| |
Doel: Deze test is lange tijd gebruikt voor de diagnostiek van het hartinfarct (inmiddels vervangen door Troponine I of Troponine T). Tevens kan de test gebruikt worden voor de diagnostiek van (onbegrepen) verhoogde CK-activiteiten in bloed. Echter, hiervoor kunnen ook andere parameters worden gebruikt: myoglobine (spierafbraak), troponine I/T (hartschade) en S100 (hersenschade). Met de introductie van de genoemde, nieuwe parameters is de bepaling van CK-iso-enzymen nauwelijks meer geïndiceerd.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Voor de analyse van de CK-iso-enzymen kunnen verschillende methodes worden gebruikt, waarbij de vraagstelling de keuze voor de methodiek bepaald:
- CK-elektroforese: Deze techniek wordt met name toegepast indien de herkomst van een onbegrepen CK verhoging achterhaald dient te worden. De verschillende iso-enzymen van CK hebben verschillen in elektrische lading, waardoor ze zich in een elektrisch veld met verschillende snelheid verplaatsen. Na de elektroforese worden de iso-enzymen zichtbaar gemaakt door inwerking van creatinefosfaat, ADP, NADP en glucose-6-fosfaatdehydrogenase, waarbij NADPH ontstaat dat hetzij als fluorescerende banden hetzij via kleuring met tetrazoliumverbindingen aantoonbaar is. Deze methode is niet erg gevoelig.
- chromatografie via ionenuitwisseling, (bv. DEAE Sephadex A50): na elutie worden de activiteiten van de fracties gemeten; de CK-activiteit hangt af van de mate van dilutie. De methode heeft voldoende gevoeligheid.
- immuun-inhibitie: Met een specifiek antiserum tegen één van de subeenheden (meestal anti-M) kan CK-MM en het M-deel van CK-MB worden geïnactiveerd, waarna het overgebleven B-deel van het CK-MB als enzymactiviteit kan worden gemeten. De bepaling veronderstelt afwezigheid van CK-BB in het monster. Deze methode kan worden geautomatiseerd en werd toegepast voor de diagnostiek van hartschade.
- immunoassay technieken; met specifieke antilichamen kan men één van de iso-enzym specifiek als eiwitmassa meten. Deze methode werd/wordt toegepast voor de diagnostiek van hartschade.
Belasting voor de patiënt Venapunctie. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Indien de bepaling dezelfde dag plaats vindt, bewaren bij kamertemperatuur. Vindt de bepaling niet dezelfde dag plaats, dan dient het monster ingevroren te worden bewaard. NB: de stabiliteit van de verschillende iso-enzymen verschilt, waarbij CK-BB de geringste stabiliteit vertoont. Stoorfactoren Afhankelijk van de gebruikte techniek.
Mogelijke toepassingen: De test kan informatie leveren bij onbegrepen verhoogde CK-activiteiten in bloed indien geen gebruik wordt gemaakt van de specifiekere bepalingen: myoglobine (spierafbraak), troponine I/T (hartschade) en S100 (hersenschade).
