| |
Doel: Follow-up van gastrointestinale tumoren.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: CA 19.9 wordt bepaald met behulp van sandwich immunoassays. Hierbij bindt het CA 19.9 uit het monster aan monoklonale antilichamen waarvan er één veelal geimmobiliseerd is of wordt. Vervolgens bindt een tweede antilichaam, voorzien van een of andere merker (o.a. chemoluminescentie, enzym) aan dit complex. De hoeveelheid gebonden label is een maat voor de hoeveelheid CA 19.9 in het monster. Het resultaat wordt afgelezen tegen dat van een kalibrator. Over aard en samenstelling daarvan bestaan helaas nog geen internationale afspraken. Daardoor kunnen referentiewaarden per methode en per laboratorium verschillen. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding; afname kan op elk tijdstip van de dag plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Indien bepaling dezelfde dag plaatsvindt bewaren bij kamertemparatuur. Vindt bepaling niet dezelfde dag plaats dan dient het monster ingevroren te worden bewaard. Verzending van materiaal naar een extern laboratorium ook ingevroren.
Mogelijke toepassingen: De bepaling van CA 19.9 vindt zijn toepassing in de follow-up na operatieve behandeling of chemotherapie van pancreascarcinoom, galwegcarcinoom en maagcarcinoom.
Interpretatie: Het CA 19.9-antigeen wordt gebruikt als tumormarker voor pancreascarcinomen en colorectale adenomen. CA 19.9 is een grootmoleculair mucine en is een gemodificeerd Lewisa hapteen: in plaats van binding met twee fucosemoleculen (Lewisa en Lewisb) van de precursorketen vindt binding plaats met N-acetylneuraminezuur (CA50) en vervolgens fucose (CA 19.9). CA 19.9 wordt herkend door een monoklonale antistof, die in 1979 is geproduceerd en wordt aangeduid met 1116 NS 19.9. Mucines worden in epitheelcellen gemaakt en hebben een beschermende werking. Het komt dan ook in hoge concentraties voor in sputum, pancreassecreet en semenvloeistof. Het zijn grote glycoproteïnen, waarvan er twee types zijn: membraangeassocieerde en gesecreteerde vormen. Het MUC1-polypeptide, waartoe CA 19.9 behoort, is een membraanpeptide dat in wisselende mate geglycosyleerd kan zijn. Het extracellulaire deel tezamen met de transmembraan unit kan worden vrijgemaakt en komt in de circulatie. Dit MUC1-mucine komt in veel epitheliale weefsels voor, maar met name in pancreas- en mammaweefsel en is dan in wisselende mate geglycosyleerd. Er zijn diverse antistoffen gemaakt tegen dit MUC1, die in verschillende assays worden gebruikt: CA 19.9, SPan-1 en DU-PAN-2 (met name specifiek voor pancreascarcinomen) en CA 15.3 (specifiek voor mammacarcinomen). Het antigene epitoop voor CA 19.9 is het sialyl-Lewisa-antigeen, een monosialoganglioside; voor CA 15.3 is het juist een deel van het peptide van het MUC1. CA 19.9 is als gesialieerd lacto-N-fucopentaose II herkend als een ligand van E-, P- en L-selectines. Sensitiviteit/Specificiteit Ritts et al.1 voerden een prospectief onderzoek uit bij 2467 patiënten die een laparotomie ondergingen. De auteurs geven aan dat 100 kU/l als grenswaarde beter zou zijn dan de algemeen gebruikelijke 37-40 kU/l. In de niet-icterische groep wordt dan de sensitiviteit voor pancreas- en galwegkanker 55%, specificiteit > 99%, positief voorspellende waarde (PPV) 97% en de negatief voorspellende waarde (NPV) 88%. In de groep met symptomen van geelzucht zijn de waarden respectievelijk: 61, 83, 87 en 52%. Indien CA 19.9 wordt gecombineerd met een CT of echografie, worden de PPV en NPV verhoogd. CA 19.9-analyses zijn ongeschikt voor screening en voor de detectie van kleine lokale tumoren. Satake et al.2 vergelijkt CA 19.9 met andere markers voor pancreaskanker: SPan-1, DUPAN-2, CA50 en CEA en elastase 1. CA 19.9 blijkt in een groep van 1615 maligniteiten van de tractus gastrointestinalis en 812 benigne aandoeningen de hoogste sensitiviteit (79%) te hebben, ook in stadium T1 en T2 van pancreaskanker. Specificiteit van CA 19.9 was 72%, PPV 54% en NPV 89%. CA 19.9 had samen met DUPAN-2 de hoogste diagnostische �??accuracy�??: 74%. In geval van colorectaalkanker blijkt CA 19.9 in 47-58% verhoogd te zijn en correleert met de Dukes stadia, maar CA 19.9 heeft geen voorspellende waarde voor de uitkomst van chemotherapie.3
Valkuilen: Een aantal personen is 'Lewis negatief'. Dit zou voorkomen bij 7-10% van de bevolking. Dit betekent, dat deze personen per definitie negatief zullen zijn voor CA 19.9.
Referentiewaarden: CA 19.9 < 37 kU/l. De bovengrens van normaal is sterk verschillend voor Lewisa - en Lewisb -individuen. Zie ook Beperkingen!
Tarief (excl. ordertarief): �?� 8,31
Literatuur: Referenties
- Ritts RE, Nagorney DM, Jacobsen DJ, et al. Comparison of preoperative serum CA 19.9 levels with results of diagnostic imaging modalities in patients undergoing laparotomy for suspected pancreatic or gallbladder disease. Pancreas 1994; 9: 707-16
.
- Satake K, Takeuchi T. Comparison of CA 19.9 with other tumor markers in the diagnosis of cancer of the pancreas. Pancreas 1994; 9: 720-4
.
- Webb A, Scott-Mackie P, Cunningham D, et al. The prognostic value of CEA, beta HCG, AFP, CA 125, CA 19.9 and C-erb B-2, beta HCG immuno-histochemistry in advanced colorectal cancer. Ann Oncol 1995; 6: 581-7
.
- Collazos J, Genolla J, Ruibal A. CA 19.9 in non-neoplastic liver diseases: A clinical laboratory study. Clin Chim Acta 1992; 210: 145-51
.
Achtergrondinformatie
- Duffy, MJ. CA 19-9 as a marker for gastrointestinal cancers: a review. Ann Clin Biochem 1999; 35: 364-70
.
|
|