Referentiewaarden
Urine chloride (mmol/L)
Urine chloride (mmol/24hr)
Chloride in de voeding wordt vrijwel volledig in het maagdarmkanaal opgenomen. De normale chlorideopname is 100–200 mmol/dag en erg afhankelijk van zoutinname (NaCl) met de voeding. De uitscheiding vindt normaal voor circa 98% door de nieren plaats. Bij een patiënt in een stabiele situatie is de hoeveelheid chloride in een 24-uurs urine dan ook gelijk aan zijn/haar dagelijkse chlorideinname met voedsel. Deze wisselt erg van persoon tot persoon, en zelfs in een persoon. Daarom zijn normaalwaarden eigenlijk niet te geven. Bij een zoutbeperkt dieet van 3 tot 6 gram zal de chloride excretie overigens 50 tot 100 mmol/24hr zijn.
Indien urine chloride uitgedrukt wordt als mmol/L komt daarbij nog eens de complicerende factor van de hydratie toestand van de betrokken persoon. Als de urine geconcentreerd is, zal de concentratie chloride hoger zijn.
Als de urine chloride concentratie cq excretie laag is kan dit een aanwijzing zijn voor (langdurig) braken bij de betreffende patient, waarbij chloride in de vorm van HCl in het maagsap verloren gaat.
Achtergrondinformatie
Literatuur:
- Handboek klinisch-chemische tests, Ed. Pekelharing et al, 1e druk 1995, Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, ISBN 90 6348 188 8
- Klinische Nefrologie, Ed. de Jong et al, 4e druk 2005, Elsevier Gezondheidszorg, ISBN 90 352 2760 3