Klinisch doel
Ketonen zijn een belangrijke bron van energie voor met name het brein wanneer er sprake is van een lage beschikbaarheid van glucose, onder andere bij langdurig vasten. Ketonen worden gevormd uit vrije vetzuren die gemobiliseerd worden uit vetweefsel. De lever zet deze om via de beta-oxidiatie naar acetyl-CoA, waaruit acetoacetaat en beta-hydroxyboterzuur worden gevormd. Om deze ketonen te gebruiken als energiebron dienen deze te worden afgebroken. Daarvoor zijn twee enzymen noodzakelijk, waaronder succinyl-CoA:3-oxoacid CoA transferase (SCOT) en mitochondrieel acetoacetyl-CoA thiolase (T2). Als de enzymactiviteit van een van deze enzymen sterk verlaagd is door mutaties in de genen die voor deze enzymen coderen, dan spreekt men van een ketolyse defect. Aan een ketolyse defect moet gedacht worden wanneer er sprake is van een onverklaarde, vaak persisterende, hyperketose (met of zonder hypoglycemie).