| |
Doel: Bepaling van C-reactive protein (CRP) ter opsporing van infectie en vervolg van therapie.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: De meeste methodes meten de troebelvorming na toevoegen van CRP-specifieke antilichamen. Dergelijke methoden zijn geschikt voor het meten van CRP-concentraties bij infecties en ontstekingen, maar ze zijn relatief ongevoelig bij normale concentraties. Voor het gebruik van CRP als prognosticum of als voorspellende factor voor acute coronaire syndromen werden er modificaties aangebracht om vele malen lagere concentraties te kunnen meten, de zgn. ultrasensitieve CRP. Materiaalafname/Fixatie Serum geniet de voorkeur, maar EDTA plasma kan ook gebruikt worden. Lithium heparine monsters moeten vers geanalyseerd worden. Stoorfactoren De bepaling is immunologisch en stoorfactoren zijn inherent aan de gekozen meetmethode (reumafactoren storen bij latex-agglutinatietechnieken, lipemie stoort bij nefelometrie/turbidimetrie).
Mogelijke toepassingen:
- diagnostiek: aantonen of uitsluiten van ontsteking of infectie
- seriële meting om respons op therapie op te volgen
- cardiovasculaire aandoeningen: CRP is een prognostische factor bij patiënten met acute coronaire syndromen of kan gebruikt worden als voorspellende factor voor toekomstige cardiovasculaire aandoeningen in schijnbaar gezonde personen
Interpretatie: C-reactive protein (CRP) is een acute-fase-eiwit gesynthetiseerd in de lever. Het dankt zijn naam aan de mogelijkheid om met C-polysacharide uit pneumokokkenkapsel te precipiteren Diverse stimuli zetten monocyten en macrofagen aan tot synthese van interleukines, waarvan interleukine-6 de belangrijkste stimulus is voor de productie van de meeste acuut-fase-proteïnes. CRP bindt aan fosfolipide-componenten van zowel bepaalde pathogenen als van beschadigde lichaamseigen cellen. Na binding aan een van zijn liganden activeert het de complementcascade en bevordert zo de opsonisatie. Anderzijds kan het ook rechtstreeks aan fagocytaire cellen binden met eliminatie van de gebonden cel tot gevolg. Bovendien induceert CRP de synthese van inflammatoire cytokines. Ondanks beide pro-inflammatoire effecten is het netto-effect van CRP echter anti-inflammatoir. Adhesie van neutrofielen aan endotheel wordt verhinderd alsook de aanmaak van zuurstofradicalen en de synthese van interleukine-1-antagonisten wordt gestimuleerd. Veelal is de CRP spiegel binnen 6-8 uur na een noxe verhoogd; CRP is hierin sneller dan welke andere parameter ook (bv. bezinking, leukocyten of differentiatie van bloedcellen). Na 24 tot 48 uur bereikt het een maximum; een duizendvoudige toename is mogelijk. CRP is hiermee het meest gevoelige acuut-fase-eiwit. Omdat de halfwaardetijd ervan kort is, 9-12 uur, reageert het snel op veranderingen. Reeds vanaf het in-uterostadium van 26 weken wordt CRP geproduceerd. Diagnostiek: de waarde van CRP voor de kliniek is gelegen in de snelle respons en de veelvoudige toename in concentratie in het geval van acute-fase-reacties. CRP is vooral verhoogd bij bacteriële infecties, maar ook bij pancreatitis, appendicitis, grote traumata, tumoren (vooral long-, nier- of blaastumoren, maar ook de ziekte van Hodgkin of non-Hodgkin lymfomen), actieve reumatische aandoeningen (artritiden), de ziekte van Bechterew, de ziekte van Reiter, polymyalgia rheumatica, de ziekte van Crohn en diepe veneuze trombose geven een sterke toename (CRP boven 100 mg/l) te zien; matig verhoogde CRP-waarden (tot 100 mg/l) worden gezien bij lichtere bacteriële ontstekingen, virale infecties, chronische reumatische aandoeningen, tuberculose en sarcoïdose. Licht verhoogd (< 40 mg/l) of zelfs normaal is CRP bij lichte virale of schimmelinfecties, tenzij deze gepaard gaan met een sterke necrose. Men moet echter steeds rekening houden met een �??lag time�?? van 6 tot 8 uur. Ziekten als SLE, sclerodermie, Sjögren, dermatomyositis en colitis ulcerosa gaan niet met een CRP-verhoging gepaard, secundaire infecties bij deze ziekten echter wel. Hetzelfde geldt voor leukemie. Bij een gewone zwangerschap is de CRP niet verhoogd in tegenstelling tot de bezinking. Om genoemde redenen is de CRP vooral van waarde in de neonatologie (sepsis), kindergeneeskunde (sepsis, appendicitis) en gynaecologie/verloskunde (adnexitis, infecties na gebroken vliezen). Het blijkt in geselecteerde gevallen mogelijk bij neonaten op geleide van de CRP de antibioticatherapie eerder te staken. 