| |
Doel: Aantonen van intracerebrale IgG-synthese.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (identificatie, leeftijd, geslacht, mogelijke diagnose).
Beschrijving methodes: Analysemethodes De meest aanbevolen methode1 is scheiding van de eiwitten met behulp van iso-elektroforese. Eiwitten worden hierbij gescheiden in een elektrisch veld op grond van hun iso-elektrisch punt met agarose als drager. Door de aanwezigheid van amfolieten in de agarose zal in een elektrisch veld een pH-gradient ontstaan (van pH 3 tot 10). De eiwitten in de opgebrachte monsters verplaatsen zich in een dergelijk gradient naar die pH waarbij zij niet geladen zijn, het zgn. iso-elektrisch punt. De op deze wijze gescheiden eiwitten worden overgebracht op een nitrocellulose membraan. Na een reactie met een primaire antilichaam gericht tegen IgG en een tweede antilichaam waaraan peroxidase (HRP) is gekoppeld, wordt IgG zichtbaar gemaakt door een peroxidase- substraat om te zetten in een kleurstof. Een andere methode is dat na de iso-elektroforese de agarose-gelen gekleurd worden met een zilverkleuring.2 Ook is een methode beschreven van elektroforese op agarose met hoog-oplossend vermogen gevolgd door immunofixatie en kleuring met een antilichaam waaraan peroxidase is gekoppeld.3 Belasting voor de patiënt Lumbaalpunctie en venapunctie. Voorbereiding patiënt Zie Lumbaalpunctie. Materiaalafname/Fixatie Liquor verkregen door lumbaalpunctie dient zo snel mogelijk te worden gecentrifugeerd, waarna de liquor tot de elektroforese gekoeld dient te worden bewaard. Na de venapunctie wordt serum verkregen door centrifugeren en tot de elektroforese gekoeld bewaard. Indien de analyse niet dezelfde dag (binnen 4 uur) kan worden uitgevoerd, dient het materiaal te worden ingevroren bij -30°C.
Mogelijke toepassingen:
- aantonen van intracerebrale IgG synthese bij multiple sclerose intrathecale infecties, ontstekingen of auto-immuunziekten
Interpretatie: Omdat liquor een ultrafiltraat is van het bloed, bevat het eiwitten, waaronder immunoglobulines die passief uit het bloed getransporteerd worden. Daarnaast kunnen er in de liquorruimte zelf immunoglobulines gesynthetiseerd zijn. Deze zijn vrijwel altijd van een beperkte heterogeniteit (oligoklonaal). Daarom dient bij onderzoek naar oligoklonale IgG in liquor altijd serum meegenomen te worden. Door een Europese consensus groep4,5 is de volgende indeling gemaakt in types van patronen die bij de elektroforese van IgG's kunnen voorkomen.
- Type 1: normaal; geen oligoklonale IgG in liquor.
- Type 2: oligoklonale IgG is aanwezig in liquor met in het bijbehorende serum geen afwijkingen.
- Type 3: er komen oligoklonale IgG-banden voor in zowel liquor als serum, maar het aantal banden in liquor is groter dan in serum.
- Type 4: er komen identieke banden voor in liquor en serum (spiegelbeeld). Dit betekent dat er geen locale synthese is van IgG in de liquorruimte, maar er is sprake van een systemische ontstekingsreactie. Dit patroon kan onder andere voorkomen bij het syndroom van Guillain-Barré.
- Type 5: er komt een monoklonale band van IgG voor in zowel liquor als serum. Dit patroon komt voor bij paraproteinemie en myelomen.
