Referentiewaarden
Urine eiwit (g/L)
Urine eiwit (g/24hr)
Door de grootte- en ladingsselectiviteit van de glomerulaire basaalmembraan komt er slechts een beperkte hoeveelheid kleinmoleculaire eiwitten in het glomerulaire ultrafiltraat. Deze hoeveelheid eiwit wordt vervolgens volledig tubulair teruggeresorbeerd. Normaal bevat urine dan ook geen eiwit ( < 0.1 g/24hr). Indien dit wel aangetoond kan worden duidt dit meestal op nierschade. Deze kan van glomerulaire, dan wel tubulaire oorsprong zijn. Andere, minder vaak voorkomende oorzaken van proteïnurie (=eiwitverlies in urine) zijn “overload” proteïnurie, waarbij de hoeveelheid kleinmoleculaire eiwitten de tubulaire terugresorptie-capaciteit overschrijdt (bijv. Bence-Jones eiwit (zie aldaar), hemoglobine, myoglobine), en “postrenale” proteïnurie (in geval van ontstekingen of maligniteiten van de urinewegen). Ook kan bij zware lichamelijke inspanning soms proteïnurie worden gezien. Door de proteïnurie in de context te zien van het klinisch beeld en andere laboratorium afwijkingen, zoals gestoorde nierfunctie, sedimentsafwijkingen en selectiviteit van de proteïnurie (zie aldaar), kan meestal een goede indruk worden verkregen van de oorzaak en klinische betekenis.
Achtergrondinformatie
Literatuur:
- Handboek klinisch-chemische tests, Ed. Pekelharing et al, 1e druk 1995, Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, ISBN 90 6348 188 8
- Klinische Nefrologie, Ed. de Jong et al, 4e druk 2005, Elsevier Gezondheidszorg, ISBN 90 352 2760 3