Klinisch doel
Bij erytrocyturie is de locatie van het bloedverlies van groot belang voor de vervolgdiagnostiek en de behandeling. De microscopische beoordeling van de vorm van de erytrocyten en de eventuele aanwezigheid van celcilinders kan helpen differentiëren tussen urologische en nefrogene oorzaken van erytrocyturie.
Passage van erytrocyten door de glomerulaire membraan kan vormafwijkingen (dysmorfie) induceren. De relatie tussen dysmorfie en glomerulair bloedverlies werd voor het eerst gelegd door Fairley en Birch in 1982. Sindsdien wordt de aanwezigheid van dysmorfe erytrocyten gebruikt om bij erytrocyturie te differentiëren tussen nefrogene en urologische oorzaken voor het bloedverlies.
In Nederland wordt vaak het criterium >40% dysmorfie aangehouden voor glomerulair bloedverlies. Een goede omschrijving van dysmorfie ontbreekt echter. Er is mede daardoor een grote inter- en intraobserver variatie bij de beoordeling van dysmorfie. Daarom beperkt het laboratorium zich tot een schatting van het percentage dysmorfe erytrocyten en moet het criterium in de context worden beoordeeld (zie referentiewaarden)
Acanthocyten zijn erytrocyten met een goed omschreven vormafwijking die gemakkelijk herkend kunnen worden. Drie of meer procent acanthocyten is vrijwel bewijzend voor glomerulaire erytrocyturie. Om die reden rapporteert het laboratorium bij iedere beoordeling het percentage acanthocyten.
Cilinders: Hyaliene cilinders zijn afgietsels van de tubuli die bestaan uit het zogenaamde Tamm-Horsfall eiwit. De afscheiding van Tamm-Horsfall door de tubuli is fysiologisch en is niet geassocieerd met nierziekten. Celcilinders ontstaan als cellen in het lumen van de tubuli worden gevangen in de matrix van het Tamm-Horsfall eiwit. Omdat de aanwezigheid van cellen (erytrocyten, leukocyten, epitheelcellen, bacteriën) altijd pathologisch is, is het vinden van celcilinders in de urine bewijzend voor nefrogene pathologie.
Onderzoek op dysmorfie en celcilinders gebeurt onder de microscoop. Het onderzoek is bewerkelijk en vergt veel expertise. De interpretatie van het beeld is moeilijk, mede omdat het criterium dysmorfie niet goed omschreven is. Glomerulair bloedverlies kan voorkomen zonder significante dysmorfie of acanthocyten. Ook de afwezigheid van celcilinders sluit nefrogene pathologie geenszins uit. Microscopische beoordeling wordt alleen uitgevoerd indien het door de machine getelde aantal erytrocyten groter is dan 25 per microliter.