname van foliumzuur. Sensitiviteit/Specificiteit De bepaling van vitamine B12 en foliumzuur geschiedt zeer specifiek.
Valkuilen: Een lage vitamine B12-waarde bij een 'gezonde' patiënt duidt op een subklinische deficiëntie. Bij myeloproliferatieve ziekten kan vitamine B12 fout-verhoogd zijn door het voorkomen van aspecifieke vitamine B12-bindende proteïnen. Een manifest foliumzuurgebrek wordt bevestigd door een lage concentratie erytrocytenfolaat. Een normaal serumfolaat in combinatie met een laag erytrocytenfolaat is een aanwijzing voor een vitamine B12-gebrek.
Referentiewaarden: Vitamine B12 130-700 pmol/l. Foliumzuur 5-23 nmol/l.
Tarief (excl. ordertarief): Vitamine B12�?� 8,31; foliumzuur �?� 6,65.
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Berkhout AMM, Beunis MH, Haard PMM van, et al. Vitaminegehalten bij Alzheimer patienten thuis en in het verpleeghuis. Vox Hospitii 1990; 3: 12-17
.
- Czeizel AE. Folic acid in the prevention of neural tube defects. J Pediatr Gastroenterol Nutr 1995; 20: 4-16
.
- Dawson DW, Waters HM. Malnutrition: folate and cobalamin deficiency. Br J Biomed Sci 1994; 51: 221-7
.
- Fidanza F (ed.). Nutritional status assessment: a manual for population studies. London: Chapman and Hall, 1991: 244-58
.
- Friedrich W. Vitamins. New York: De Gruyter, 1988: 929-1001
.
- Herbert V. Don't ignore low serum cobalamin (vitamin B12) levels [editorial]. Arch Intern Med 1988; 148: 1705-7
.
- Joosten E, Pelemans W, Hiele M, et al. Vitamine B12 (cobalamine)gebrek bij bejaarden. Ned Tijdschr Geneeskd 1990; 134: 652-6
.
- Lindenbaum J, Healton EB, Savage DG, et al. Neuropsychiatric disorders caused by cobalamin deficiency in the absence of anemia or macrocytosis. N Engl J Med 1988; 318: 1720-8
.
- McNulty H. Folate requirements for health in different population groups. Br J Biomed Sci 1995; 52: 110-9
.
- Nexo E, Hansen M, Rasmussen K, et al. How to diagnose cobalamin deficiency. Scand J Clin Lab Invest Suppl 1994; 219: 61-76
.
|
|