| |
Doel: Onderzoek van de ijzerstatus. Diagnostisch hulpmiddel bij Still's disease en het hyperferritine-cataract syndroom.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Er bestaan veel methodes om het ferritinegehalte in serum te meten. Alle maken gebruik van antilichamen gericht tegen het ferritinemolecuul. Het meetsignaal wordt gegenereerd door een enzym, een fluorescerende of luminescerende groep. De standaardisatie is vergevorderd, zodat verschillen tussen methodes en laboratoria gering zijn. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Ferritine is stabiel in gekoeld of ingevroren serum. Stoorfactoren Bij sommige IRMA- of ELISA-technieken kunnen door een technisch artefact zeer hoge ferritinewaarden als normaal worden afgegeven (�??high dose hook�??-effect).
Mogelijke toepassingen:
- differentiële diagnostiek van microcytaire hypochrome anemie
- ijzergebrek bij de normocytaire anemie van chronische ziekten
- controle ijzerstatus van bloeddonoren
- controle ijzertherapie
- ijzerstapeling
- controle ijzerstatus bij behandeling van renale anemie
- hyperferritinemie-cataract syndroom
- �??adult onset Still's disease�??
- controle op ijzeronttrekkingstherapie bij ijzerstapeling
- controle ijzerstatus bij transfusies (bv. sikkelcelpatiënten)
Interpretatie: Verlaagde ferritinewaarden wijzen op ijzergebrek. Bij ijzerdeficiënties die niet worden gecompliceerd door andere ziekten, vindt men vrijwel altijd ferritinewaarden lager dan 12 μg/l.1,2 Een hoger afkappunt wordt voorgesteld voor ouderen (boven de 65 jaar), nl. 45 μg/l.3 De voorspellende waarde van de serum ferritinewaarde steekt ver uit boven andere testen (zoals transferrinesaturatie en protoporfyrine) bij de differentiatie tussen ijzergebrek en andere oorzaken van microcytose: AμC ROC 0,95 (CI 0,94-0,96).4 De grenswaarde ter uitsluiting van ijzergebrekanemie is > 100 μg/l (LR < 0,25); bij ontstekingsprocessen > 130. Bij twijfel over ijzergebrek kunnen serum ijzer (verlaagd), serum �??soluble Transferrin Receptor�?? sTfR (verhoogd) en de sTfR/Ferritine ratio (verhoogd) uitkomst brengen, en is een beenmergijzerkleuring niet nodig. Het serumferritine is een goede maat voor het reserve-ijzer in het lichaam, waarbij als vuistregel kan worden gehanteerd: 1 μg/l ferritine correspondeert met 8 μg reserve-ijzer. Bij de behandeling van renale anemie met EPO en i.v. ijzer dient de ijzerstatus maandelijks te worden gevolgd door het bepalen van de transferrine verzadiging en de ferritine spiegel. Ouderen vertonen nogal eens een anemie, meestal gebaseerd op chronische ziekte of ijzergebrek, soms op vitamine B12 gebrek, tekort aan foliumzuur, gastrointestinale bloedingen of MDS. Correctie van de ijzerstatus geschiedt op geleide van de ferritinewaarden. Bij bloeddonoren kan men de ijzerstatus monitoren door het bepalen van MCV en MCH resp. ferritine. Tweemaal per jaar doneren halveert het ferritinegehalte. Verhoogde ferritinewaarden treden op bij ijzerstapeling/hemochromatose (afkappunt 280 μg/l),5 ontstekingsprocessen, cytolyse, hemofagocytose, en aandoeningen zoals Still's disease. Verhoogde ferritinewaarden in combinatie met een ijzerverzadigingspercentage > 50% wijzen op ijzerstapeling. Dit kan een verworven of erfelijke oorzaak hebben, waaronder de neonatale variant met cholestase en leverfalen. In veel gevallen is bloedonderzoek (en evt. MRI) sluitend, en kan een leverbiopsie worden vermeden. Bij ijzeronttrekkingstherapie daalt de serum-ferritineconcentratie vrijwel evenredig met de afname van het gestapelde ijzer. Hier zorgt men ervoor, dat het ferritine niet onder de 50 μg/l komt. Bij het erfelijk hyperferritinemie-cataract syndroom vindt men naast de oogafwijkingen verhoogde ferritinewaarden bij een verder normale ijzerstatus. Leverbiopsie en aderlaten zijn gecontraïndiceerd. Verhoogde ferritinewaarden kunnen bij volwassenen helpen de diagnose ziekte van Still waarschijnlijker te maken. Het ferritine is bij deze aandoening afwijkend geglycosyleerd, wat een extra diagnosticum kan zijn. Bij sikkelcelpatienten die regelmatig getransfundeerd worden is het bijhouden van de transfusie- en ferritinestatus van belang om complicaties te voorkomen.
Referentiewaarden: De ferritineconcentratie in bloed is afhankelijk van leeftijd en geslacht en bovendien enigszins van de meetmethode. Bij neonati stijgt ferritine in de eerste levensmaanden tot waarden tussen 200-600 μg/l en daalt daarna tot 20-30 μg/l op 1-jarige leeftijd. Daarna is er een geleidelijke stijging voor beide geslachten en wel binnen het gebied:
mannen
|
25 - 250 μg/l
|
premenopauzale vrouwen
|
20 - 150 μg/l
|
postmenopauzale vrouwen
|
20 - 250 μg/l
|
mannen en vrouwen > 65 jaar
|
45 - 250 μg/l
|
Tarief (excl. ordertarief): �?� 8,31
Literatuur: Referenties
- Lipschitz DA, Cook JD, Finch CA. A clinical evaluation of serum ferritin as an index of iron stores. N Engl J Med 1974; 290: 1213-6
.
- Walsh JR, Fredrickson M. Serum ferritin, free erythrocyte protoporphyrin, and urinary iron excretion in patients with iron disorders. Am J Med Sci 1977; 273: 293-300
.
- Guyatt GH, Patterson C, Ali M, et al. Diagnosis of iron-deficiency anemia in the elderly. Am J Med 1990; 88: 205-9
.
- Guyatt GH, Oxman AD, Ali M, et al. Laboratory diagnosis of iron deficiency anemia: an overview. J Gen Intern Med 1992; 7: 145-53
.
- Swinkels DH, Marx JJ. Diagnostiek en behandeling van primaire hemochromatose. Ned Tijdschr Geneeskd 1999; 143: 1404-8
.
Achtergrondinformatie
- Alexander HD, Sherlock JP, Bharucha C. Red cell indices as predictors of iron depletion in blood donors. Clin Lab Haematol 2000; 22: 253-8
.
- Ballas SK. Iron overload is a determinant of morbidity and mortality in adult patients with sickle cell disease. Semin Hematol 2001; 38 (1 suppl 1): 30-6
.
- Barton JC, Bottomley SS. Iron deficiency due to excessive therapeutic phlebotomy in hemochromatosis. Am J Hematol 2000; 65: 223-6
.
- Catterson PR, Summerfield GP, Beesley JR. Interpretation of iron studies in adolescent haemochromatosis. Clin Lab Haematol 1999; 21: 129-31
.
- Reeth C van, Moel G le, Lasne Y, et al. Serum ferritin and isoferritins are tools for diagnosis of active adult Still's disease. J Rheumatol 1994; 21: 890-5
.
- Smith DL. Anemia in the elderly. Am Fam Physician 2000; 62: 1565-72
.
- Wyck DB van. Management of early renal anaemia: diagnostic work-up, iron therapy, epoetin therapy. Nephrol Dial Transplant 2000; 15 (suppl 3): 36-9
.
|
|