| |
Doel: - Differentiële diagnostiek van leverziekten.
- Controle op beloop en behandeling van aandoeningen van de
lever.
- Controle van de leverfunctie tijdens gebruik van bepaalde
geneesmiddelen of veelvuldig gebruik van of veelvuldige blootstelling aan
toxische stoffen.
Vereiste klinische informatie: Standaardinformatie bij aanvraag laboratoriumonderzoek
(identificatie leeftijd, geslacht, etc.).
Beschrijving methodes: Analysemethodes Bij de
aanbevolen NVKC, ECCLS en IFCC methodes katalyseert ALAT, na verzadiging met
pyridoxaal 5'-fosfaat, de overdracht van de aminogroep van alanine naar
2-oxoglutaraat in een Tris-buffer bij 37°C.1
Het gevormde pyruvaat wordt daarna gereduceerd door lactaatdehydrogenase.
Hierbij wordt NADH tot NAD+ geoxideerd en de afname van de
extinctie bij 340 nm is een maat voor de
enzymactiviteit. Belasting voor de patiënt Venapunctie. Voorbereiding patiënt Geen
specifieke voorbereiding nodig. Afname op elk tijdstip van de dag
mogelijk. Materiaalafname/Fixatie Bloed wordt
afgenomen middels venapunctie en binnen 2 uur wordt het serum of heparineplasma
verkregen na centrifugeren. Het materiaal kan 8 uur bij kamertemperatuur worden
bewaard of zonodig een week bij
4°C. Stoorfactoren Stuwing
bij de bloedafname en hemolyse kunnen een verhoging van de ALAT veroorzaken,
evenals ammonia in het materiaal of reagentia.
Mogelijke toepassingen: De toepassingen van de ALAT bepaling liggen voornamelijk
bij diagnostiek en follow-up van leveraandoeningen, zoals virale- en toxische
hepatitis.
Interpretatie: Het enzym L-alanine: 2-oxoglutaraminotransferase (ALAT)
zorgt voor interconversie van de aminogroep van het aminozuur L-alanine naar
2-oxoglutaraat. ALAT wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het cytoplasma van de
hepatocyten. In veel geringere mate is het aanwezig in nieren en hart. Er is
geen orgaanspecificiteit van alanineaminotransferasen uit de verschillende
organen, omdat er fysisch chemisch geen onderscheid kan worden gemaakt. ALAT
wordt in verhoogde mate in bloed aangetroffen bij ziekten die gepaard gaan met
beschadiging van levercellen, zoals bij infecties (bv. hepatitis B) en
intoxicaties (bv. voeding en medicamenten). Een verhoogde waarde wordt ook
aangetroffen door weglekken uit de levercellen bij verstoring van de balans
tussen het intracellulaire en extracellulaire medium, zoals bij hartfalen,
shock en hypoxemie. De halfwaardetijd van ALAT is ongeveer 50
uur. Acute virushepatitis: bij acute
virushepatitis stijgt de ALAT snel tot meer dan twintigmaal de referentiewaarde
en blijft weken tot maanden verhoogd. De ASAT is duidelijk lager. AF en
γ-GT zijn vaak niet verhoogd. Bilirubinaemie treedt later op dan
stijging van ALAT. Chronische virushepatitis: bij
een chronische hepatitis is er een matige verhoging van ASAT met een sterkere
verhoging van ALAT. Voor het vervolgen van de hepatitis kan worden volstaan met
ALAT. Daalt de ALAT niet en is ASAT>ALAT geworden, dan wijst dit op
celnecrose. Chronische hepatitis: bij chronische
auto-immuun hepatitis, chronische alcohol hepatitis, chronische hepatitis door
geneesmiddelen of toxische stoffen, hemochromatose en primaire biliaire cirrose
