| |
Doel: Vaststellen/uitsluiten van spierschade of verhoogde spierafbraak.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag van laboratoriumonderzoek (o.a. identificatie, leeftijd, geslacht).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Creatinekinase is een enzym. Voor de meting wordt meestal de door de IFCC voorgestelde methode gebruikt, waarbij de omzetting van creatine + ATP in creatinefosfaat + ADP wordt gevolgd bij een meettemperatuur van 37°C. De snelheid van omzetting is een maat voor de activiteit van CK in bloed. De meting van de verschillende isoenzymen van CK is apart beschreven. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Geen specifieke voorbereiding nodig. De afname kan op elk tijdstip van de dag plaatsvinden. Materiaalafname/Fixatie Afname van bloed middels venapunctie; scheiding van serum of plasma middels centrifugeren. Indien de bepaling dezelfde dag plaats vindt, bewaren bij kamertemperatuur. Vindt de bepaling niet dezelfde dag plaats, dan dient het monster gekoeld (maximaal 3 dagen bij 4°C) of ingevroren te worden bewaard. NB: de stabiliteit van de verschillende isoenzymen verschilt flink, waarbij CK-BB de geringste stabiliteit vertoont. Stoorfactoren Hemolyse kan tot fout verhoogde CK-activiteit leiden; echter tegenwoordig is de samenstelling van de CK-reagentia zodanig, dat de invloed van hemolyse te verwaarlozen is.
Mogelijke toepassingen: Diagnostiek en beloop van spierziekten. De toepassing voor de diagnostiek van het acute myocard infarct is achterhaald door de invoering van de troponine bepaling. Er is ruwweg een relatie tussen de hoogte van de CK-activiteit in bloed en de spierschade.
Interpretatie: Creatinekinase komt voor in de spiercel in het sarcoplasma bij de myofibril en in de mitochondriën. Het enzym is essentieel voor de levering van spierarbeid. De CK-activiteit is in de skeletspieren, de hersenen en het hart het hoogst. Andere organen bevatten kleine hoeveelheden van het enzym (long, darm, placenta, uterus, schildklier, prostaat) of geen meetbare activiteit (lever, erytrocyten). De CK-activiteit in serum is afhankelijk van de spiermassa. De verhoging van de enzymactiviteit is het gevolg van lekkage uit cellen met een hoog CK-gehalte door beschadiging van het celmembraan, door celnecrose of is het gevolg van verminderde uitscheiding (langere T½) door complexvorming met een immunoglobuline. Bij alle vormen van spierziekte is de CK-activiteit in bloed toegenomen: (progressieve) spierdystrofie, (poly)myositis, dermatomyositis. Ongeveer 80% van de asymptomatische draagsters van Duchenne�??s spierdystrofie hebben een twee à zesvoudige CK-verhoging. Neurogene spieraandoeningen (myasthenia gravis, MS, poliomyelitis, de ziekte van Parkinson) vertonen normale serumwaarden. Overmatige spieroefening (vooral bij ongetrainden), jogging, spiertraumata en intramusculaire injecties geven een CK-verhoging. Zeer hoge waarden vinden we bij rhabdomyolyse of maligne hyperthermie. Na een hartinfarct begint de serumactiviteit van CK ongeveer 6 uur na de pijnaanval te stijgen met een piek op 18 à 30 uur (piek afhankelijk van de grootte van het infarct), gevolgd door een daling van de CK naar de uitgangswaarde in ongeveer 3 dagen. Seriële metingen geven meer informatie dan één enkele waarde. Overigens is voor de diagnostiek van het hartinfarct de troponine bepaling meer geïndiceerd. In uitzonderingsgevallen kan na een CVA, cerebrale infarcering, een subarachnoïdale bloeding of schedeltrauma een CK-verhoging worden gevonden. Sensitiviteit/Specificiteit Creatinekinase heeft een hoge sensitiviteit en specificiteit voor het aantonen / uitsluiten van skelet- en hartspierschade. Echter afhankelijk van de grootte van de schade kan het enkele uren duren, voordat de creatinekinase activiteit in het bloed verhoogd is.
Valkuilen: Overmatige spieroefening (vooral bij ongetrainden), jogging, spiertraumata en intramusculaire injecties kan aanleiding zijn tot een flinke CK-verhoging. Ook storen sommige geneesmiddelen de CK-bepaling. Dit geldt o.a voor: barbituraten, cimetidine, chloorpromazine, lithium, halothaan, pindolol, lidocaïne, en alcohol.
Vergelijking andere methodes: Voor skeletspierschade is het bepalen van myoglobine een goed alternatief; voor hartspierschade is het bepalen van troponine betrouwbaarder en voor het vaststellen van hersenschade is het bepalen van het eiwit S100 geïndiceerd.
Referentiewaarden: De referentiewaarden zijn afhankelijk van de omstandigheden, waaronder de bepaling wordt uitgevoerd. Voor de meest gangbare meetmethodiek volgens de IFCC-aanbevelingen en 37°C gelden de volgende referentiewaarden:1,2
- mannen: < 200 U/l;
- vrouwen: < 170 U/l.
Bij pasgeborenen worden voor CK waarden gevonden tot 3x volwassen waarden. Tijdens het eerste levensjaar blijven de waarden iets hoger dan bij volwassenen.
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Referenties
- Horder M, Elser RC, Gerhardt W, et al. International Federation of Clinical Chemistry, Scientific committee on enzymes: approved recommendation on IFCC methods for the measurement of catalytic concentration of enzymes: Part 7. IFCC method for creatine kinase (ATP: creatine N-phosphotransferase, EC 2.7.3.2). Eur J Clin Chem Clin Biochem 1991; 29: 435-56
.
- Heiden C van der, Oosterom R, Peters FPAMN, et al. Aanbevelingen voor het meten van de katalytische activiteitsconcentratie van de enzymen L-alanine-aminotransferase (ALAT), L-asppartaataminotransferase (ASAT), creatinekinase (CK), alkalische fosfatase (AF), g-glutamyltransferase (g-GT), a-amylase en lactaatdehydrogenase (LD) in serum en/of plasma bij 37°C. Ned Tijdschr Klin Chem 2001; 26: 161-81
.
Achtergrondinformatie
- Moss DW, Henderson AR. Clinical enzymology. In: Burtis CA, Ashwood ER (eds). Tietz textbook of clinical chemistry. 3rd ed. Philadelphia: Saunders, 1999: 657-66
.
|
|