| |
Doel: Bepaling an High density lipoproteins-(HDL-)cholesterol in serum/plasma.
Vereiste klinische informatie: Standaard informatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht)
Beschrijving methodes: Er zijn verschillende mogelijkheden om HDL-cholesterol te bepalen (in aflopende volgorde van gangbaarheid):1
- directe, homogene methodes die gebruik maken van verschillende, specifieke reagentia (α-cyclodextrine sulfaat, synthetische polymeren, antistoffen tegen apoB e.d.) om VLDL, LDL en chylomicronen middels complexvorming te inactiveren waarna het cholesterol in het nog actieve, niet-gecomplexeerde HDL-cholesterol enzymatisch gemeten wordt;
- een tweestaps methode waarbij HDL-cholesterol bepaald wordt na selectieve (manuele) precipitatie van VLDL en LDL met polyanionen (heparine, PEG of dextraan) en tweewaardige kationen (Mg2+, Mn2+);
- elektroforese van serum of plasma, gevolgd door densitometrie (kwalitatieve analyse);
- ultracentrifugeren ter bepaling van HDL (deze techniek is meestal niet routinematig beschikbaar).
Er zijn nog geen goede standaarden voor algemeen gebruik en de vergelijkbaarheid tussen de in gebruik zijnde technieken laat te wensen over. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Géén specifieke voorbereiding; afname kan op ieder willekeurig tijdstip plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Lipoproteïnen zijn niet erg stabiel en moeten in serum of plasma worden bepaald, liefst binnen 24 uur na afname. Bewaren in de diepvries is mogelijk (�??20°C, beter: �??70°C). Anderen bevelen aan om maximaal 24 uur te bewaren bij 4°C en raden wegens foutief-lage waarden bewaring in diepgevroren toestand af. Stoorfactoren De bepaling wordt gestoord door hemolyse (fout-verhoogd) en een te hoog bilirubine (fout-verlaagd). De directe, homogene methodes zijn relatief ongevoeliger voor verhoogde waarden van triglyceriden (> 8 mmol/l) dan methodes die op precipitatie zijn gebaseerd (hierbij verdient het aanbeveling nuchter bloed af te nemen). Omwille van de (normale) intra-individuele biologische variabiliteit en de analytische variabiliteit wordt aanbevolen het HDL-cholesterol tweemaal te laten bepalen binnen een periode van acht weken met een minimaal interval van een week.
Mogelijke toepassingen:
- schatting van het risico van coronaire hartziekten (CAHZ) bij patiënten, die daarvoor volgens de cholesterolconsensus in aanmerking komen
- therapiecontrole na behandeling van patiënten met cholesterolverlagende middelen
- bestudering van specifieke problemen in de lipoproteïnenhuishouding
Interpretatie: Lipoproteïnen zijn in bloed transporteerbare hoogmoleculaire complexen, samengesteld uit eiwitten en lipiden zoals cholesterol, fosfolipiden en triglyceriden. Verschillende klassen lipoproteïnen kunnen worden gescheiden middels ultracentrifuge, berustend op verschillen in soortelijke massa (dichtheid). De zo gevonden klassen heten HDL, VLDL, IDL en LDL. Klassiek is scheiding via elektroforese op basis van de elektrostatische lading van de eiwitten en de grootte van het complexe deeltje (de zo gevonden fracties worden α, pré-β, broad-β en β genoemd). De HDL-fractie, overeenkomend met het α-lipoproteïne, wordt voornamelijk in de lever en deels in de dunnedarmmucosa gesynthetiseerd met als grondstof bestanddelen van chylomicronen�??remnants�??. Het deeltje bestaat voor meer dan de helft uit de eiwitten apo A I, A II, C en E. In de bloedbaan wordt cholesterol door HDL-partikels opgenomen vanuit perifere cellen en na estervorming opgeslagen. Qua dichtheid veranderen de partikels daarbij van HDL-3 (dichtheid 1,12-1,21 kg/l) in HDL-2 (dichtheid 1,063-1,12 kg/l). Na hun synthese zijn de HDL-partikeltjes schijfvormig en vrij plat. Ze worden bolvormig naarmate meer cholesterol uit de perifere weefsels wordt verzameld. De eiwitten apo-A I (LCAT-activator) en apo-A II (cofactor leverlipase) zijn belangrijke co-enzymen. De cholesterolesters kunnen in de lever worden opgenomen, maar ook overgedragen op VLDL en �??