wordt een toename tot vijfmaal de referentiewaarde gezien. De enzymen zijn
doorgaans meer verhoogd (> 8 keer de referentiewaarde) bij een chronisch
actieve en nauwelijks bij een persisterende
hepatitis. Non-alcoholische steatohepatitis: ALAT
en ASAT zijn meestal met een factor 2 à 3 maal verhoogd, met ASAT<ALAT bij
non-alcoholische steatohepatitis. De AF is soms en bilirubine nooit
verhoogd.2 Levercirrose: als er
sprake is van levercirrose, dan zijn de ALAT en ASAT meestal verhoogd of kunnen
ook weer normaal worden, met
ASAT>ALAT. Galwegobstructie: bij
galwegobstructie kunnen ASAT en ALAT sterk verhoogd zijn, maar bij
cholecystitis en tumoren slechts matig of niet. AF en γ-GT zijn
meestal wel sterk verhoogd bij galwegobstructie, AFP en γ-GT bij
levertumoren en γ-GT soms bij
metastasen. Acute leverintoxicatie: acute
leverbeschadiging door toxische stoffen, zoals gechloreerde koolwaterstoffen,
kan gepaard gaan met een zeer sterk verhoogde ALAT en ASAT. Een snelle daling
wijst op verwoesting van leverparenchym en dus een slechte
prognose. Sensitiviteit/Specificiteit ALAT komt in relatief hoge concentratie in
de lever voor en is dan ook een vrij specifieke marker voor leverschade. De
gevoeligheid bij acute aandoeningen is hoog, echter de sensitiviteit en
specificiteit voor het screenen op chronische non-A en non-B hepatitis bij bv.
donoren is onvoldoende.
Valkuilen: In vitro
hemolyse veroorzaakt zeer licht verhoogde waarden.
Vergelijking andere methodes: ALAT komt in de lever in de hoogste concentraties voor.
Bij de differentiaaldiagnose van leveraandoeningen is het noodzakelijk ook
andere enzymen, eiwitten of andere stoffen in het onderzoek te betrekken, zoals
ASAT, γ-GT, AF, LDH bilirubine en gammaglobulines. Eventueel kan
met beeldvormend onderzoek (echografie en ERCP), een leverbiopsie en
virusserologie de definitieve diagnose worden bevestigd of gesteld. Bij het
vermoeden op alcoholmisbruik is de analyse van CDT (Carbohydraat-Deficient
Transferrine) zinvol.3
Referentiewaarden: < 45 U/l (referentiemethodes
37°C) Mogelijk is de referentiewaarde
geslachtsafhankelijk: mannen < 50 en vrouwen < 40
U/l.4
Tarief (excl. ordertarief): �?� 1,41
Literatuur: Referenties
- Heiden C van der, Oosterom
R, Peters FPAMN, et al. Methode voor het meten van de
katalytische activiteitsconcentratie van alanine aminotransferase (L-alanine:
2-oxoglutaraataminotransferase, EC 2.6.1.2) in serum bij
37°C. Ned Tijdschr Klin
Chem 2001; 26: 162-4
.
- Oldenburg B, Berge Henegouwen GP
van. Beleid bij verhoogde serumwaarden van
aminotransferasen zonder symptomen, in het bijzonder bij niet-alcoholische
hepatitis (Capita Selecta). Ned Tijdschr
Geneeskd 1999; 143: 506-9
.
- Salaspuro
M. Carbohydrate-deficient transferrin as compared to other
markers of alcoholism: a systematic
review. Alcohol 1999; 19: 261-71
.
- Keijzer MH de, Giesendorf
BAJ, Baadenhuijsen H, et al. Geslachtsafhankelijke
referentiewaarden voor de bepaling van
alanine-aminotransferase. Ned Tijdschr Klin
Chem 2000; 25: 114-7
.
Achtergrondinformatie
- Moss DW, Henderson
AR. Clinical enzymology. In: Burtis CA, Ashwood
ER (eds). Tietz textbook of clinical
chemistry. Philadelphia: Saunders, 1999: 788-97
.
|
|