Albumine in urine

LOINC Code

53531-0 (urineportie, mg/L); 53530-2 (24h urine, mg/L); 53532-8 (24h urine, mg/24h)

Trefwoorden

Babu, micro, albu, microalbumine, micro-albumine, macro-albumine, macroalbumine, alex, secretie, excretie

Analysemethode

Fotometrie

  • Minimaal volume

    0,25 ml urine
  • Insturen mogelijk

    Normaal : 7 dagen per week, 24 uur per dag

    Bepalingsfrequentie

    Normaal : dagelijks

    Rapportage

    Normaal : 1 uur na ontvangst materiaal op het lab.

  • Materiaalgroep

    urine

    Benodigd materiaal

    1 portie uit 24 uurs verzameling of
    1 verse urineportie urinebuis rondbodem 6 ml


  • Afdeling

    Laboratoriumgeneeskunde

    Laboratorium

    Algemene Hematologie en chemie

    Laboratoriummanager

    Joke Coenrades-Golverdingen

    tel.: 14338

    [email protected]

    Klinisch Chemicus

    Mw. Dr. J.E. Kootstra-Ros

    Arts klinische chemie

    Dr. L.J. van Pelt

    Monsterreceptie

    Centrale monsterreceptie

    tel.: (050 36)18040

    Verzendadres

    UMCG
    Postbus 30001
    9700 RB  Groningen

    Kwaliteitssysteem geïmplementeerd

    CH.KCA.01 (M078)
  • Referentiewaarden

    Definities en classificatie van albuminurie

     

      24-uurs verzamelurine Urineportie  
     

    Albumine-
    extrectie mg/24u

    Albumine-
    concentratie mg/L
    Albumine:kreat
    ratio mg/mmol
    Normaal <30 <20 M: <2.5
          V: <3.5
    Microalbuminurie 30-300 20-200 M: 2.5-25
          V: 3.5-35
    Macroalbuminurie     >300 >200 M: >25 
          V: >35

    M: mannen
    V: vrouwen

    Opmerking albumine excretie: 30 mg/24h komt overeen met 21 microgram/min.

    Albumine wordt in de lever gemaakt en is onder andere een belangrijk transportmiddel en verantwoordelijk voor de colloïd-osmotische druk van plasma. Door zijn molecuulgrootte (65 kD) en elektrische lading bevat het glomerulaire filtraat niet meer dan ongeveer 0.4% van de plasmaconcentratie. Het gefiltreerde albumine wordt voor 95% terug geresorbeerd.

    Normaal bevat urine dan ook vrijwel geen albumine. Is dit wel het geval dan is er sprake van ofwel een toename inglomerulaire filtratie (zoals bijvoorbeeld bij nefrotisch syndroom), dan wel verminderde tubulaire terugresorptie (zoals bijvoorbeeld bij interstitiële nefritis). In geval van zware lichamelijke inspanning of een urineweginfectie kan er ook soms albumine in urine worden gemeten. De hoeveelheid urinealbumineverlies blijkt in afwezigheid van een primaire nierziekte, zware inspanning en/of urineweginfectie een goede voorspeller van renale en cardiovasculaire prognose, zowel bij patiënten met diabetes mellitus, als ook bij personen zonder diabetes. Op grond hiervan zijn (arbitrair) referentiewaarden geformuleerd (tabel), welke klinische consequenties hebben wat betreft verwijzings- en behandelingsindicatie. Deze zijn gebaseerd op  het urine-eiwitverlies in een 24-uurs urine (“gouden standaard”).

    Uit gemak voor patiënten wordt de urine-albumineconcentratie ook gemeten in urine porties (bij voorkeur de eerst geloosde ochtend urine (“first morning void”), dan wel een op de polikliniek geloosde urine (“spot morning urine sample”)). Ten opzichte van de 24-uurs urine komt daar de complicerende factor van de hydratietoestand van de betrokken persoon bij. Indien de urine geconcentreerd is zal deze een hoge concentratie albumine bevatten. Daarom wordt de urine-albumineconcentratie ook wel uitgedrukt als ratio ten opzichte van de urinekreatinineconcentratie. Bij geconcentreerde urine zal namelijk ook de urinekreatinineconcentratie hoog zijn. Als consequentie is de urine-albumine-kreatinineratio (ACR) vrijwel constant in een persoon, onafhankelijk van zijn/haar hydratietoestand. Aangezien de ACR echter afhankelijk is van de kreatinineconcentratie (zie aldaar), en daarmee afhankelijk van spiermassa (en dus van o.a. geslacht, leeftijd en lichaamsbouw), is ook de ACR niet een ideale maat.

    Geadviseerd wordt albumine te bepalen in een “mid-stream”-urine. In geval van een urineweginfectie kan de urine-albumineconcentratie verstoord worden. In dat geval dient eerst het urineweginfectie behandeld te worden alvorens een betrouwbare meting kan worden verricht.

    Achtergrondinformatie

    Literatuur:
    Klinische Nefrologie, Ed. de Jong et al, 4e druk 2005, Elsevier Gezondheidszorg, ISBN 90 352 2760 3

    Bron referentiewaarden: Landelijke Transmurale Afspraak Chronische nierschade NHG-NfN. Huisarts & Wetenschap 2009; 52 (12) 589

  • Wijzigingsinformatie

    01-04-2013 De ondergrens van het meetbereik van deze bepaling is 3 mg/l. Bepalingen met een lagere waarde worden gerapporteerd als <3 mg/l

    Aanmaakdatum

    02-08-2010 00:00:00

    Laatste wijzigingsdatum

    27-03-2023 11:40:58