| |
Doel: Het bepalen van prolactine in bloed.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek (identificatie, geboortedatum, geslacht). Afnametijd en omstandigheden (bv. na rust) en indicatie.
Beschrijving methodes: Prolactine wordt vrijwel uitsluitend bepaald met een zogeheten �??solid phase sandwich�?? techniek, waarbij twee monoklonale (muizen)antilichamen, één gekoppeld aan de vaste drager en het andere voorzien van een gevoelig detecteerbaar label direct reageren met twee onderscheiden antigene bindingsplaatsen (epitopen) op het prolactine molecuul. De gemeten activiteit van het gebonden label wordt middels een standaardcurve herleid tot de prolactine concentratie van het monster. Belasting voor de patiënt Venapunctie in geval van een serum bepaling. Speculumonderzoek in geval van afname van vaginaal vocht. Voorbereiding patiënt Prolactine in serum: de patiënt moet ten minste 3 uur uit bed zijn. Gezien het forse dag/nachtritme is het gewenst de bloedafname na 10.00 uur en vóór de lunch te doen plaatsvinden. Incidenteel wordt een (licht) verhoogde waarde gevonden, die enkel en alleen het gevolg is van een stressreactie. Door de patiënt 20 minuten te laten rusten vóór de bloedafname zouden dergelijk vals positieve reacties vermeden kunnen worden. Prolactine/eiwitratio: geen extra voorbereiding noodzakelijk; het tijdstip van afname is onbelangrijk. Materiaalafname/Fixatie Prolactine in serum: afname van het bloed middels venapunctie; scheiding van serum (of plasma) middels gekoelde centrifugeren. Indien de bepaling dezelfde dag plaatsvindt is het mogelijk om het monster in een koelkast bij 2-8°C te bewaren. Zo niet, dan moet het monster ingevroren worden bij -20°C. Prolactine/eiwitratio: vaginaal afgenomen vocht moet meteen worden opgewerkt in het laboratorium: en wordt altijd onmiddellijk een totaal eiwit en een prolactine bepaling uitgevoerd. Stoorfactoren EDTA of citraat plasma kunnen in een aantal immuno-assay methodes voor de bepaling van prolactine niet gebruikt worden. Incidenteel kunnen antistoffen tegen konijn of muis in serum van de patiënt vóórkomen, waardoor fout-hoge PRL-concentraties worden doorgegeven. Fout-lage concentraties kunnen worden gerapporteerd bij macro-adenomen door het �??high-dose-hook�?? effect. Niet alle antilichaamcombinaties detecteren in dezelfde mate de verschillende groot moleculaire vormen van prolactine. In het geval van macroprolactinemie kan hierdoor een verhoogde prolactine concentratie gemeten worden.
Mogelijke toepassingen:
- verdenking op cyclusstoornissen bij de vrouw (menstruatiestoornissen) of infertiliteit bij de man (libidoverlies, impotentie)
- galactorroe bij man en vrouw
- verdenking op hypofysesteelsyndroom
- follow-up van medicamenteuze behandeling van hyperprolactinemie
- prolactine/eiwit-ratio in aflopend vocht bij verdenking op voortijdig gebroken vliezen
Interpretatie: Prolactine (PRL) is een polypeptide, bestaande uit één keten van 198 aminozuren met een molecuulgewicht van 23.000 D. De structuur lijkt sterk op die van groeihormoon (GH) en humaan placentair lactogeen (hPL). Het hormoon wordt gesynthetiseerd in de hypofysevoorkwab (lactotrope cellen) en komt zowel als monomeer en als polymeer in de circulatie voor. De plasmaconcentraties van PRL zijn onderhevig aan een dag-nachtritme, hoog in de vroege morgen en laag in de avond. De afname van monsters geschiedt dan ook bij voorkeur laat in de ochtend. De halfwaardetijd in de circulatie bedraagt 15-30 minuten. De regulatie van de secretie lijkt op die van GH en wijkt af van die van LH/FSH, TSH en ACTH, die een feedbackmechanisme kennen. PRL-secretie staat onder overheersend remmende invloed van de hypothalamus door dopamine (Prolactine Inhiberende Factor, PIF). Dopamine werkt via dopaminereceptoren op de lactotrofe cellen. De remming wordt geïllustreerd door het feit dat bij onklaar raken van de verbinding hypofyse-hypothalamus, zoals bij steelcompressie door tumoren, hyperprolactinemie ontstaat. De hypothalamus kan ook een stimulerend effect op de PRL-secretie hebben via de productie van TRH (thyrotropine-releasing hormone). De reactie van PRL op TRH lijkt sterk op die van TSH, zowel in dosisrespons als in de tijd. Slaap, graviditeit, tepelstimulatie, coïtus, inspanning en stress doen de PRL-concentratie in bloed stijgen. De functies van PRL zijn nog niet alle volledig opgehelderd; vast staat de stimulerende werking op borstklierweefsel, met name tijdens zwangerschap en bij de lactatie. Bij uitval van de hypofysevoorkwab blijkt vaak een vast uitvalspatroon van de geproduceerde hormonen in de volgorde LH/FSH, GH, TSH, ACTH en als laatste PRL. Prolactine in serum: Hyperprolactinemie kan allerlei oorzaken hebben:
- verminderde gevoeligheid voor dopamine van de lactotrope cellen in de hypofyse, zoals opgewekt door dopaminereceptorantagonisten (fenothiazinen zoals chloorpromazine), butyroferonen (haloperidol) en procaïne-achtigen (metoclopramide);
- stimulatie van de lactotrope cellen door bijvoorbeeld oestrogenen (anticonceptiva) of door TRH (primaire hypothyroïdie);
- dopaminedepletie in de hypothalamus onder invloed van druk, bij hersentumoren etc. en onder invloed van medicijnen als reserpine, methyldopa;
- ontoereikend transport van dopamine van hypothalamus naar hypofyse bij doorsnijding hypofysesteel of door druk (supra- en intrasellaire tumoren);
- micro/macro-adenomen, die PRL produceren.
