| |
Doel: Uitsluiten of vaststellen van een hypo- of hypermagnesiëmie.
Vereiste klinische informatie: Standaard gegevens bij aanvraag laboratoriumonderzoek, eventueel kalium status.
Beschrijving methodes: Magnesium wordt doorgaans als totaal magnesium bepaald in serum/plasma met behulp van een colorimetrische bepaling (complexvorming met bijvoorbeeld xylidilblauw) dan wel via vlam absorptie spectrofotometrie. De laatste methode is specifieker, maar technisch complexer en niet standaard in elk laboratorium beschikbaar. Ionogeen magnesium kan met ion selectieve elektrodes worden gemeten, de literatuur is niet eenduidig over eventuele voordelen van meten van vrij ionogeen magnesium ten opzichte van totaal magnesium (ionogeen ca. 55%, eiwit gebonden ca. 30% en gecomplexeerd met fosfaat en citraat ca. 15%). Incidenteel wordt magnesium gemeten in 24-uurs urine, al dan niet in de vorm van een belastingstest met 30 mmol magnesium in 1 liter fysiologisch zout infuus, bij het vaststellen van een magnesium deficit. Belasting voor de patiënt Venapunctie of verzamelen van 24 uurs urine. Voorbereiding patiënt Bloedafname bij voorkeur niet binnen enkele uren na de warme maaltijd. Stoorfactoren Bij hypoalbuminemie is de magnesiumstatus verlaagd, aangezien ruim de helft van het magnesium gebonden aan albumine wordt getransporteerd. Bij ernstige hypoalbuminemie is meting van ionogeen magnesium zinvol. Hemolyse of lipemie interfereert bij de spectrofotometrische bepaling.
Mogelijke toepassingen:
- uitsluiting hypomagnesiëmie bij onbegrepen neuromusculaire en CZS storingen zoals tetanie, die niet op calcium reageert of bij lethargie en spierzwakte
- bij cardiale problematiek als tachycardie/aritmie/verlengde QT, bij langdurige totale parenterale voeding of aanhoudend gastro-intestinaal vocht verlies
- magnesium meting is geïndiceerd bij onbegrepen hypocalciëmie en hypokaliëmie
- vaststellen magnesium status bij alcoholisme en resorptiestoringen, diabetes mellitus, nierinsufficiëntie, diuretica en behandeling met nefrotoxische middelen. Diagnostiek bij de ziekte van Gitelman
- bewaking magnesium suppletie bij bijvoorbeeld eclampsie
- meting in feces ter uitsluiting van laxantia abusus op basis van magnesiumsulfaat
Interpretatie: Magnesium in plant chlorofyl is een essentiële component voor de fotosynthese. In het menselijk lichaam komt magnesium vooral voor in botten (53%), in spieren (27%), in orgaanweefsel (19%) als lever/hersens/nier en in plasma/bloedcellen (1%), in totaal circa 20-25 g. Vooral algen, cacao, bonen, soja en in mindere mate ongepelde rijst, volkoren brood, zeevruchten, vis en vlees (spieren!) zijn goede bronnen van magnesium. De aanbevolen opname is 5 mg/kg/dag. Opname vanuit voedsel gebeurt zowel passief als actief in de dunne darm. Regulatie van de serum concentratie van magnesium gebeurt vooral via de nieren, reabsorptie deels in de proximale tubulus, deels in de lus van Henle. Een hoog aanbod van calcium, vrije vetzuren en vezels in de voeding beïnvloedt de magnesium opname negatief. Volgens sommige auteurs is de magnesium suppletie in de westerse landen sub-optimaal. Er bestaan twee hoofdfuncties voor magnesium: enerzijds als complex met vooral ATP (in energetische processen) of met nucleïnezuren (stabilisatie van hun ruimtelijke structuur), anderzijds als antagonist/competitor