Referentiewaarden
Definities en classificatie van albuminurie
| |
24-uurs verzamelurine |
Urineportie |
|
| |
Albumine- extrectie mg/24u
|
Albumine- concentratie mg/L |
Albumine:kreat ratio mg/mmol |
| Normaal |
<30 |
<20 |
M: <2.5 |
| |
|
|
V: <3.5 |
| Microalbuminurie |
30-300 |
20-200 |
M: 2.5-25 |
| |
|
|
V: 3.5-35 |
| Macroalbuminurie |
>300 |
>200 |
M: >25 |
| |
|
|
V: >35 |
M: mannen
V: vrouwen
Opmerking albumine excretie: 30 mg/24h komt overeen met 21 microgram/min.
Albumine wordt in de lever gemaakt en is onder andere een belangrijk transportmiddel en verantwoordelijk voor de colloïd-osmotische druk van plasma. Door zijn molecuulgrootte (65 kD) en elektrische lading bevat het glomerulaire filtraat niet meer dan ongeveer 0.4% van de plasmaconcentratie. Het gefiltreerde albumine wordt voor 95% terug geresorbeerd.
Normaal bevat urine dan ook vrijwel geen albumine. Is dit wel het geval dan is er sprake van ofwel een toename inglomerulaire filtratie (zoals bijvoorbeeld bij nefrotisch syndroom), dan wel verminderde tubulaire terugresorptie (zoals bijvoorbeeld bij interstitiële nefritis). In geval van zware lichamelijke inspanning of een urineweginfectie kan er ook soms albumine in urine worden gemeten. De hoeveelheid urinealbumineverlies blijkt in afwezigheid van een primaire nierziekte, zware inspanning en/of urineweginfectie een goede voorspeller van renale en cardiovasculaire prognose, zowel bij patiënten met diabetes mellitus, als ook bij personen zonder diabetes. Op grond hiervan zijn (arbitrair) referentiewaarden geformuleerd (tabel), welke klinische consequenties hebben wat betreft verwijzings- en behandelingsindicatie. Deze zijn gebaseerd op het urine-eiwitverlies in een 24-uurs urine (“gouden standaard”).
Uit gemak voor patiënten wordt de urine-albumineconcentratie ook gemeten in urine porties (bij voorkeur de eerst geloosde ochtend urine (“first morning void”), dan wel een op de polikliniek geloosde urine (“spot morning urine sample”)). Ten opzichte van de 24-uurs urine komt daar de complicerende factor van de hydratietoestand van de betrokken persoon bij. Indien de urine geconcentreerd is zal deze een hoge concentratie albumine bevatten. Daarom wordt de urine-albumineconcentratie ook wel uitgedrukt als ratio ten opzichte van de urinekreatinineconcentratie. Bij geconcentreerde urine zal namelijk ook de urinekreatinineconcentratie hoog zijn. Als consequentie is de urine-albumine-kreatinineratio (ACR) vrijwel constant in een persoon, onafhankelijk van zijn/haar hydratietoestand. Aangezien de ACR echter afhankelijk is van de kreatinineconcentratie (zie aldaar), en daarmee afhankelijk van spiermassa (en dus van o.a. geslacht, leeftijd en lichaamsbouw), is ook de ACR niet een ideale maat.
Geadviseerd wordt albumine te bepalen in een “mid-stream”-urine. In geval van een urineweginfectie kan de urine-albumineconcentratie verstoord worden. In dat geval dient eerst het urineweginfectie behandeld te worden alvorens een betrouwbare meting kan worden verricht.
Achtergrondinformatie
Literatuur:
Klinische Nefrologie, Ed. de Jong et al, 4e druk 2005, Elsevier Gezondheidszorg, ISBN 90 352 2760 3
Bron referentiewaarden: Landelijke Transmurale Afspraak Chronische nierschade NHG-NfN. Huisarts & Wetenschap 2009; 52 (12) 589