Interpretatie: Creatinekinase is een dimeer en bestaat uit twee types subeenheden M (muscle) en B (brain), die gepaard voorkomen: BB (CK1), MB (CK2) en MM (CK3). Daarnaast komt mitochondriaal CK (CK-Mit) voor in de weefsels. Skeletspieren bevatten voornamelijk MM (ca. 95%) en MB (ca. 5%), hersenen vnl. BB en hartspieren bevatten MM (ca. 80%) en MB (ca. 20%). Inwendige organen zoals maag, uterus, blaas en colon bevatten vnl. BB. Diagnostiek van het hartinfarct: voor de diagnose hartinfarct wordt, afhankelijk van de techniek, meestal de eis gesteld dat de CK-MB-activiteit tussen 5-25% van de totale CK-activiteit moet liggen, mits óók het totaal CK is verhoogd. Ck-MB stijging begint 4-8 uur na begin van de klachten. De top in de CK-MB-spiegel wordt eerder bereikt (na 16-22 uur) dan de top van het totaal CK (na 24-36 uur); de T½ van CK is 12 uur en die van CK-MB 6 uur. De bepaling van CK-MB voor de diagnostiek van het hartinfarct/hartschade is met de komst van de troponine bepalingen achterhaald. Interpretatie van (permanent) verhoogde CK-activiteit in serum: bij een onbegrepen verhoogde CK activiteit in serum en bij schijnbare CK-MB-waarden boven 25% �?? bepaald met een immuno-inhibitiemethode, die alleen de CK-B subunit meet! �?? die bij herhaling van de analyse niet afnemen, moet aan een abnormaal CK-iso-enzym worden gedacht. Deze kan met een elektroferogram of een chromatogram worden aangetoond. In aanmerking komen:
- macro CK type 1: een complex van CK-BB met een immunoglobuline (meestal IgG) of een complex van CK-MM met IgA; deze iso-enzymen hebben een hoog molecuulgewicht (340 kD), een lange T½ van enkele weken en blijven daarom lang circuleren. Ze hebben geen klinische betekenis.
- macro CK type 2: bestaande uit oligomeren van mitochondriaal CK (CK-Mit); dit iso-enzym is geassocieerd met maligniteiten (40%) of leverziekten (25%) met sterke weefselnecrose. De aanwezigheid van dit complex in serum is een zeer ongunstig prognostisch teken.
Verhogingen van CK-MB worden ook aangetroffen bij myocarditis, endocarditis, pericarditis en rechtsdecompensatie, soms ook bij delirium tremens en hypothyrose, maar niet bij lichamelijke inspanning, operaties of i.m. injecties. CK-BB - in de immuno-inhibitietest ten onrechte als 'CK-MB' meebepaald - wordt behalve bij hersenaandoeningen (zelden) wel eens als tumorproduct (long-, maag-, darm-, prostaat- of schildkliertumor) gevonden. Bij spieraandoeningen is het CK-MM verhoogd. Deze bepaling is echter niet zinvol voor de differentiële diagnostiek van spieraandoeningen. Sensitiviteit/Specificiteit Doordat geen van de CK-iso-enzymen weefselspecifiek is, is een verhoging van CK-iso-enzym activiteit in serum niet karakteristiek voor een eenduidige orgaan- of weefselschade. Bovendien duurt het enige tijd (uren) na het ontstaan van de schade vooraleer de activiteit in serum verhoogde waarden te zien geeft.
Valkuilen: Geen van de CK-iso-enzymen is specifiek voor orgaan- of weefselschade. Bovendien kan het voorkomen van macro-CK in circulatie verhoogde waarden tot gevolg hebben, omdat de T½ (halfwaardetijd) in circulatie langer is dan die van MM, MB of BB.
Vergelijking andere methodes: Voor de diagnostiek van skeletspierschade worden naast CK, ook myoglobine, LD en ASAT gebruikt; daarbij is myoglobine het meest specifiek voor spierschade. Voor de diagnostiek van hartspierschade worden naast CK ook troponine I of troponine T, LD, en ASAT gebruikt; de troponines zijn de meest specifieke merkers voor hartspierschade. Voor de diagnostiek van hersenschade kan naast de CK-BB ook het eiwit S100 gebruikt worden; dit eiwit is een specifiekere merker voor hersenschade. Voor deze drie toepassingen is de bepaling van CK-iso-enzymen achterhaald.
Referentiewaarden: Bij niet verhoogde CK-totaal waarden: MM > 95%; MB < 5% en BB komt nagenoeg in circulatie niet voor.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 6,65
Literatuur: Achtergrondinformatie
- Moss DW, Henderson AR. Clinical enzymology. In: Burtis CA, Ashwood ER (eds). Tietz textbook of clinical chemistry. 3rd ed. Philadelphia: Saunders, 1999: 657-66
.
|
|