Wordt een hyperprolactinemie medicamenteus behandeld, dan moet gestreefd worden naar voor het geslacht normale prolactine concentraties. Hypoprolactinemie kan het gevolg zijn van een verhoogde hypothalamie dopamineconcentratie (PIF). Therapeutisch wordt hiervan gebruik gemaakt door toepassing van dopaminereceptoragonisten bij hyperprolactinemie (lisuride, bromocriptine, pergolide: alle Parkinsonmiddelen). Bij vrouwen kan hypoprolactinemie geassocieerd zijn met een langdurig tekort aan oestrogenen (anorexia). Concentraties van 0,5-0,8 U/l (ca. 25-40 μg/l) zijn dubieus. Uitslagen boven 0,8 U/l (ca. 40 μg/l) kunnen worden verwacht bij hypogonadisme en galactorroe. Bij concentraties tussen 0,5-2,0 U/l moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van micro-adenomen, maar ook niet-hypofysaire oorzaken kunnen de hyperprolactinemie veroorzaken. Hieronder vallen het hypofyse steelsyndroom en alle vormen van macroprolactinemie (zie Beperkingen). Micro-adenomen gaan meestal gepaard met PRL-concentraties tussen 1,0-2,0 U/l tot 4,0 U/l. Uitslagen groter dan 4,0 U/l (ca. 200 μg/l) zijn vrijwel bewijzend voor een macro-adenoom. PRL-concentraties bij deze adenomen kunnen met name bij mannen stijgen tot 400 U/l (ca. 20.000 μg/l) en kunnen dan aanleiding geven tot het optreden van het �??high-dose-hook�?? effect in immunometrische assays. Samengevat: matig verhoogd prolactine altijd herhalen laat in de ochtend (stress/dag ritme), waarden hoger dan vijftienmaal de normale waarde worden vrijwel altijd veroorzaakt door een macroprolactinoom. Waarden, verhoogd, maar lager dan vijftienmaal de normale waarde wijzen op microprolactinoom of andere oorzaken. Sluit met name medicamenteuze oorzaken uit, matige hyperprolactinemie kan uiting zijn van hygrotuur? Prolactine/eiwit ratio: Vroegtijdig gebroken vliezen vormen o.a. een verhoogd risico voor het optreden van intra-uteriene infecties of vroeggeboorte. Soms is het twijfelachtig of de vliezen nog staan. De prolactine/eiwitratio is dan de meest betrouwbare parameter gebleken om te kunnen differentiëren tussen urine, bloed, cervixslijm en vruchtwater. In amnionvocht komen namelijk zeer hoge concentraties prolactine voor. In urine is de prolactine concentratie zeer laag. In cervixslijm is prolactine niet aantoonbaar. Een prolactine/eiwit ratio groter dan 0.2 [U/g eiwit] is een zeer sterke aanwijzing voor het bestaan van gebroken vliezen.
Valkuilen: Naast het biologisch actieve prolactine komen er ten minste twee grotere vormen voor: het dimeer van prolactine met een molgewicht van circa 54000 Dalton (big-prolactine) en de combinatie van het prolactine met een immunoglobuline (big-big-prolactine). Deze groot moleculaire vormen hebben veel langere halfwaarde tijden in serum, waardoor de concentraties ervan behoorlijk kunnen oplopen. Er wordt dan gesproken over macroprolactinemie. Meestal worden de diverse vormen van prolactine bij de gebruikelijke bepalingen meegenomen en dit leidt dan tot abusievelijk te hoge prolactineconcentraties. Indien er een hyperprolactinemie gevonden wordt zonder dat er een acceptabele verklaring voor gevonden wordt in overige biochemie of MRI, is het geïndiceerd om nadere chromatografische analyse op macroprolactinemie aan te vragen.
Vergelijking andere methodes: Prolactine in serum: Een prolactinebepaling kan niet differentiëren tussen hypofyse steel syndroom, microadenoom en macroadenoom. MRI onderzoek is geïndiceerd bij onverklaarbaar verhoogde prolactine concentraties. Prolactine/eiwit ratio: De meest gebruikte test op gebroken vliezen is de varentest. Deze heeft een lagere sensitiviteit (51%) en specificiteit (71%) en is sterk onderzoeker afhankelijk.
Referentiewaarden: Het resultaat van PRL-bepalingen in serum wordt opgegeven in mg/l (standaard VLS-hPRL van het NIH) of in U/l (standaard 3rd IRP 84/500). Om mg/l om te rekenen in U/l moet worden vermenigvuldigd met 0,021. Aangezien deze factor kan variëren van 0,015 tot 0,040, is het beter contact op te nemen met het laboratorium dat de analyse heeft gedaan.
vrouwen
|
0,2-0,5 U/l
|
mannen
|
0,1-0,3 U/l
|
kinderen
|
0,1-0,2 U/l
|
neonaten factor 10 hoger
|
|
Tarief (excl. ordertarief): �?� 6,65
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Jialal I, et al. (eds). Handbook of diagnostic endocrinology. Washington: American Association of Clinical Chemistry, 1999
.
- Offermans JPM. De diagnostiek van gebroken vliezen [dissertation]. Maastricht, 1991
.
- Vos MC, Menheere PPCA, Evers JLH. Macroprolactinemie, een onschuldige vorm van hyperprolactinemie. Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145: 967-70
.
|
|