De types 2 en 3 zijn specifiek voor multiple sclerose en andere ontstekingsreacties. Hierbij worden oligoklonale IgG's lokaal achter de bloed-hersenbarrière gevormd. Sensitiviteit/Specificiteit Het percentage van patiënten met multiple sclerose dat oligoklonale banden vertoont volgens type 2 of 3 varieert in de literatuur van 95-98%.6,7,8 In onderstaande tabel is dat weergegeven voor verschillende neurologische ziekten. Het percentage oligoklonale banden in de liquor cerebrospinalis bij verschillende neurologische ziekten:8
Neurologische aandoening
|
Percentage
|
Multiple sclerose
|
95
|
Auto-immuunziekten
|
|
neuro SLE
|
50
|
neuro sarcoïdose
|
40
|
Infectieziekten
|
|
acute virale encefalitis (< 7 dgn)
|
< 5
|
acute bacteriële encefalitis (< 7 dgn)
|
< 5
|
SSPE
|
100
|
neurosyfilis
|
95
|
neuro-AIDS
|
80
|
neuroborreliosis
|
80
|
Tumoren
|
< 5
|
Erfelijke ziekten
|
|
ataxia-teleangiectasia
|
60
|
adrenoleukodystrofie
|
100
|
Hoewel de sensitiviteit van de oligoklonale IgG-test met name bij multiple sclerose hoog is, is de specificiteit niet erg hoog. Daar staat tegenover dat bij infectieziekten de IgG's vooral gericht zijn tegen het veroorzakende virus of bacterie. Bij multiple sclerose is onbekend waartegen de oligoklonale IgG-banden gericht zijn.
Valkuilen: Sporadisch blijken er bij MS-patiënten geen oligoklonale IgG-banden in liquor aantoonbaar.9 Over het algemeen zijn dit patiënten met een beginnende of een goedaardige multiple sclerose.
Vergelijking andere methodes: Een mogelijkheid is de bepaling van de IgG-quotient (verhouding IgG in liquor/IgG in serum). Dit is slechts bij 70-80% van de patiënten met multiple sclerose verhoogd.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 16,63
Literatuur: Referenties
- Keir G, Luxton RW, Thompson EJ. Isoelectric focussing of cerebrospinal fluid immunoglobulin G: an annotated update. Ann Clin Biochem 1990; 27: 436-43
.
- Rabilloud T, Vuillard L, Gilly C, et al. Silver-staining of proteins in polyacryamide gels: a general overview. Cell Mol Biol 1994; 40: 57-75
.
- Caudie C, Allansen O, Bancel J. Détection des bandes oligoclonales d'immunoglobulines G dans le liquide céphalorachidien par immunofixation après migration électrophorétique sur l'automate Hydrasys® Sebia. Ann Biol Clin 2000; 58: 376-9
.
- Andersson M, Alvarez-Cermeno J, Bernardi G, et al. Cerbrospinal fluid in the diagnosis of multiple sclerosis: a new consensus report. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1994; 57: 897-902
.
- Reiber H, Thompson EJ, Grimsley G. International consensus report on quality assessment of CSF protein analysis: an interned based Tea Room approach. Clin Chem submitted:
.
- Reiber H, Ungefehr S, Jacobi C. The intrathecal, poly-specific and oligoclonal immun response in multiple sclerosis. Multiple Sclerosis 1998; 4: 111-7
.
- Lamers KJB. Neurologisch liquor onderzoek; periode 1995-1997. Nijmegen: Laboratorium , 1997
.
- Giovannoni G, Thompson EJ. The detection and significances of cerebrospinal fluid oligoclonal IgG. In: Livrea P, et al. (eds). CFS analysis in multiple sclerosis. Berlin: Springer Verlag, 1996: 29-39
.
- Zeman AZJ, Kidd D, McLean BN, et al. A study of oligoclonal band negative multiple sclerosis. J Neurol Neurosurg 1996; 60: 27-30
.
- Lamers KJB, Teelken AW, Klasen IS. Externe kwaliteitsbewaking van liquor. Ned Tijdschr Klin Chemie 1998; 23: 274-6
.
Achtergrondinformatie
- Livrea P, et al. (eds). CFS analysis in multiple sclerosis. Berlin: Springer Verlag, 1996
.
- Fishman, RA. Cerebrospinal
fluid in diseases or the nervous system. 2nd ed. Philadelphia: Saunders, 1992
.
- Teelken AW, Korf J (eds). Neurochemistry: Cellular, molecular and clinical aspects. New York: Plenum Press, 1997: 423-56
.
- Teelken AW. Diagnostiek van MS. In: Feiten en Visie, 1e landelijk symposium over multiple sclerose. Utrecht: s.n., 2000
.
|
|