Klinisch doel:
Doel: Met deze immunofenotypering
worden circulerende T cel subsets geanalyseerd in volbloed d.m.v. multikleuren flowcytometrie. Op
basis hiervan kunnen afwijkingen in T cel subsets gedetecteerd worden. De bepaling wordt o.a� uitgevoerd bij pati�nten verdacht van een
(cellulaire) immuundefici�ntie of autoimmuun
lymfoproliferatief syndroom (ALPS). Ook wordt de
bepaling gebruikt voor evaluatie van pati�nten met: humorale
immuundefici�nties, DiGeorge syndroom,
autoimmuunziekten, recidiverende infecties, na hematopoetische
stamceltransplantatie en na behandeling met biologicals/chemostatica/immuunsuppressiva.
Vereiste klinische informatie: Op het aanvraagformulier dient de standaardinformatie (identificatie,
geboortedatum, geslacht) te zijn ingevuld. Daarnaast is vermelding van de klinische
verdenking/diagnose essentieel.
Achtergrond informatie:
Analyse van de lymfocyten subsets in het
bloed, waarbij de absolute aantallen B-, T- en NK cellen worden bepaald, is een
eerste basale analyse voor de detectie van afwijkingen in het immuunsysteem.
Hiermee kunnen immuundefici�nties waarbij de T en/of B cellen sterk verlaagd of
afwezig zijn (o.a. Severe Combined
Immunodeficiency en X-linked
agammaglobulinemie) worden opgespoord. Bij pati�nten
verdacht van een cellulaire immuundeficientie, maar
met normale aantallen T (en B) cellen kan analyse van T (en/of B) cel subsets
noodzakelijk zijn.
Beschrijving methode:
De verschillende T subsets brengen specifieke
antigenen (CD-merkers) tot expressie op het cel
oppervlak. De subsets worden van elkaar onderscheiden op basis van verschillen
in expressie van CD-merkers. Met behulp van
flowcytometrie wordt de expressie van de CD-merkers
gemeten door de cellen te labellen met antilichamen, gekoppeld aan fluorochromen, die gericht zijn tegen de verschillende CD-merkers. Door middel van multikleuren
flowcytometrie wordt de expressie van 8 verschillende CD-merkers
nauwkeurig bepaald en worden de verschillende T cel subsets van elkaar
onderscheiden (zie onderstaande tabel)
T cel
subsets in perifeer bloed. T cellen zijn gedefinieerd als CD3+ cellen binnen CD45+
cellen.
|
T cel subsets
|
|
|
Binnen
de CD3+CD4+ T cellen (T helper cellen):
|
|
|
Na�eve T cellen
|
CD45R0-CCR7+CD27+CD28+
|
|
Central memory T cellen
|
CD45R0+CCR7+
|
|
Effector memory T cellen
|
CD45R0+CCR7-
|
|
Ver gedifferentieerde T cellen
|
CD45R0-CCR7-
|
|
Geactiveerde T cellen
|
HLA-DR+
|
|
Regulatoire T cellen
|
CD25+CD127-
|
|
|
|
|
Binnen
de CD3+CD8+ T cellen (cytotoxische T cellen):
|
|
|
Na�eve T cellen
|
CD45R0-CCR7+CD27+CD28+
|
|
Central memory T cellen
|
CD45R0+CCR7+
|
|
Effector memory T cellen
|
CD45R0+CCR7-
|
|
Ver gedifferentieerde T cellen
|
CD45R0-CCR7-
en CD45R0-CCR7+CD28-
|
|
Geactiveerde T cellen
|
HLA-DR+
|
|
|
|
|
Binnen
de CD3+ T cellen:
|
|
|
αβ T cellen
|
CD3+TCRαβ+
|
|
dubbelnegatieve αβ T cellen
|
CD3+CD4-CD8-TCRαβ+
|
|
γδ T cellen
|
CD3+TCRγδ+
|
-, geen expressie; +, expressie; low, lage
expressie; hi, sterke expressie; dim, intermediaire
expressie
Belasting voor de pati�nt:
Venapunctie.
Voorbereiding pati�nt:
Geen specifieke voorbereiding nodig.
Materiaalafname/Fixatie:
Afname van minimaal 1 ml bloed middels venapunctie in een EDTA buis. Het celmateriaal dient op
kamertemperatuur te worden bewaard en verstuurd (niet koelen!).