voor calcium bij binding aan membranen of proteïnen. In totaal zijn circa 300 magnesium-afhankelijke enzymen bekend. Een hypomagnesiëmie verlaagt de drempelpotentiaal voor prikkelgeleiding en zorgt voor hyperexcitatie. Hypomagnesiëmie (serum waarden < 0,5 mmol/l, verlaagde excretie in urine) lijdt na enkele weken tot vage klinische verschijnselen als misselijkheid, lethargie en braken. Binnen enkele maanden ontstaan cerebrale klachten (verwardheid/ desoriëntatie/hyperirritabiliteit), neuromusculaire klachten (tetanie/convulsie) of hart- en vaat aandoeningen. Hypomagnesiëmie treedt vaak op samen met een hypokaliëmie, hypofosfatemie of hypocalciëmie. Voor handhaven van de kalium en calcium homeostase is Mg-ATP nodig! Hypomagnesiëmie ontstaat frequent door excessief renaal verlies bij een verstoorde tubulaire resorptie, bijvoorbeeld ten gevolge van cisplatine therapie of langdurig gebruik van loop-diuretica, antibiotica, cyclosporine of lithium. Dit gaat gepaard met kalium verlies, kalium sparende diuretica sparen ook magnesium. Een tweede oorzaak is gebrekkige opname via de voeding of gastro-intestinaal verlies (diarree, alcoholmisbruik, acute pancreatitis, aanhoudende steatorroe), dan wel verlies via hemodialyse. Verder zijn er endocriene oorzaken als hyperthyroïdie, hypoparathyroïdie, hyperaldosteronisme, diabetes mellitus (meer uitgesproken na een keto acidose) en diabetes insipidus. Bij de ziekte van Gitelman, een autosomaal recessief overervende aandoening, is magnesium in serum sterk verlaagd door een gestoorde magnesium resorptie in combinatie met een gestoorde natriumresorptie. Hyperparathyroïdie kan secundair ontstaan bij magnesium gebrek. Magnesium tekorten kunnen worden aangevuld met een magnesiumsulfaat infuus, al dan niet tezamen met kalium en fosfaat. Hypermagnesiëmie leidt slechts zelden tot problemen, concentraties hoger dan 2 mmol/l zijn doorgaans ontstaan door suppletie. Klinische symptomen zijn misselijkheid (serum Mg > 2,0 mmol/l), sedatie, hypoventilatie, spierzwakte en verminderde peesreflexen (Mg > 5 mmol/l), hypotensie en bradycardie (Mg > 7,5 mmol/l). De effecten van hypermagnesiëmie worden bestreden door toediening van calcium, dat als antagonist werkt. Hypermagnesiëmie ontstaat bij terminale nierinsufficiëntie, bij ernstige rhabdomyolyse en door het gebruik van magnesiumhoudende antacida en laxantia. Hyper-suppletie kan optreden bij het toedienen van magnesium bij (pré-)eclampsie.
Referentiewaarden:
volwassenen
|
0,7-1,0 mmol Mg/l
|
neonaten
|
0,5-1,1mmol Mg/l
|
kinderen
|
0,6-1,0 mmol Mg/l
|
urine
|
3,0-5,0 mmol Mg/dag
|
Tarief (excl. ordertarief): �?� 2,77
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Jonge N de. Indicaties voor de bepaling van magnesium. Ned Tijdschr Geneeskd 1993; 137: 287-90
.
- Knochel JP. Disorders of magnesium metabolism. In: Braunwald E, et al. (eds). Harrison's principles of internal medicine. 15th ed. New York: McGraw-Hill, 2001
.
- McLean RM. Magnesium and its therapeutic uses, a review. Am.J Med 1994; 96: 63-76
.
- Schweizer JJ, Collenburg JJM van. Vijf kinderen met hypokaliëmie, hypomagnesiëmie en hypocalciurie (Gitelman-syndroom) in een gezin. Ned Tijdschr Geneeskd 1997; 141: 1698-701
.
- Willems JL, Huigen HJ, Ingen HE van. Magnesiumonderzoek in ontwikkeling. Ned Tijdschr Klin Chemie 1995; 20: 55-63
.
|
|