40 mg/l is, althans bij kinderen, de beste scheidslijn tussen bacteriële en virale respiratoire infecties, hoewel overlap en dubbelinfecties voorkomen. Bij hogere waarden is een virale infectie alleen zeldzaam, lagere waarden sluiten een bacteriële infectie niet uit. Bij patiënten met reuma geeft CRP de acute fase beter aan dan de bezinking. Door zijn gevoeligheid voor immunoglobulinen en reumafactoren is de bezinking een betere maat voor de ernst van de aandoening, maar een slechtere ontstekingsmarker. De combinatie van deze twee testen geeft meer informatie dan een enkele test. Seriële meting: serieel gemeten is de CRP een goede maat om het aanslaan van een antibiotische therapie te beoordelen; een aanhoudende verhoging na 7 dagen ondanks therapie suggereert therapiefalen of een andere onderliggende aandoening. Complicaties na een chirurgische ingreep, zoals infecties of trombo-embolisch processen, kunnen met seriële metingen aangetoond worden: daling van CRP na 2-3e dag toont afwezigheid van secundaire infecties aan. Het is tevens een goede maat voor het opvolgen van de activiteit bij reumatische aandoeningen, bij de ziekte van Crohn en in het voorspellen van complicaties en exacerbaties van acute pancreatitis. Vaak wordt CRP gebruikt als prognosticum bij tumoren. Tenslotte kan CRP gebruikt worden om het vroege stadium van rejectie van nier- en bottransplant te voorspellen. Cardiovasculaire aandoeningen: CRP heeft een prognostische waarde bij patiënten met acute coronaire syndromen of kan hij gebruikt worden als voorspellende factor voor toekomstige cardiovasculaire aandoeningen in schijnbaar gezonde personen. Sensitiviteit/Specificiteit Sensitiviteit en specificiteit zijn afhankelijk van de discriminatiegrens, de �??lag time�?? en het type aandoening.
Valkuilen: CRP vertoont een behoorlijke intra- en interindividuele spreiding. Leeftijd, geslacht en medicatie hebben weinig of geen invloed op de concentratie.
Vergelijking andere methodes: Erytrocyten bezinkingssnelheid wordt ook gebruikt voor het bevestigen of uitsluiten van infectie en inflammatie of voor het opvolgen van deze aandoeningen middels seriële metingen. De bezinkingssnelheid reageert echter trager op veranderingen en is minder specifiek omdat deze wordt beïnvloed door een aantal variabelen, waaronder geslacht, leeftijd, zwangerschap, geneesmiddelgebruik, hematocriet en morfologie van de rode bloedcellen.
Referentiewaarden: volwassenen, kinderen ouder dan 4 dagen < 10 mg/l. Neonaten < 15 mg/l; bij neonaten echter is vooral seriële meting belangrijk. De concentratie wordt in dit geval vergeleken met de verdeling in de populatie en aan de hand van de percentielen wordt het risico geschat.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 3,88
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Da Silva O, Ohlsson A, Kenyon C. Accuracy of leukocyte indices and C-reactive protein for diagnosis of neonatal sepsis: a critical review. Pediatr Infect Dis J 1995; 14: 362-6
.
- Gerdes LU, Jorgensen PE, Nexo E, et al. C-reactive protein and bacterial meningitis: a meta-analysis. Scand J Lab Invest 1998; 58: 383-94
.
- Hallen S, Asberg A. The accuracy of C-reactive protein in diagnosing acute appendicitis - a meta-analysis. Scand J Clin Lab Invest 1997; 57: 373-80
.
- Rifai N, Ridker PM. High-sensitity C-reactive protein: a novel and promising marker of coronary heart disease. Clin Chem 2001; 47: 403-11
.
- Ruof J, Stucki G. Validity aspect of erythrocyte sedimentation rate and C-reactive protein in ankylosing spondylitis: a literature review. J Rheumatol 1999; 26: 966-70
.
|
|