Mogelijke toepassingen:
Het
bepalen van T cel subsets is van belang bij evaluatie en/of diagnose van
pati�nten met:
-
cellulaire
immuundefici�nties, zoals:
o
IPEX
(genetisch defect in het FoxP3 gen, waardoor er een dysfunctie
of defici�ntie van regulatoire T cellen is)
o
autoimmuun lymfoproliferatief
syndroom (ALPS; genetisch defect in de Fas genen)
o
Nijmegen
breakage syndroom en ataxia
telangiectasie (afwijkingen in T cel subsets worden
beschreven bij deze pati�nten)
-
recidiverende
infecties (evaluatie van de aanwezigheid van memory en
geactiveerde T cellen)
-
22q11
deletie syndromen (o.a. DiGeorge syndroom) (deze
pati�nten hebben een thymus hypoplasia
of aplasia, wat kan resulteren in een gestoorde T cel
functie en in zeldzame gevallen in zeer weinig perifere T cellen)
-
CHARGE
syndroom (afwijkingen in T cel functie)
-
hematopoetische stamcel
transplantatie of therapie met biologicals, immunosuppressiva, chemostatica
(evaluatie van T cel herstel)
-
humorale
immuundefici�nties (afwijkingen in perifere T cel subsets worden beschreven in
een aanzienlijk deel van de pati�nten met common variable immunodeficiency)
-
autoimmuunziekten
Interpretatie: De T cel subsets worden omgerekend in
absolute aantallen (aantal cellen per microliter bloed). De resultaten worden vervolgens beoordeeld door een medisch immunoloog
aan de hand van de flowcytometrische analyse en de in
het laboratorium aanwezige referentiewaarden. Hieronder volgen enkele
voorbeelden van afwijkingen die gevonden kunnen worden:
Afwezigheid
of reductie van het aantal na�eve T cellen zonder T cel lymfopenie
duidt op afwezige of verminderde T cel ontwikkeling vanuit de thymus. Een verhoogd aantal na�eve T cellen in combinatie
met verlaagde aantallen memory T cellen duidt op een
defect in de differentiatie en effector functie of op
een selectief verlies van memory T cellen, waardoor
het risico op infecties verhoogd wordt. Aangezien memory
T cellen belangrijk zijn voor het ontwikkelen van een effici�nte afweer tegen pathogenen heeft een verminderd aantal memory
cellen meer klinische implicatie dan een verlaagd aantal na�eve T cellen.
Na
antigeen specifieke activatie van T cellen vindt er (meestal transiente) expressie van bepaalde markers plaats,
waaronder HLA-DR en CD25 (IL-2 receptor alfa keten). Een verhoogd aantal
geactiveerde T cellen (>3%) duidt op een acute infectie. Ook bij het hemofagocytair syndroom (HLH) brengt een grote hoeveelheid
T cellen de activatiemarkers constitutief tot
expressie. Een verhoogd aantal ver gedifferentieerde cellen komt voor bij
chronische infecties en autoimmuunziekten (en op oudere leeftijd).
E�n
procent van de bevolking is drager van een polymorfisme
van het CD45 gen, waardoor CD45RA niet kan switchen naar CD45R0. Bij deze
mensen zijn de memory cellen CD45R0+CD45RA+. Dit
wordt het CD45RA schakel defect genoemd en bij een vermoeden van dit defect
wordt een CD45RA en CD45R0 kleuring ingezet.
Afwezigheid
van regulatoire T cellen (normaal 3-10%) duidt op het
IPEX syndroom, waarbij pati�nten ernstige autoimmuun fenomen hebben, doordat activatie van het immuunsysteem niet
voldoende onderdrukt wordt.
Een
verhoogd aantal CD3+CD4-CD8- (dubbelnegatieve) T
cellen kan veroorzaakt worden door een verhoogd aantal γδ
T cellen of door een verhoogd aantal dubbelnegatieve αβ T cellen. Een verhoogd aantal γδ T cellen kan veroorzaakt worden door b.v. een infectie of een autoimmuunziekte.
Een verhoogd aantal dubbelnegatieve αβ T cellen (>2.5%) komt voor bij pati�nten
met het auto-immuun lymfoproliferatief syndroom
(ALPS). Deze pati�nten hebben een mutatie in Fas (of Fasligand of een signaleringsmolecuul in de Fas cascade), waardoor de T cellen niet in apoptose gaan. Aan het einde van iedere immuunrespons
dienen effector cellen weer ge�limineerd te worden om
een goede homeostase van het immuunsysteem te waarborgen. CD95 (Fas) speelt hier een belangrijke rol in en triggering van Fas door Fasligand leidt tot apoptose van de T cellen. Bij ALPS pati�nten ontstaat er
een ophoping van T cellen in de lymfeklieren en de milt, wat gepaard gaat met
auto-immuun verschijnselen. Een normaal percentage dubbelnegatieve
αβ T cellen sluit de diagnose ALPS echter
niet uit, aangezien de cellen zich ook in de weefsels kunnen bevinden.
In
pati�nten met antistofdefici�nties of autoimmuun
ziekten worden afwijkingen in de perifere T cel subsets beschreven. Bij sommige
pati�ntengroepen (zoals pati�nten met common variable immune deficiencies) correleren
T cel afwijkingen met klinische complicaties en ernst van symptomen.
Vergelijking andere methodes:
De uitkomsten van de T cel subset bepaling dienen
altijd te worden ge�nterpreteerd in samenhang met de uitkomsten van de
lymfocyten subset analyse en de klinische gegevens.
Literatuur:
-
Saule et. al. Accumulation of memory T cells from
childhood to old age: Central and effector memory
cells in CD4+ versus effector memory and terminally
differentiated memory cells in CD8+ compartment. Mechanisms of Ageing and
Development (2006): 127: 274-281
-
Lanzavecchia et. al. Understanding the degeneration and
function of memory T cell subsets. Current Opinion in Immunology (2005) 17:
326-332
- Sallusto et. Al. Central memory and effector memory T cell subsets: function, generation, and
maintenance. Annu. Rev. Immunol.
(2004) 22:745-763
-
Magerus-Chatinet et. Al. FAS-L, IL-10, and double-negative
CD4-CD8-TCRα/β+ T cells are reliable markers of autoimmune lymphoproliferative syndrome (ALPS)
associated with FAS loss of function. Blood (2009) 113:3027-3030
-
Fuchizawa et. Al. Developmental changes of
FOXP3-expressing CD4+CD25+ regulatory T cells and their impairment in patients
with FOXP3 gene mutations. Clinical Immunology (2007) 125: 237-246