| |
Doel: Vaststellen van verhoogd lipase in serum of plasma.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Lipases worden gedefinieerd als enzymen die esters van glycerol met lange vetzuurketens kunnen hydrolyseren aan koolstofatomen 1 en 3. Het overgebleven monoglyceride isomeriseert en de laatste vetzuurgroep wordt dan afgesplitst. Oorspronkelijk werd voor de activiteitsmeting een emulsie van olijfolie gebruikt, waarbij de hydrolyse slechts zeer langzaam verliep. Tegenwoordig gebruikt men turbidimetrie dan wel spectrofotometrie waarbij colipase, Ca2+ ionen en een pH tussen 7 en 9,5 wordt gebruikt. De reactie verloopt in enkele minuten bij een temperatuur van 37°C. De optimale reactiecondities elimineren de postheparine lipase activiteit. Ook kan lipase gemeten worden via immunochemische technieken. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding nodig. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Indien de bepaling binnen een week plaats vindt, bewaren bij kamertemperatuur. Voor langere bewaartermijn kan het serum worden gekoeld of ingevroren (-20°C). Stoorfactoren Lipasebepalingen zijn betrouwbaar, mits een gestandaardiseerd substraat (bv. long-chain triglyceriden: olijfolie-emulsie, trioleïne of �??short-chain�?? triglyceriden: tributyraatderivaten) met toevoeging van een emulgator en colipase wordt gebruikt.
Mogelijke toepassingen:
- differentiële diagnostiek van acute buikklachten (bij verdenking op pancreatitis)
- obstructie van de ductus pancreaticus (bij chronische pancreatitis)
Interpretatie: Lipasen zijn enzymen die de hydrolyse van triglyceriden tot vetzuren en glycerol katalyseren. Zij komen in vrijwel alle cellen van het lichaam voor. Naast het pancreaslipase kent men carboxylesterase (splitst carboxylesters van korte vetzuurketenlengte), arylesterase (splitst fenylacetaat, β-naftylbutyraat) en lipoproteïnelipase (splitst aan eiwit gebonden triglyceriden). Voor de diagnostiek is pancreaslipase van belang, dat in de acini van de pancreas wordt gevormd en in de dunne darm zijn functie uitoefent (exocriene functie van de alvleesklier).Lipase (triacylglycerolacylhydrolase) is een glycoproteïne met een molecuulgewicht van 48 kD. Het enzym wordt ook aangetroffen in leukocyten, vetweefsel, melk en tongklieren (Ebner's klieren). Het in serum voorkomende lipase is grotendeels van de pancreas afkomstig, voor een deel echter ook van maag, long en darmmucosa. Voor de activiteit van lipase in het darmlumen is de emulgerende werking van galzuren en colipase (eveneens een pancreasproduct) noodzakelijk. Hierbij wordt één molecuul triglyceride met lange ketens (meer dan 10 koolstofatomen) gesplitst in twee moleculen vrije vetzuren en één molecuul monoglyceride. De vetzuren en de monoglyceriden recombineren in de darmwandcellen tot nieuwe triglyceriden en komen via het lymfevocht in de vena cava superior. Triglyceriden in het voedsel, die alleen korte keten vetzuren bevatten, worden door lipase geheel gesplitst tot vetzuren en glycerol. Deze komen via de darmwand in het poortadersysteem terecht. Lipase is een klein molecuul en kan als zodanig door de nieren worden uitgescheiden, maar wordt in zijn totaliteit weer teruggeresorbeerd door de tubulus, zodat onder normale omstandigheden geen lipase in de urine voorkomt. Er bestaan aanwijzingen dat lipase in ten minste twee isovormen voorkomt. Voor de diagnostiek zijn alleen verhoogde waarden van lipase van belang. Bij stijging van lipase-activiteit is sprake van acute pancreatitis, recidief van een chronische pancreatitis, obstructie van de ductus pancreaticus of tumor of oedeem van de papil van Vater. De lipasebepaling in serum wordt het meest gebruikt bij de differentiële diagnostiek van de 'acute buik' ter uitsluiting of bevestiging van een acute pancreatitis. De pijn bij acute pancreatitis wordt veroorzaakt door autodigestie van de alvleesklier, die plaatsvindt door activering van proteolytische enzymen (trypsine, chymotrypsine en carboxypeptidase). Lipase- en ook amylasebepalingen worden gebruikt om een betrokkenheid van de pancreas in deze situatie te kunnen onderscheiden van andere buikklachten. De activiteit van lipase stijgt bij acute pancreatitis binnen 4 - 8 uur met een piekwaarde na ongeveer 24 uur. De verhoging kan 8 - 14 dagen waarneembaar zijn. Bij chronische pancreatitis is de lipase-activiteit in het algemeen niet en die van amylase licht verhoogd. Obstructie van de ductus pancreaticus door een galsteen of tumor kan de lipase in serum doen stijgen afhankelijk van de lokalisatie. De diagnostische waarde voor het aantonen van een pancreascarcinoom is over het algemeen echter gering. Een verhoging welke langer blijft bestaan dan 14 dagen duidt op een slechte prognose dan wel het ontstaan van een cyste. Verhoging van de lipase bij bof, duidt op pancreasbeschadiging. Sensitiviteit/Specificiteit De beschreven sensitiviteit van lipase ligt tussen 82-100% en de specificiteit tussen 56-61% voor de diagnostiek van een acute pancreatitis en is afhankelijk van de gevolgde bepalingsmethode.
Valkuilen: Lipaseverhogingen bij ziekten van niet-pancreatische oorsprong zijn gerapporteerd bij nierinsufficiëntie, diabetische ketoacidose, sarcoïdose en virushepatitis. Bij acute en chronische nierziekten kan de lipase activiteit verhoogd zijn, hoewel niet zo frequent en hoog als de amylase activiteit. ERCP-onderzoek en behandelingen met opiaten kunnen eveneens een lipase verhoging veroorzaken.
Vergelijking andere methodes: Verhogingen van lipase-activiteit lopen meestal parallel aan die van amylase. De toename in lipase kan eerder plaatsvinden dan die van amylase. Lipase heeft een grotere biologische halfwaardetijd dan amylase, waardoor een verhoogde activiteit van lipase langer aanhoudt dan bij amylase. De specificiteit van lipase ten aanzien van de diagnostiek van acute pancreatitis is beter dan van amylase.
Referentiewaarden: 20-180 U/l (37°C) spectrofotometrische methode 30-140 U/l (30°C) turbidimetrische methode
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,89
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Moss DW, Henderson AR. Clinical enzymology. In: Burtis CA, Ashwood ER (eds). Tietz textbook of clinical chemistry. Philadelphia: Saunders, 1999: 698-704
.
- Pincus MR, et al. Clinical enzymology. In: Henry JB (ed.). Clinical diagnosis and management by laboratory method. 19th ed. Philadelphia: Saunders, 1996: 288-9
.
- Tietz NW, Shuey DF. Lipase in serum - the elusive enzyme: an overview. Clin Chem 1993; 39: 746-56
.
|
|