-remnants�?? door bemiddeling van cholesterolester transferproteïne (apo-D). Dit cholesterol bereikt uiteindelijk eveneens de lever. HDL-cholesterol is een onafhankelijke risicofactor bij CAHZ volgens de CBO-consensus. Een HDL-concentratie beneden 0,9 mmol/l voor mannen en 1,1 mmol/l voor vrouwen wijst op een verhoogd relatief risico van CAHZ. Een goede predictieve waarde van HDL-cholesterol bij dreigende CAHZ blijkt uit de Framingham- en de PROCAM-studie. Bij erfelijke vormen van HDL-deficiëntie (Tangier-disease en familiaire hypoalpha-lipoproteïnemie (FHA)) is sprake van een storing in cholesterol efflux en omgekeerd cholesterol transport welk gepaard gaat met verlaagde plasma HDL-cholesterol waarden en toegenomen risico op CAHZ.2 De recente opheldering van het moleculaire defect bij deze ziekten biedt aangrijpingspunten voor therapeutische interventie die verhoging van HDL cholesterol beogen. Mannen hebben een lager HDL-cholesterol dan vrouwen; het gebruik van anabolica verlaagt het HDL; gebruik van oestrogenen en de pil verhoogt het. Voorts stijgt HDL bij matig alcoholgebruik, bepaalde geneesmiddelen als fenobarbital, gifstoffen als DDT en lichamelijke inspanning (joggen). Het HDL-cholesterol is verlaagd bij roken en bij hypertriglyceridemie. Sensitiviteit/Specificiteit Sensitiviteit en specificiteit zijn afhankelijk van de gebruikte methode en de onderzochte populatie.
Vergelijking andere methodes: Ongeveer 50% van de patiënten met CAHZ heeft géén van de klassieke risicofactoren zoals stoornissen in de vetstofwisseling (dyslipidemie), hypertensie, roken of diabetes. Naast de bepaling van de lipidenhuishouding middels totaal cholesterol, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol en eventueel triglyceriden zijn er door het laboratorium nog andere parameters te bepalen waarvoor aanwijzingen zijn dat ze geassocieerd zijn met een verhoogd risico op CAHZ, zoals homocysteïne, fibrinogeen en het ultra-sensitieve C-reactieve proteïne. Voordat deze zogeheten nieuwe risicoparameters in de dagelijkse praktijk ingezet kunnen worden zal aan een aantal criteria voldaan moeten worden (o.a. methodologische consensus met betrekking tot sensitiviteit, specificiteit en methode standaardisatie, bewijs uit epidemiologische prospectieve studies, toegevoegde waarde in risicopredictie bovenop de bestaande risicofactoren).3
Referentiewaarden: mannen 0,9-1,7 mmol/l vrouwen 1,1-2,0 mmol/l ondergrens aanbevolen in Europese consensus 0,9 mmol/l
Tarief (excl. ordertarief): �?� 2,77
Literatuur: Referenties
- Warnick GR, Nauck M, Rifai N. Evolution of methods for measurement of HDL-cholesterol: from ultracentrifugation to homogeneous assays. Clin Chem 2001; 47: 1579-96
.
- Clee SM, Kastelein JJ, Dam M van, et al. Age and residual cholesterol efflux affect HDL cholesterol levels and coronary artery disease in ABCA1 heterozygotes. J Clin Invest 2000; 106: 1263-70
.
- Dominiczak MH. Risk factors for coronary disease: the time for a paradigm shift?. Clin Chem Lab Med 2001; 39: 907-19
.
Achtergrondinformatie
- CBO. Behandeling en preventie van coronaire hartziekten door verlaging van de plasmacholesterolconcentratie: consensus cholesterol. tweede herziening. Utrecht: CBO, 1998
.
|
|